Moeder én co-schapper in deeltijd

Sinds dit studiejaar kunnen geneeskundestudenten co-schappen lopen in deeltijd. In de praktijk is het soms ,,slopend''. Want de parttimers moeten hun roosters zelf regelen.

Soms zitten co-assistenten tijdens avonddiensten alleen maar urenlang te wachten. ,,Dan denk ik: wat dóe ik hier?'' zegt Annet Sollie. Liever had ze die doelloze momenten met haar vier kinderen doorgebracht. ,,Maar het hoort erbij: je moet gewoon in het ziekenhuis zijn en zo veel mogelijk meemaken.''

Sandra Goren (32) en Annet Sollie (35) zijn beiden moeder én vijfdejaars studenten geneeskunde aan de Universiteit Utrecht. Ze lopen co-schappen in deeltijd.

Dit jaar is het voor het eerst voor medicijnenstudenten mogelijk het praktijkgedeelte van de opleiding, het co-assistentschap, in deeltijd te volgen. Tijdens deze co-schappen lopen studenten geneeskunde mee met artsen op verschillende vakgebieden. Van studenten wordt ook verwacht dat zij weekend- of nachtdiensten meedraaien om ook op die tijdstippen ervaring op te kunnen doen.

In november vorig jaar adviseerde de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) dat universiteiten een regeling moeten treffen om zwangere studenten en studenten met zorgtaken de kans te geven hun studie tijdig af te ronden. Daar is ook steeds meer vraag naar. Want steeds meer geneeskundestudenten zijn vrouw. Waren in 2000 nog zevenduizend vrouwen ingeschreven bij de studie medicijnen, nu zijn dat er ruim tienduizend.

Onderwijsdirecteur van het VU-ziekenhuis in Amsterdam, Ronnie van Diemen, is aanjager van de regeling. Zij had aangedrongen op de uitspraak van de CGB. ,,Vrouwen beginnen ambitieus aan de opleiding met het idee chirurg te worden, maar halverwege zien we dat ze kiezen voor een minder belastende baan als bijvoorbeeld kinderarts. Terwijl we vrouwen in alle disciplines van de geneeskunde willen.'' Van Diemen signaleert ook dat studentes er steeds vaker voor kiezen tijdens de zesjarige opleiding kinderen te krijgen.

Aan de VU maken nu tien studenten, mannen én vrouwen, gebruik van de mogelijkheid om co-schappen in deeltijd te volgen. Zij hebben een rooster op maat gekregen, zegt Van Diemen. De CGB heeft aangedrongen op een uniforme regeling, maar Van Diemen hoopt zolang het aantal studenten beperkt blijft, regelingen op maat aan te kunnen bieden. De onderwijsdirecteuren van de medische faculteiten hebben afgesproken dat ze in september `iets' zullen regelen voor parttimers.

In de praktijk valt de `deeltijd' van Goren en Sollie tegen: hij kan maximaal 80 procent bedragen en studenten die er gebruik van willen maken, draaien vaak zelf op voor het organiseren van het deeltijdrooster. Per co-schap, dat elke zes weken wisselt, moeten studenten steeds apart afspraken maken om het rooster met onregelmatige diensten van vaak meer dan 60 uur per week aan te passen. Dat gaat niet altijd vlekkeloos. ,,Als je wat anders wil dan het normale, ziet zo'n roosterplanner je toch als een zeur'', zegt Sollie.

Volgens opleidingsdirecteur van het Utrechts Medisch Centrum, Jan Borleffs, is er geen andere oplossing mogelijk dan dat de roosters steeds op maat worden afgestemd: ,,Het is zonde om een co-schapplaats half in te vullen.'' Borleffs is tevreden over de wijze waarop de twee studentes hun deeltijd co-schappen hebben geregeld. ,,Sollie en Goren waren voor ons de eerste studenten die vroegen om zo'n regeling. We hebben er lang over nagedacht, uiteindelijk maken de dames nu zelf een plan dat zij voorleggen aan de examinator van elke vakgroep. Onze randvoorwaarde is dat ze 80 procent van de tijd vol maken en afspraken maken over compensatie. Ze lopen nu één dag per week minder co-schappen. Om die dag in te halen zien ze af van de vrije compensatiedag voor weekenddiensten.''

Goren en Sollie vinden dat het organiseren van het aangepaste rooster meer inspanning kost dan dat het iets oplevert. Elke zes weken volgen co-assistenten de dagelijkse praktijk bij steeds een andere vakgroep. Om te organiseren dat Goren en Sollie een dag per week thuis kunnen zijn om hun kinderen op te vangen, moeten ze ruim op tijd vooruitdenken en alvast proberen afspraken te maken met de nieuwe docenten. En dan nog: ,,Soms moet je verplicht om kwart voor acht 's ochtends bij de patiëntenoverdracht zijn, dan moest ik elke dag om half zeven de deur uit'', vertelt Sollie. ,,Mijn man had het toen wel gehad, hij moest wekenlang in zijn eentje de kinderen ontbijt en avondeten geven: ik schoof gewoon aan.''

Goren vindt dat er een apart rooster voor deeltijdstudenten moet komen. De hiërarchie en de ,,muurvaste'' structuur van de studie geneeskunde laten volgens de studentes weinig ruimte voor flexibiliteit. Nu loopt de roosterindeling steeds spaak op ,,lulligheidjes'', zoals groepjes die vol zitten. ,,De onderwijsdirecteuren spreken af dat deeltijd mogelijk moet zijn, maar degenen die de roosters maken krijgen de middelen niet'', zegt Goren.

Toch willen ze benadrukken dat bij specialisten vaak wél begrip is voor hun situatie. ,,Ik liet me ontvallen dat mijn dochter ziek was, meteen stuurden de artsen me bezorgd naar huis omdat ik er `anders toch niet met mijn hoofd bij was'. Terwijl ik al lang een oppas had geregeld'', zegt Sollie. Het is ,,slopend'' om alles tegelijk te regelen: kinderen, dagverblijf, partner, oma's en dan nog studeren. Toch is het alle moeite waard: ,,Ons doel blijft om goede artsen te worden'', zegt Goren.

    • Olga van Ditzhuijzen