Speculant zijn we allemaal

Wall Street is een metafoor voor Amerikaanse macht. Aan de hand van spotprenten, preken, liedjes en speelfilms beschrijft historicus Steve Fraser de invloed van dit instituut op de Amerikaanse samenleving.

Wall Street in New York City moet in de zeventiende eeuw inderdaad een steegje met een muur zijn geweest: de Walstraat. De Nederlandse kolonisten hadden die muur rond hun versterkte nederzetting Nieuw Amsterdam – op het meest zuidelijke puntje van het eiland Manhattan – opgetrokken om de koeien binnen en de indianen buiten te houden. Ook diende de muur om Britse kolonisten het zicht op de Nederlanders te ontnemen.

In 1786 was Wall Street nog een straat met een apotheek, een klokkenmaker, een drukkerij en zelfs gokhuizen. Pas in 1820 kreeg de New York Stock Exchange – de belangrijkste geld- en kapitaalmarkt ter wereld – er een onderkomen. Tot die tijd voltrok de handel in waardepapieren, net als in het Amsterdam van de Gouden Eeuw, zich vooral in koffiehuizen.

Een fysieke metafoor voor macht: zo omschrijft de Amerikaanse historicus Steve Fraser Wall Street in zijn magnum opus Every Man a Speculator. Maar ook spreekt hij over `een vliegwiel van uitersten': een instituut dat zowel God als Mammon, god van de rijkdom, verheerlijkte.

Fraser – een van de schrijvers van het boek The Rise and Fall of the New Deal Order en kenner van de Amerikaanse arbeidersbeweging – is geobsedeerd door de invloed van Wall Street op de Amerikaanse samenleving door de eeuwen heen. En hoewel hij ruim 700 pagina's lang een strikt chronologische volgorde aanhoudt, is Every Man a Speculator niet zozeer de geschiedschrijving van de Amerikaanse effectenbeurs geworden. Hij dook niet in de annalen van de beurs en ploos ook geen stadsarchieven uit. In plaats daarvan las hij honderden romans, bestudeerde hij talloze spotprenten, preken en teksten van liedjes en bekeek hij tientallen speelfilms om erachter te komen hoe Amerikanen in ruim twee eeuwen tegen de beurs hebben aangekeken. Het hoge tempo van zijn uiteenzetting en de vele aardige anekdotes maken dat je, ondanks de vloedgolf aan namen en literaire citaten, toch elke keer weer naar de volgende bladzijde omslaat.

Wall Street is dan ook een dankbaar onderwerp. Niet voor niets lag de Amerikaanse kapitaalmarkt ten grondslag aan de grootste drama's en schandalen uit de Amerikaanse geschiedenis. Het boek begint bijvoorbeeld al meteen met het relaas van William Duer, misschien wel 's werelds eerste financiële oplichter, een aristocraat die na de revolutie met overheidsleningen knoeide en op straat werd nagejaagd. Moeiteloos maakt Fraser een vergelijking met de graaimentaliteit die tot de val van het energieconcern Enron heeft geleid.

Wall Street was in de jaren die leidden naar de Amerikaanse Burgeroorlog uiteraard een heel ander soort instituut dan ten tijde van het interbellum, toen Wall Street steeds meer aanzien onder het gewone volk verwierf. Decennialang was de beurs hoofdzakelijk een instrument van de Amerikaanse regering, die geld nodig had om land op te bouwen. Bedrijven waren voor financiering veelal nog aangewezen op familievermogen, en het zou zeker nog een eeuw duren voordat ondernemingen aandelen uitgaven om aan kapitaal te komen.

De aandelenmarkt trok echter al snel aan door de verkoop van aandelen in spoorwegmaatschappijen en door de goudkoorts aan de westkust, waardoor er in New York steeds meer banken werden opgericht. Van 's werelds grootste schuldenaar werden de VS een van 's werelds belangrijkste geldleners, met name in de aanloop tot de grote wereldoorlogen. Sterker nog: de VS namen de rol van Engeland als financiële wereldmacht over en Wall Street werd al gauw het episch centrum van alle ontwikkelingen.

Toch zou het nog heel lang duren voordat Wall Street ook echt van het volk werd. Dat wilde in eerste instantie helemaal niets weten van de vuile spelletjes van robber barons als Cornelius Vanderbilt, Daniel Drew en Jay Gould, die fors geld verdienden met de manipulatie van aandelen in de Erie spoorweg, beter bekend als de `hoerenmadam van Wall Street'. Decennialang werd Wall Street beschimpt in spotprenten en kluchten.

President Thomas Jefferson waarschuwde in zijn tijd al dat een aristocratie die door geld wordt beheerst, de staat zou corrumperen. Dat beeld bleef nog lang bestaan: in 1920 gooiden anarchisten zelfs een bom bij de Exchange naar binnen omdat ze de handel in aandelen laakbaar vonden. Toch nam de fascinatie voor Wall Street alleen maar toe. Schrijvers als Mark Twain, Frank Norris en Jack London lieten zich in toenemende mate inspireren door wat zich op en buiten de beursvloer afspeelde, wat onder meer resulteerde in Twains The Gilded Age en (veel later) Tom Wolfes The Bonfire of the Vanities. Vanaf 1870 was Wall Street al een heuse toeristische attractie. In de Roaring Twenties werd de aandelenhandel zelfs zo populair dat Wall Street-technici niet wisten hoe ze de tickertape met koersen sneller moesten laten draaien. De opkomst van radio, de auto en de geluidsfilm zorgde voor veel beroering onder de bevolking, net zoals internet dat in de jaren negentig zou doen. Steeds vaker werden kantoren geopend waar aandelen gekocht konden worden en er verschenen tickertapes op cruiseschepen en in schoonheidssalons. Filmster Mary Pickford had zelfs haar eigen tickertape. Zoals bekend barstte de bom in 1929, toen duizenden beleggers in paniek hun aandelen probeerden te dumpen en president Hoover de beursvloer liet sluiten om erger te voorkomen. Banken moesten de deuren sluiten, fabrieken en particulieren gingen failliet. Deze grootste beurskrach uit de geschiedenis dompelde de VS in een diepe recessie.

Fraser blijft in zijn boek erg lang in het – overigens wel boeiende – verleden hangen, waardoor de geschiedschrijving wat uit balans is geraakt. De titel van het boek heeft immers betrekking op het feit dat tegenwoordig ruim de helft van de Amerikaanse bevolking aandelen bezit. Maar Fraser maakt weinig woorden vuil aan de gekte rond de internetaandelen in de jaren negentig en de merger mania van de jaren tachtig, toen bedrijfsovervallers menige onderneming lieten fuseren. Tot slot kan hij nog net kwijt dat er nog vele donderwolken over de beurs zullen trekken, dat de impact van de bubbeleconomie onder Clinton eigenlijk niet veel voorstelde, dat het verzet tegen globalisering ,,gevaarlijke politieke sentimenten'' zou kunnen losmaken en zou kunnen leiden tot een ,,effectenmarkt in terrorisme''. Deze actuele onderwerpen had hij best eens wat meer kunnen uitdiepen.

Steve Fraser: Every Man a Speculator: A History of Wall Street in American Life. Harper Collins. ISBN-0-06-662048-1.

    • Jan Libbenga