Kwartje van Kok is al terugbetaald: in asfalt

Door de hoge benzineprijzen aan de pomp keert het `kwartje van Kok' terug op de politieke agenda. Maar waar is dat kwartje? Al lang weer terug bij de automobilist – in de vorm van extra asfalt.

De hoge benzineprijzen zorgen overal in Europa voor beroering. Bij burgers, bedrijven en politici. In Hongarije verlaagt de centrum-linkse regering van Hongarije een dezer dagen de BTW op brandstoffen van 24 procent naar 20 procent. De Belgische regering heeft aangekondigd compenserende maatregelen te nemen vanwege de hoge olieprijs. In Groot-Brittannië, waar de prijs van een liter benzine de afgelopen dagen boven het pond (1,485 euro) uitsteeg, keerden woedende vervoerders zich tegen de oliemaatschappijen.

De Nederlandse regering doet vooralsnog weinig om de hoge kosten voor automobilisten te verzachten. Wel zal volgend jaar worden afgezien van de automatische verhoging van de accijnzen op brandstof. Kamerlid Max Hermans (LPF) wil dat er meer gebeurt. Het zogenoemde kwartje van Kok (een in 1991 ingevoerde extra accijns op brandstof) moet, nu de brandstofprijzen aan de pomp rond de 1,50 euro per liter schommelen, per direct worden teruggegeven aan de automobilist. Hermans opende deze week een website (www.kwartjevanons.nl) waarop hij handtekeningen verzamelt van burgers om die met prinsjesdag aan minister Zalm (Financiën, VVD) te kunnen overhandigen. De hogere brandstofprijzen dreigen de beloofde koopkrachtreparatie uit te hollen, en daarom is actie noodzakelijk, meent Hermans. En wat is er dan makkelijker dan het gewraakte kwartje van Kok weer ter discussie te stellen?

Uit antwoorden op Kamervragen, gesteld door LPF en SP, blijkt dat de recente stijging van de brandstofprijzen grote gevolgen heeft voor automobilisten. Verantwoordelijk staatssecretaris Joop Wijn (Financiën, CDA) schrijft deze week dat een gemiddelde automobilist met een benzineauto (jaarlijks goed voor 13.000 kilometer) aan het begin van het jaar 1.285 euro kwijt zou zijn om die afstand te rijden en nu, met de hoge benzineprijs, 1.580 euro. Omgerekend een lastenverzwaring van bijna 25 euro per maand. Dieselrijders zijn (bij een gemiddeld aantal kilometers van 30.000 per jaar) ruim 33 euro per maand duurder uit dan aan het begin van het jaar.

Maar hoe zat het ook alweer met het kwartje van Kok? Het kwartje werd op 6 juli 1991 ingevoerd. Het was bedoeld om het enorme begrotingstekort waar het derde kabinet-Lubbers mee kampte, enigszins te dichten. Formeel was de accijnsverhoging ook bedoeld om ,,de kosten van het autogebruik meer in overeenstemming te brengen met de kosten van het openbaar vervoer'', maar dat argument heeft nooit echt een rol van betekenis gespeeld in de discussie.

Het kwartje is overigens niet door Kok ingevoerd, zoals de beeldspraak wil, maar door diens staatssecretaris, de CDA'er Marius van Amelsvoort. Het kwartje van Kok moet dus eigenlijk het kwartje van Van Amelsvoort heten.

De toenmalige accijnsverhoging van 25 cent (11,34 eurocent inclusief BTW) gold alleen voor loodhoudende benzine. Voor euro-loodvrij werd een verhoging van 21,7 cent (9,8 eurocent inclusief BTW) doorgevoerd. Diesel kreeg er 8,3 cent (3,8 eurocent inclusief BTW) bij. Kok, als minister uiteindelijk wel verantwoordelijk voor de beslissing, heeft nadrukkelijk nooit toegezegd dat het kwartje een tijdelijke maatregel zou zijn.

Naast het kwartje van Kok werd de accijns op benzine overigens nog tweemaal autonoom verhoogd (dus los van de jaarlijkse verhoging van de accijns gebaseerd op de inflatie). Dat gebeurde in 1994 en 1997, beide keren met omgerekend ongeveer 5 eurocent per liter. De verhoging in 1997 werd echter gecompenseerd met een verlaging van de motorrijtuigenbelasting, hetgeen paste in het kabinetsbeleid om het bezit van de auto minder te belasten en het gebruik ervan juist meer (de zogenoemde variabilisatie).

De discussie over het kwartje was onder de paarse kabinetten een regelmatig terugkerend thema. Het CDA, in die periode in de oppositie, probeerde er goede sier meet te maken. Toen in 2002 het CDA samen met VVD en LPF ging regeren, werd op instigatie van de LPF afgesproken dat het kwartje zou worden teruggegeven aan de pomp.

Het eerste kabinet-Balkenende viel echter na 87 dagen, en in de nieuwe coalitie die halverwege 2003 aantrad (CDA, VVD en D66) bleek de animo voor teruggave aan de pomp klein, mede gezien de verslechterende economie. Als compromis werd afgesproken dat de opbrengst van het `kwartje' aangewend zou worden voor wegen en voor onderhoud van openbaar vervoer en vaarwegen. Het gaat om een gemiddeld bedrag van 530 miljoen euro per jaar vanaf 2004. Daarmee is het kwartje de facto al teruggegeven aan de burger, zij het niet aan de pomp.