Geen referenda maar `mandaatstemmen'

Er zijn andere manieren dan referenda om de legitimatiecrisis aan te pakken waarmee de Nederlandse politiek al zo lang en zo vruchteloos worstelt, meent B. Staal.

Na het referendum over de Europese Grondwet was de stemming in politiek Den Haag euforisch. Referenda zouden goed zijn voor de democratie. Helaas is niets minder waar. Het met regelmaat buiten het parlement plaatsen van de politieke besluitvorming maakt onze vertegenwoordigende democratie vleugellam. Bovendien zal menig voorstel al in de Tweede Kamer stranden omdat het misschien niet door de kiezer zal worden geslikt. Lastige beslissingen kunnen dan bijna niet meer worden genomen.

Toch is duidelijk geworden dat burgers meer invloed willen en moeten krijgen op de politiek, zonder voortdurend zelf aan de knoppen te draaien. Er zijn andere manieren dan referenda om de legitimatiecrisis aan te pakken waarmee de Nederlandse politiek zo vruchteloos worstelt.

Dat zou bij uitstek kunnen tijdens verkiezingen, dus voorafgaand aan de besluitvorming. Laat de kiezer een aantal stemmen uitbrengen: op een partij, op een persoon (zoals in Duitsland) en daarnaast over een aantal concrete onderwerpen in zogenaamde mandaatstemmingen. Concrete stemmingen over grote, richtinggevende vraagstukken, die voor de volgende vier jaren van belang zijn. Bijvoorbeeld wel of geen kernenergie, verdere privatisering, extra investeringen in het onderwijs, versoepeling van het ontslagrecht. Bindend of niet bindend maakt niet veel uit; de uitslag kan niet worden genegeerd, dat heeft de stemming over de Europese Grondwet ons wel geleerd.

Voorafgaand aan de verkiezingen stelt de Tweede Kamer maximaal drie of vier vragen vast die tijdens de verkiezingen aan de kiezers worden voorgelegd. Interessant is dat niet op voorhand de verhoudingen binnen de huidige coalitie bepalend zullen zijn voor de keuze van onderwerpen. Geen enkele partij weet immers welke nieuwe coalitie na de verkiezingen zal ontstaan, ook niet als coalitiefracties inzetten op voortzetting van het bestaande kabinet. Bovendien zullen alleen thema's die van groot belang zijn voor de komende vier jaar als mandaatstemmingen aan de verkiezingen worden toegevoegd, omdat politieke partijen zich na afloop van de verkiezingen niet het verwijt van kiezers kunnen permitteren dat slechts ondergeschikte onderwerpen aan hen zijn voorgelegd.

De winst is dat verkiezingen ergens over gaan. Campagnes zullen feller en duidelijker worden. Politieke partijen zullen veel duidelijker met hun standpunten naar buiten moeten komen. Daarnaast wordt de invloed en daarmee de verantwoordelijkheid van de kiezer vergroot. De kiezer legt immers zelf in het stemhokje een deel van het nieuwe regeerakkoord vast. Daarnaast kennen we allemaal het verschijnsel dat bijna niemand zich meer volledig thuis voelt bij één politieke partij. Als mensen dan toch gaan stemmen is de kans groot dat uitgerekend de punten die ze van belang vonden sneuvelen in de politieke tombola van de kabinetsformatie. Is het dan vreemd dat steeds meer kiezers afhaken omdat `de politiek' niet te vertrouwen is? Links en rechts, conservatief en progressief zijn voor een groot deel inwisselbare grootheden geworden.

Een ander voordeel van mandaatstemmingen is dat kabinetsformaties veel interessanter worden. Men kan niet meer volstaan met alleen het vormen van een coalitie op basis van een parlementaire meerderheid. Er zal verder rekening moeten worden gehouden met de uitslag van de deelstemmingen en die kan heel goed haaks staan op dat wat de beoogde coalitiefracties willen. Maar daarover hoeft tenminste niet meer te worden onderhandeld. Kabinetsformaties worden nog sneller en efficiënter wanneer bij de verkiezingen een kiesdrempel van vijf procent wordt ingevoerd. Doordat meer stemmen nodig zijn om deel uit te maken van de volksvertegenwoordiging, zullen kleine partijen uit het parlement verdwijnen, of vormen zij de linker- of rechtervleugel van grote fracties. We gaan dan echt op weg naar minder politieke partijen en bovendien is het grote voordeel dat driepartijencoalities tot het verleden zullen behoren. Dat vermindert de noodzakelijkheid van slappe poldercompromissen.

Nog meer dan op landelijk niveau zal het invoeren van mandaatstemmen een positief effect hebben bij verkiezingen voor gemeenteraden en provinciale staten. Het gaat dan immers om onderwerpen in de eigen achtertuin. Waarom mogen gemeenteraads- of provinciale statenverkiezingen niet ook gaan over het openhouden van het zwembad, het wel of niet ontwikkelen van een nieuw bedrijventerrein of het plaatsen van windmolens in de provincie? Decentrale verkiezingen worden dan eindelijk echt decentraal. Nu nog zijn gemeenteraadsverkiezingen niet veel meer dan een betrouwbare tussentijdse opiniepeiling voor de landelijke politiek. Het gaat over van alles, maar niet over het eigen gebied.

Zie hoe ieder kabinet met een schijnvertoning vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen het de kiezer naar de zin probeert te maken. Ook nu weer. Zes maanden voor de gemeenteraadsverkiezingen wordt koopkrachtreparatie aangekondigd. Straks moeten raadsleden en wethouders tijdens de campagne goede argumenten hebben om de kiezer te overtuigen van concrete zaken die voor de eigen gemeente of provincie van belang zijn. Daar waren lokale en provinciale verkiezingen toch voor bedoeld?

Om de autonomie van gemeente- en provinciebesturen te versterken zullen bovendien de gemeenteraads- en statenverkiezingen moeten samenvallen en vervolgens per provincie in de tijd worden gespreid.

Dan wordt de `vervuilende' invloed van de landelijke politiek definitief een halt toegeroepen. Het is positief dat Minister Pechtold (Bestuurlijke Vernieuwing) heeft aangegeven een voorstel in deze richting te zullen doen.

Meer invloed voor de kiezer is niet ingewikkeld te realiseren; een wijziging van de Kieswet is waarschijnlijk voldoende. Met name noodzakelijk is de politieke wil om binnen ons vertegenwoordigend systeem meer invloed aan de kiezer te geven.

De Haagse politici moeten, ten bate van het algemeen belang, een deel van hun macht uit handen geven. Zou `Den Haag' die zelfopoffering kunnen opbrengen?

Mr. B. Staal is commissaris van de koningin in Utrecht.

    • B. Staal