Verward

De intercity van Rotterdam naar Amsterdam moest gisteravond kort na zessen ergens voor Delft halt houden. De conducteur meldde dat er verderop tussen de rails `een verwarde man' rondliep.

,,Dan haalt je hem er toch meteen weer af'', zei een passagier achter me.

Maar zo gemakkelijk ging dat niet. Het duurde twintig minuten voordat de man door de politie kon worden verwijderd.

Ik moest meteen aan hem denken toen ik vanmorgen de radio aanzette en hoorde dat `een verwarde man' in Renkum gedreigd had zijn huis te laten ontploffen. Zijn straat werd afgezet, zeventien huizen in zijn omgeving moesten worden ontruimd.

Was het één en dezelfde verwarde man? Delft en Renkum liggen een behoorlijk eind uit elkaar, dus ik vermoed van niet.

Mijn theorie, die ik graag voor een betere geef, is dat het hier een ziekteverschijnsel met epidemische trekken betreft. Nederland lijkt zo langzamerhand gevuld én ontwricht te worden door verwarde mannen. Meestal begint de verwardheid in de vertrouwde omgeving van huwelijk of werk, maar al snel breidt zij zich uit naar andere regionen van de samenleving.

Bewoners van de grotere Nederlandse steden zullen niet verbaasd zijn over deze opmerkelijke ontwikkeling. De laatste jaren zagen zij elke dag wel ergens op een straathoek een verwarde man – het zijn om een of andere reden vaker mannen dan vrouwen – rondhangen. Sommigen stonden alleen maar verwezen voor zich uit te staren, ongewassen en in haveloze kleding, anderen schreeuwden woedend onbegrijpelijke verwensingen naar passanten.

De verwarde man zou misschien wel thuis willen blijven zitten, maar hij heeft meestal geen thuis meer. Ooit zaten de meeste van hen in psychiatrische inrichtingen opgesloten. De deuren hiervan werden echter wijd opengezet in het kader – er is altijd wel een kader – van een achter een veilige schrijftafel bedachte resocialisering. Psychiaters willen ook wel eens géén gezeur aan hun kop.

Misschien is dat onze collectieve fout geweest: wij hebben te lang gedacht dat onze verwarde mannen bij onze psychiaters en psychologen in goede handen waren. Maar de behandelaars beginnen nu ook zelf verwarde trekjes te vertonen.

Ik las over het gruwelijke verhoor dat Maikel, het 11-jarige vriendje van de in Schiedam vermoorde Nienke, moest ondergaan. Eén agent ging op zijn rug zitten en deed alsof hij een mes op zijn keel zette. Dit alles gebeurde terwijl een deskundige, een bijzonder hoogleraar forensische kinder- en jeugdpsychologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, toekeek zonder enig teken van protest. Allemaal verwarde mannen in en rond dat verhoorkamertje.

Verwardheid leidt onherroepelijk tot verwarring als ook de verantwoordelijke leiders het laten afweten. Eén van hen is een man die heldere momenten met troebele afwisselt. Steeds vaker moet hij zijn uitspraken corrigeren. Hij denkt dat er mensen op zijn rug zitten met een mes in de aanslag – `de media' – maar hij heeft geen oog voor de reële vijanden in zijn directe omgeving. Hij is in de war en hij heeft hulp nodig – anders gaat het helemaal mis.