Hoe slechter hoe beter - voor Merkel

Het gaat een klein beetje beter met de Duitse economie, het belangrijkste thema van de verkiezingen zondag. Angela Merkel dringt aan op sanering, Schröder waarschuwt voor een `ellebogensamenleving'. Voor Merkels strategie is economische bloei fnuikend.

Het beeld staat er nog niet zo lang. Op de Adenauerplatz in Berlijn stapt een kleine bronzen man parmantig richting Kurfürstendamm. Hoed in de hand. De beeldhouwster gaf de eerste naoorlogse kanselier Konrad Adenauer een verende tred en wapperende jaspanden. Het kleine ronde gezicht kreeg een vastberaden, vriendelijke blik.

Angela Merkel kwam dit voorjaar langs om het beeld te onthullen. Ze wil graag in de voetsporen van haar illustere partijgenoot treden. Afgaande op de peilingen maakt ze bij de Bondsdagverkiezingen zondag een redelijke kans.

Merkel verwijst graag naar Adenauer en zijn minister van Economische Zaken, Ludwig Erhard. De Oost-Duitse Merkel toont daarmee dan aan dat ze haar West-Duitse klassiekers kent en thuis is in het erfgoed van de christen-democraten. Maar ze verwijst ook graag naar een tijd waarin Duitsers weer vertrouwen kregen in de toekomst en de Duitse economie weer begon te floreren. Ook Merkel wil graag de architect worden van een Wirtschaftswunder.

De politieke strategie van Merkel is gebouwd rond de slogan van James Carville, voormalig adviseur van Bill Clinton. ,,It's the economy, stupid.'' De Duitse economie is in die optiek de achilleshiel van de regering-Schröder: SPD en Groenen hadden zeven jaar de tijd om orde op zaken te stellen en het is er alleen maar slechter op geworden.

De Duitse verkiezingscampagne had eigenlijk geen ander thema. Schröder teert nog steeds op het `vredesdividend' dat hij verdiende met zijn halsstarrige verzet tegen de oorlog in Irak en hij herinnerde de Duitse kiezer daar graag nog eens aan. Merkel schoof haar verzet tegen een EU-lidmaatschap van Turkije af en toe naar voren. De multiculturele samenleving met al haar fricties bestond in de Duitse verkiezingsstrijd niet.

Bovenal werd gestreden over belastingen en gezondheidszorg, over CAO's en ontslagrecht, over pensioenpremies en bezuinigingen. En, uiteraard, over de werkloosheid, die met ruim 11 procent al jaren stabiel hoog is. In een aantal regio's zit zelfs 25 procent van de beroepsbevolking zonder werk. En dat zijn dan nog maar de officiële cijfers.

Merkels verkiezingsprogramma, dat ze alvast `regeringsprogramma' doopte, omvat 39 pagina's. De eerste dertig pagina's gaan over economie. Titel: Deutschlands Chancen nutzen. Wachstum. Arbeit. Sicherheit. Teneur: de verzorgingsstaat van Ludwig Erhard moet ingrijpend gemoderniseerd worden, pas dan kan Duitsland weer zijn potentieel volledig benutten.

In de campagne trok Merkel de aandacht met de benoeming van economische adviseurs. Zo wist ze voormalig Siemens-topman Heinrich von Pierer voor zich te winnen. Een ondernemer in hoog aanzien, en, pikant, een incidentele tennispartner van kanselier Schröder. Pierer moet na de verkiezingen een denktank over innovatie leiden.

Merkels beoogd minister van Financiën, de partijloze hoogleraar Paul Kirchhof, beheerste wekenlang het debat met zijn pleidooien voor een flat tax, een eenheidstarief. Kirchhof wil dat vrijwel iedereen 25 procent inkomstenbelasting betaalt. De ruim 400 belastingsubsidies worden dan geschrapt. Zo worden de Duitse belastingen rechtvaardiger en doorzichtiger, predikt Kirchhof.

Merkel moest de kiezer ervan overtuigen dat zij de problemen beter de baas kan dan kanselier Schröder. Daartoe moest ze op de eerste plaats economische kennis etaleren. Dat lukte de fysicus aardig. In opinieonderzoek prijzen kiezers haar kundigheid. Toen ze een keer netto en bruto verhaspelde had de SPD een vrolijke dag, maar de uitglijder bleef een incident.

Ze moest ook evenwichtigheid demonstreren. Ze moest daadkrachtige hervormingen beloven, maar ze mocht daarbij niet te hard van stapel lopen. Ze mocht niet de indruk wekken dat ze afkoerst op een kille kapitalistische samenleving. Ook de Duitse conservatieven hechten aan maatschappelijke solidariteit en sociale vangnetten.

In de slotfase van de verkiezingsrace probeerde Schröder haar met alle macht in de hoek van Margaret Thatcher te drukken, de voormalige Britse premier die in het Duitse geheugen vooral voortleeft als de personificatie van de cirkelzaag. ,,Merkel wil de verzorgingsstaat afbreken'', riep Schröder op een SPD-congres. De samenleving van Merkel is een ,,ellebogensamenleving'' waar ,,nijd en afgunst'' regeren. Merkel zet de ,,interne vrede'' op het spel.

Merkel doceerde het medicijn daarom behoedzaam. Ze wil het hoge BTW-tarief met 2 procentpunten verhogen tot 18 procent en in ruil daarvoor de WW-premie verlagen. De idee daarachter is dat de factor arbeid te duur is omdat de premiecomponent in de loonkosten te hoog is. Wijzigingen in pensioenstelsel en gezondheidszorg komen pas later aan bod.

Met de benoeming van Paul Kirchhof raakte Merkel evenwel in de vuurlinie. In eerste instantie zorgde de hoogleraar met zijn visioen van een eenvoudiger belastingstelsel voor een frisse wind in de campagne. Maar toen bleek dat ook vooraanstaande christen-democraten zo hun twijfels hebben over de rechtvaardigheid van 's mans ideeën, raakte Merkel in het defensief. Christian Wulff, minister-president in Nedersaksen, verklaarde bijvoorbeeld dat een eenheidstarief niet beantwoordt ,,aan het rechtvaardigheidsgevoel in Duitsland''. Prompt richtte Schröder al zijn pijlen op ,,die professor uit Heidelberg'', die van heel Duitsland een laboratorium wil maken.

Merkel werd gedwongen tot een ongemakkelijke spagaat. Ze hield vast aan haar schaduwminister, maar bond hem wel op het hart om toch vooral voor het behoedzame partijprogramma te werven en niet voor zijn toekomstvisioenen. Merkel wil in eerste instantie de tarieven verlagen (top van 42 naar 39 procent) en in ruil daarvoor enkele privileges schrappen, zoals de geliefde fiscale subsidie op de bouw van een huis. Maar het belastingstelsel blijft voorlopig progressief. Kirchhof moet een paar jaar wachten voordat hij aan zijn flat tax toekomt – als het al ooit zover komt.

De kiezer moest er uiteraard wél van doordrongen worden dat de economie inderdaad een immens probleem is. Hoe slechter de situatie, des te logischer is een keuze voor Merkel. Het leek erop dat Merkel die horde cadeau kreeg. Het Duitse publieke debat wordt al drie jaar volledig beheerst door economische jobstijdingen en een slepend discours over mogelijke oplossingen. De Duitse kiezer gaat er bijkans onder gebukt. De binnenlandse bestedingen zijn op een dieptepunt omdat de consument uit angst voor werkloosheid zijn geld vasthoudt. Het geboortecijfer is lager dan in omringende landen. Economische bloei is fnuikend voor Merkels strategie.

In de grote kiosk aan de Adenauerplatz was The Economist drie weken geleden razendsnel uitverkocht. Op de gele cover stond een zwarte Duitse adelaar die met zijn spierballen rolde. Het hoofdcommentaar droeg de titel `Het herstel van een eertijds ziek land'. Duitsland niet meer ziek? Wat nu, Frau Merkel?

Schröder was er als de kippen bij. Tijdens een tv-optreden trok hij het Britse blad uit zijn zak en zwaaide er triomfantelijk mee. Zijn boodschap: het buitenland ziet wat wij niet meer zien, mijn beleid werpt vruchten af, Merkel maakt het land onnodig zwart. Zijn woordvoerder liet het blad prompt bij politieke redacteuren bezorgen.

The Economist beschreef twee lichtpunten in de Duitse economie. Een aantal cruciale macro-economische grootheden die jarenlang in de min stonden, neigen deze zomer opeens naar plus. De werkloosheid daalt. Hééél licht. Maar ze daalt. Het vertrouwen van ondernemers in de toekomst nam een aantal maanden toe (maar hapert sinds de publicatie van The Economist weer). De consument vertrouwt het nog niet helemaal, maar als de werkloosheid echt daalt zal de binnenlandse vraag ook weer aantrekken. De metertjes op het instrumentenpaneel staan opeens de goede kant op, nog niet overtuigend in het groen, maar ook niet meer op de bodem in de rode zone.

Echte redenen tot vreugde vond The Economist onder de motorkap van de Duitse economie. Het Duitse bedrijfsleven heeft de afgelopen jaren zinvol benut. Men heeft gesaneerd en vooral de loonkosten verlaagd. Het dure Duitsland heeft een concurrentievoordeel behaald op onder andere Frankrijk en Nederland. De Oeso becijferde dat sinds 1999 de arbeidskosten in Duitsland zijn gedaald ten aanzien van het gemiddelde in de eurozone.

De sanering is voltrokken in samenwerking met de vakbonden die zich flexibeler hebben opgesteld dan hun reputatie doet vermoeden. Loononderhandelingen worden centraal gevoerd, maar de bonden zijn in een aantal bedrijven akkoord gegaan met lagere lonen om productievestigingen in Duitsland te behouden. De kracht van de bedrijven weerspiegelt zich in stijgende resultaten en stijgende koersen. Als deze bolide op gang komt, aldus het blad, dan gaat het ook meteen hard.

De Duitse economie heeft al jaren twee gezichten. De export is het mooie gezicht. Lang voordat het geruchtmakende goednieuws-verhaal van The Economist verscheen was de kracht van het Duitse bedrijfsleven af te lezen aan de formidabele exportcijfers. De Duitse handelsbalans heeft een overschot, Duitsland is Exportweltmeister. Maar de lage economische groei van gemiddeld 1,2 procent in de afgelopen zeven jaar, de stakende consumenten en de hoge werkloosheid vormen samen de Duitse tronie.

Schröder onderstreepte graag dat het glas halfvol is, dankzij zijn maatregelen. Hij heeft de basis gelegd voor een opwaartse beweging. Hij heeft immers gesleuteld aan belastingen, pensioenen, gezondheidszorg én hij heeft de werkloosheidsuitkering verlaagd. Op de valreep kreeg hij deze week steun van Wereldbank-dochter IFC. Uit onderzoek was gebleken dat Duitsland in de afgelopen jaren een van de weinige landen is geweest die daadwerkelijk hebben geprobeerd de verzorgingsstaat te saneren. Weer een goed rapportcijfer voor Schröder, die op de internationale autotentoonstelling in Frankfurt glunderend naar de studie verwees.

Schröder wil aan de macht blijven om zijn beleid van behoedzame hervormingen door te zetten. Zijn tragiek is dat hij wel maatregelen heeft genomen, maar dat de winst nog niet zichtbaar is. Hij begon te laat. Schröder kwam in 1998 aan de macht, de hervormingen begonnen pas in het voorjaar van 2003.

Merkel ziet het glas eerder als halfleeg en staat te popelen om het bij te vullen. Er moet veel meer gebeuren dan Schröder wil doen geloven, is haar boodschap. Met een permanente stroom suggesties en nieuwe adviseurs trok ze veel aandacht en wekte de indruk dat ze meer animo heeft om de problemen te lijf te gaan dan Schröder.

Beiden konden goed uit de voeten met The Economist. Schröder om te bewijzen dat hij toch niet alles verkeerd gedaan heeft. Merkel om te bewijzen dat de Duitse bolide alleen van start gaat als er consequent verder wordt gemoderniseerd.

www.nrc.nl/duitslandkiest

Weblog Michel Kerres over verkiezingen