Miljoenennota is alom

De miljoenennota 2006 ligt weer eens een week te vroeg op straat. Sinds RTL Nieuws dinsdagavond als eerste meldde in het bezit te zijn van de nota, is zo ongeveer heel journalistiek Den Haag in het bezit van een versie van het stuk dat eigenlijk pas op prinsjesdag openbaar mag worden. En iedereen publiceert er wel iets uit. Niet omdat er iets nieuws in staat, maar om te laten zien dat `we hem hebben'.

Dit Haagse spelletje wordt mede ingegeven door het feit dat NRC Handelsblad voor het tweede jaar op rij weigert de formele embargo-regeling te tekenen. Die regeling bepaalt dat de stukken zaterdag aan journalisten worden uitgedeeld, maar dat die moeten beloven daarover pas dinsdagmiddag te publiceren. Nadat de regeling drie jaar geleden werd geschonden, bepaalde de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) dat andere media zich alsnog aan het embargo dienden te houden, hoewel het geschonden is. Deze krant wil zich het recht voorbehouden bij schending van het embargo wel te publiceren en tekent sindsdien niet meer voor de stukken.

Mede doordat NRC Handelsblad de handen dus vrij heeft om op elk gewenst moment over de miljoenennota te publiceren, ontstond een wedstrijd om als eerste de stukken te hebben. Het ministerie van Financiën, dat het stuk dinsdag gewaarmerkt (op iedere pagina staan de initialen van de ontvanger) naar de twaalf fractievoorzitters stuurde, betreurt deze gang van zaken en wijst de beschuldigende vinger naar de Tweede Kamer.

Vervolgens beschuldigde Kamervoorzitter Weisglas Financiën ervan `zijn' fractievoorzitters in diskrediet te brengen zonder daarvoor enig bewijs te hebben. Weisglas wil de embargoregeling in stand houden zodat Kamerleden zich beter op de debatten over de miljoenennota zouden kunnen voorbereiden.