Bambu bij de bamboe

Vandaag is in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag een woordenboek gepresenteerd waar vier mensen twaalf jaar aan hebben gewerkt. Het heet Indisch Lexicon en het bevat een inventarisatie van maar liefst 19.000 Indische woorden en uitdrukkingen die vanaf de zeventiende eeuw tot 1995 in de Nederlandse literatuur zijn aangetroffen.

Het werd hoog tijd dat de Indische woordenschat in de Nederlandse letteren onder de loep werd genomen, want de Nederlanders die daarmee vertrouwd zijn omdat zij nog in `Indië' hebben gewoond, zijn aan het uitsterven. Ook voor onze literatuur is het goed: in een boekje als Oeroeg (1948) van Hella Haasse kom je zonder verklaring allerlei woorden tegen die lang niet iedereen meer begrijpt, woorden als topi, goena-goena en katjang.

Helaas valt er op uitwerking van dit boek het nodige af te dingen. Dat begint al met de bronnenlijst. Die is buitengewoon onevenwichtig. De auteurs hebben niet geprobeerd een min of meer representatief tekstcorpus samen te stellen, zij zijn grotendeels uitgegaan van de boeken die zij – in 1995, tien jaar geleden – in de kast hadden staan. In totaal excerpeerden zij 105 publicaties: vijf uit de zeventiende eeuw, slechts één uit de achttiende eeuw en zes uit de negentiende eeuw. Maar liefst 72 bronnen dateren van na 1942.

Van Rudy Kousbroek, geen onbelangrijke naam in dit verband, is slechts één publicatie doorgenomen. Zijn standaardwerk Het Oostindisch kampsyndroom? Nee, een artikel van één pagina uit deze krant. Zeer terecht hebben de auteurs het verzameld werk van Beb Vuyk doorgenomen. Je zou denken dat dit geldt als één publicatie op de bronnenlijst, met apart te dateren verhalen, maar nee, ieder verhaal – ook al telt het slechts een paar bladzijden – wordt apart vermeld, waardoor Vuyk goed is voor 18 van de 105 bronnen.

Hoe zijn de gevonden woorden nu in het boek en op de bijgesloten cd verwerkt? Behalve literaire bronnen hebben de auteurs diverse naslagwerken en woordenboeken doorgenomen. Per lemma sommen zij op wat zij daarin hebben gevonden. Onder het trefwoord botol, bijvoorbeeld, staan de (gebruikersonvriendelijk) verkorte titels van acht naslagwerken, met daarachter acht maal de mededeling dat botol `fles' betekent. Anders gezegd: de auteurs interpreteren de informatie die zij gevonden hebben niet, zij zetten gewoon alles onder elkaar – ook als er telkens hetzelfde staat. Ze zijn er zelfs niet toe overgegaan om spellingvarianten onder een gestandaardiseerde vorm bij elkaar te vegen, zoals dat in de lexicografie gebruikelijk is. En dus is er naast bamboe een artikel bambu opgenomen, en naast klamboe een lemma klambu. Dit geldt zelfs voor de samenstellingen: klamboehaak naast klambu-haak, allebei met een apart citaat. In totaal zijn er zo vele honderden spellingvarianten als lemma opgenomen.

Is er dan niks positiefs over dit boek te melden, een boek dat ruim 67.500 euro steun heeft gekregen van de Stichting Het Gebaar? Het is natuurlijk goed dat deze woorden bij elkaar zijn gezet en er staan veel leuke citaten in. Helaas zijn de bronverwijzingen beperkt tot de naam van de auteur plus een jaartal (`Couperus 1923') zodat het niet mogelijk is om, mocht je dat willen, de context na te zoeken. Fijn is verder dat er op de cd meer citaten staan (7.900 in het boek; 34.000 op de cd), maar helaas is de cd niet fulltext te doorzoeken. De cd kent diverse zoekmogelijkheden, maar omdat men bang was dat het kopers zou afschrikken is het niet mogelijk om jokertekens te gebruiken, terwijl dat tegenwoordig een standaardvoorziening is bij alle digitale woordenboeken. Hier is een mooi, sympathiek project gesmoord in onthutsend amateurisme.

Peter Mingaars (e.a.): Indisch Lexicon. Hes & De Graaf Publishers, 630 blz. €60,–

    • Ewoud Sanders