Mantelzorg lijdt niet onder hoge arbeidsparticipatie

Het aantal mantelzorgers is de laatste vijftien jaar stabiel gebleven, ondanks het toenemend aantal vrouwen dat sinds die tijd is gaan werken. Dat blijkt uit het rapport Kijk op informele zorg van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Naar verwachting zal de komende vijftien jaar de vraag om hulp door familie of vrienden afnemen, omdat veel oudere hulpbehoevenden een goede financieel-economische positie hebben en een beroep kunnen doen op particuliere zorg.

In een eerder onderzoek over mantelzorg, uit 1991, werd gevreesd dat het aantal mantelzorgers zou afnemen. Naar aanleiding van de voorspelling dat meer vrouwen zouden gaan werken, vermoedden onderzoekers toen dat deze groep zich niet meer zou inzetten als mantelzorger. Dat blijkt nu onjuist. De helft van het aantal mantelzorgers, waaronder nog altijd twee keer zoveel vrouwen als mannen, heeft daarnaast een baan in deeltijd. Of dat een gevolg is van hun werk als mantelzorger, is niet onderzocht.

Volgens onderzoekster A. de Boer hangt de vraag naar mantelzorg ook af van het aanbod in de professionele thuiszorg. ,,Op dit moment voldoet de combinatie van mantelzorg en thuiszorg. Maar als de thuiszorg verslechtert, zal er weer meer mantelzorg zijn.'' De Boer merkt op dat de mantelzorg altijd blijft bestaan. ,,Je verwacht dat mensen `druk druk druk' zijn en geen tijd hebben om zorg te verlenen. Maar als het nodig is, dan is er toch altijd hulp.''

De inzet van mantelzorgers moet tegelijkertijd niet worden onderschat, vindt De Boer: ,,Veel mensen zijn overbelast doordat ze vrije tijd moeten opofferen aan hulp voor familie of bekenden.''

De Boer signaleerde in het onderzoek dat informele hulpverleners weinig ondersteuning hebben. Werknemers kunnen weliswaar een beroep doen op zorgverlof en om die reden vrij nemen, ,,maar wie structureel voor een chronisch ziek familielid moet zorgen, heeft niks aan een periodiek verlof''. Ook moet volgens De Boer een oplossing worden gezocht voor mantelzorgers die hoge reiskosten hebben om zorg te kunnen bieden.

De Boer wijst erop dat mantelzorgers tegelijkertijd bijdragen aan besparingen. Door hun zorg wordt opname in een duur verzorgingstehuis vermeden of uitgesteld.