Rebellen Atjeh gaan hun wapens inleveren

In Atjeh is een begin gemaakt met de uitvoering van het onlangs gesloten vredesakkoord. De rebellen moeten hun wapens gaan inleveren, de soldaten trekken zich terug.

Via de satelliettelefoon doet rebellencommandant Tengku Abdul Rani Bin Idris wel erg geheimzinnig over het aantal wapens van zijn strijders. Tengku Rani voert namens de Beweging voor een Vrij Atjeh (GAM) het bevel over het district Peureulak in Oost-Atjeh. Hij zegt echt niet te weten over hoeveel wapens zijn manschappen beschikken. Maar even later vertelt hij wel dat alle wapens inmiddels door hem persoonlijk zijn geteld. Zijn rebellen bewaken ze op het hoofdkwartier op een geheime plek in de bergen. Tengku Rani en zijn rebellen zullen hun wapens pas inleveren als de hoogste commandant van GAM, Muzakkir Manaf, daartoe opdracht geeft. Dat bevel is nog niet gekomen.

De rebellen beweren over 840 wapens te beschikken. De beweging zou nog 3.000 strijders tellen. De GAM leed grote verliezen tijdens de militaire noodtoestand die tot afgelopen voorjaar duurde. Het Indonesische leger arresteerde ruim 1.500 rebellen. Meer dan duizend rebellen werden doodgeschoten. Twee weken geleden kregen rebellen die gevangen zaten amnestie. Onder hen is de voormalige vredesonderhandelaar van de GAM, Tengku Amri Bin Ahmad Marzuki. Commandant Marzuki zegt dat de rebellen volgens afspraak de komende drie maanden in heel Atjeh hun wapens zullen inleveren. ,,Wie weigert, krijgt geen amnestie.''

Parlementslid Nasir Jamil (van de Partij voor Rechtvaardigheid en Welzijn, PKS) moet hartelijk lachen om de ferme taal van de voormalige onderhandelaar. Jamil is afkomstig uit Atjeh. Ooit was hij ook een sympathisant van de GAM. Hij gelooft niet dat de rebellenbeweging over zo weinig wapens beschikt. Bovendien is het niet moeilijk voor GAM om aan nieuwe wapens te komen. ,,In Maleisië en in Amerika woont een rijke Atjeese elite.''

Jamil is somber over het vredesproces in Atjeh. Hij ontvangt dagelijks telefoontjes van Atjeeërs die hem vertellen dat Indonesische soldaten zich nog steeds grof gedragen. ,,Soldaten leerden decennia lang dat iedere Atjeeër een potentiële rebel is. Soldaten en rebellen vertrouwen elkaar niet. Dat is een proces dat jaren zal duren.''

Jamil vertelt dat de meeste rebellen nog niet zijn teruggekeerd naar hun dorpjes. Ze komen overdag om hun familie te bezoeken. 's Nachts slapen ze liever in de jungle. Rebellen zijn bang voor wraak. In 2002 sloten de Indonesische regering en GAM ook een akkoord. Verschillende rebellen die toen uit de bergen terugkeerden werden gedood. Volgens Jamil is het beter dat de rebellen momenteel niet thuis slapen. ,,Burgers die door Indonesische soldaten zijn getraind, blijven actief''.

Rebellencommandant Rani vertelt dat hij pas naar zijn familie terugkeert als de hoogste rebellencommandant het bevel heeft gegeven. Hij wil graag als de oudste zoon de visvijvers en de rijstvelden voor zijn moeder beheren. Ze is weduwe. Soldaten schoten zijn vader voor zijn ogen dood.

Voor zijn rebellen zal het met de hoge werkloosheid een stuk lastiger zijn om terug te keren en in hun onderhoud te voorzien. De regering heeft ex-rebellen grond en geld beloofd. Maar volgens de parlementariër Jamil is daarvan nog niets terecht gekomen. ,,De regering heeft nauwelijks financiële middelen. We zijn voor de wederopbouw van Atjeh na de tsunami compleet afhankelijk van internationale donoren.''

Jamil ziet de toekomst somber in.,,In Atjeh draait nu alles om het vredesproces. Maar door de jarenlange oorlog heeft de economie flinke klappen opgelopen. De werkloosheid is enorm. Er is veel armoede. Als de overheid daar structureel niets aan verandert, staat er binnenkort opnieuw een rebellenbeweging op.''

    • Wilma van der Maten