Turkije houdt EU verdeeld

De ambassadeurs van de landen van de Europese Unie werden het gisteren wederom niet eens over de voorwaarden waaronder op onderhandelingen met Turkije kunnen beginnen. De tijd begint te dringen.

De loting voor de voorronde van de Europese voetbalcompetitie zorgde deze zomer voor een opmerkelijke paring: de Noord-Cyprische club Anorthosis (Famagusta) moest het opnemen tegen het Turkse Trabzonspor. Behalve een wedstrijd werd het een wedloop met wederzijdse hindernissen.

Zo mochten voetballers uit Cyprus niet rechtstreeks naar Turkije vliegen, maar moesten zij eerst een tussenlanding in Libanon maken. Directe vluchten vanuit Nicosia naar Turkije zijn taboe. Omgekeerd mochten de voetballers uit Turkije niet rechtstreeks naar Noord-Cyprus vliegen, maar verlangde de Cyprische regering dat zij eerst Nicosia zouden aandoen.

Normalisering van de betrekkingen tussen Cyprus en Turkije blijft een moeizaam verhaal. Weliswaar tekenden de Turken eind juli een protocol waarmee het bestaande douaneverdrag met de Europese Unie werd uitgebreid tot de tien vorig jaar toegetreden nieuwe lidstaten – waaronder Cyprus – maar dat heeft de reisobstakels niet weggenomen.

Zolang de Turken het douaneverdrag op deze manier uitleggen en blijven weigeren het in tweeën gedeelde eiland te erkennen, kan er volgens Cyprus geen sprake van zijn dat de onderhandelingen met Turkije over toetreding tot de Unie op de afgesproken datum van 3 oktober kunnen beginnen.

Cyprus kan het overleg dwarsbomen, want het beschikt, net als alle andere EU-landen, over vetorecht. Maar of de Cyprioten het werkelijk zo hard zullen spelen is de vraag. Daarbij draait het om de voorwaarden waaronder die gesprekken gevoerd zullen worden. Daarover wordt nu al weken zonder al te veel resultaat gesproken. Het wordt niet onwaarschijnlijk geacht dat de EU-ministers van Buitenlandse Zaken pas eind deze maand tijdens een extra vergadering zelf moeten beslissen.

De ondertekening van het protocol bij de douaneunie (onder andere over het vrij verkeer van goederen) was voor de EU-regeringsleiders eind vorig jaar de belangrijkste voorwaarde aan Turkije om het toetredingsopverleg te starten. Zij beschouwden deze stap als een indirecte erkenning van Cyprus. Maar toen de Turken eind juli tot ondertekening overgingen, kwamen zij tevens met een aparte verklaring waarin stond dat hun handtekening géén erkenning van Cyprus inhield.

Hierop besloten de EU-ministers tot een tegenverklaring, waarin komt te staan hoe volgens hen de zaak moet worden geïnterpreteerd. Onder andere Frankrijk, Griekenland en Cyprus willen dat op schrift komt te staan dat Turkije het land in de loop van de onderhandelingen, die naar verwachting zeker tien jaar zullen duren, officieel erkent. Nu deze voorwaarde in de ontwerptekst is opgenomen maakt Frankrijk geen bezwaar meer.

Cyprus daarentegen verlangt dat de EU van Turkije eist dat het direct zijn havens en vliegvelden openstelt voor schepen en vliegtuigen uit Cyprus. In de huidige ontwerptekst staat alleen dat in 2006 geëvalueerd zal worden hoe het douaneverdrag wordt nageleefd.

Los hiervan vindt Oostenrijk dat in het zogeheten `onderhandelingskader' duidelijker tot uitdrukking moet worden gebracht dat de gesprekken met Turkije niet automatisch hoeven uit te monden in een volledig lidmaatschap, maar ook kunnen leiden tot een geprivilegieerd partnerschap.

    • Mark Kranenburg