Zeven doelen als middel

Het stellen van hoge, verre doelen kan een effectief middel zijn om de internationale politiek in beweging te krijgen. Met dat oogmerk werden vijf jaar geleden door de Verenigde Naties de zogenoemde Millenniumdoelen geformuleerd: zeven ambities die in 2015 moeten zijn verwezenlijkt. Het aantal mensen dat in absolute armoede leeft, moet zijn gehalveerd ten opzichte van 1990, elk kind moet toegang hebben tot basisonderwijs, vrouwen moeten een aan mannen gelijkwaardige toegang hebben tot de arbeidsmarkt, de kindersterfte moet met tweederde omlaag, de sterfte onder jonge moeders met driekwart, hiv/aids moet worden teruggedrongen en het aantal mensen zonder toegang tot schoon drinkwater gehalveerd.

Dit streven is ambitieus. De achterliggende gedachte is dat, zelfs als de doelen niet worden gehaald, er toch meer vooruitgang zal zijn geboekt dan als de lat bij aanvang al lager was gelegd. Er schuilt ook een gevaar in: het project kan alleen maar falen.

Het is nog te vroeg om uit maken welke van de twee uitkomsten prevaleert. Uit de evaluaties tot nu toe, zoals die van de VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP vorige week, blijkt dat sommige van de Millenniumdoelen nu al vrijwel niet meer haalbaar zijn. Met name Afrika loopt ver achter. Dat is een tussentijdse aansporing voor de rijke VN-leden om dieper in de buidel te tasten en een aanmoediging aan ontwikkelingslanden een extra inspanning te doen om met goed beleid zoveel te doen als zij kunnen.

Er zijn al meer tussentijdse impulsen geweest. Meest in het oog lopen de Financing for Development-conferentie in het Mexicaanse Monterrey in 1992 waar extra ontwikkelingsgeld werd toegezegd, en de jongste G8-bijeenkomst in Schotland waar een soort van kwijtschelding van schulden van de allerarmste landen is beloofd.

Het neemt niet weg dat een medicijn zijn kracht kan verliezen als het te vaak wordt toegediend. Een project dat gedoemd lijkt te mislukken, riskeert moeilijkheden met het verwerven en behouden van publieke en politieke steun. De Verenigde Staten kiezen van begin af aan al liever voor een eigen benadering, waarbij rekenschap en economisch beleid in de ontvangende landen een grotere rol spelen, maar zijn tegelijkertijd relatief 's werelds karigste officiële donor van ontwikkelingshulp. Amerika's nieuwe VN-ambassadeur John Bolton deed deze zomer een – vergeefse – poging om de Millenniumdoelen te weren uit de ontwerpslotverklaring van de VN-top die vandaag in New York zijn tweede dag is ingegaan.

Het is de verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap om elke burger de mogelijkheid te geven tot een menswaardig bestaan. Dat kan door het bevorderen van vrijhandel, een evenwichtige welvaartsgroei en door gerichte hulp van rijk aan arm. Ontwikkelingssamenwerking hoort daarom ook thuis bij de VN, maar dan wel in een verstandig mengsel van idealisme en realisme. De Millenniumdoelen zijn stuk voor stuk lovenswaardig en goed om de internationale politiek scherp te houden. Laat ze geen symbool worden van een ontmoedigend falen.