`Onderwijs moet over grens kijken'

Het Nederlandse onderwijs moet internationaler worden. Scholieren en studenten moeten meer naar het buitenland, en lesprogramma's moeten zich meer richten op Europa en de wereld.

Dat schrijft de Onderwijsraad, het belangrijkste adviesorgaan van de regering op onderwijsgebied, in een vandaag verschenen advies. Internationale kennis en vaardigheden zijn noodzakelijk voor een sterke positie in een mondiale economie, schrijft de raad, terwijl bovendien ook de Nederlandse samenleving zelf steeds `buitenlandser' wordt.

De raad constateert dat vijftien jaar internationaliseringsbeleid in het onderwijs niet genoeg heeft opgeleverd. De komende vijf jaar moet er meer gebeuren, meent de raad. Zo moet er een vrijwillig keurmerk komen waarmee onderwijsinstellingen aan studenten kunnen laten zien hoe internationaal geörienteerd ze zijn.

Ook moet elk van de vier onderwijssectoren (primair, voortgezet en hoger onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs) een `loket' krijgen waar leerlingen, studenten en docenten vragen kunnen stellen over uitwisseling, beurzen en dergelijke. Dit kan ook een website zijn.

Het ministerie van OCW moet een actiever beleid gaan voeren waarbij curricula internationaler van aard worden, grensoverschrijdende contacten worden bevorderd en onderdelen uit met name het hoger onderwijs worden geëxporteerd. Bij dit laatste denkt de raad bijvoorbeeld de CITO-toets en het wiskunde-onderwijs.

Bij de opening van het academisch jaar, vorige week, constateerden universitaire bestuurders dat de universiteiten hard moeten werken aan verdere internationalisering. Ze willen vooral de komst van buitenlandse studenten naar Nederland bevorderen, en geëmigreerde wetenschappers proberen terug te halen. De koepelorganisatie voor universiteiten vindt het advies ouderwets en achterhaald. De organisatie gelooft niet in het nut van een keurmerk voor internationalisering.

INTERNATIONALISERING

pagina 8