De lastige erfenis van `1 juni'

De volksraadpleging over de Europese Grondwet van 1 juni houdt de gemoederen nog steeds bezig. Het `nee' van 1 juni heeft gevolgen voor het parlement, het kabinet en ambtenaren in Brussel.

Het is inmiddels een vertrouwd patroon: Kamer en kabinet steggelen al weken lang achter de schermen over de vraag wie het voortouw moet nemen bij de Brede Maatschappelijke Discussie over Europa. Deze `BMD' is de kiezers beloofd na de afwijzing van het Europees Grondwettelijk Verdrag in het referendum van 1 juni. Het debat moet burgers de gelegenheid geven mee te praten over het Europabeleid en daarmee de kloof tussen Brussel en burgers verkleinen.

Het kabinet vindt dat de Kamer, die het nationaal Europadebat immers wilde, het voortouw moet nemen. Omgekeerd vindt de Kamer dat het kabinet niet langs de zijlijn kan blijven staan bij zo'n belangrijk onderwerp. Het ongemakkelijk geschuif tussen de twee doet denken aan de openlijke discussies tussen Kamer en kabinet, dit voorjaar, over de vraag wie het voortouw moest nemen bij de referendumcampagne over de Europese Grondwet.

De volksraadpleging mag dan inmiddels ruim honderd dagen geleden zijn, Den Haag heeft nog steeds moeite met de verwerking van het nee. De meeste Kamerleden willen eigenlijk weer af van de BMD, omdat die meer problemen schept dan oplost. En het kabinet vraagt zich af hoe zijn Europabeleid meer samenhang kan krijgen.

De worsteling met `1 juni' heeft onder meer te maken met 2 juni. Op de dag dat iedereen in Den Haag nog in opperste verwarring verkeerde, nam de Tweede Kamer de motie over de BMD aan van SP'er Harry van Bommel – een van de winnaars van het referendum. Een nuttig ding, en daarom het steunen waard, redeneerden de meeste Kamerleden toen. Immers, met de BMD hoefde niemand van het kabinet af te treden na de nederlaag (dit in tegenstelling tot Frankrijk), maar kregen de nee-stemmers in het land toch de indruk dat hun signaal in Den Haag werd opgepikt. Maar daarmee hield de ratio achter de steun voor de motie-Van Bommel wel op. ,,Voor de rest regeerde die dag de emotie'', zegt een Tweede-Kamerlid dat anoniem wil blijven. ,,Als we bij motie hadden besloten om met z'n allen touwtje te gaan springen, hadden we dat ook gedaan.''

De VVD-fractie stemde tegen de motie-Van Bommel en is nog steeds tegen de BMD. Fractiespecialist Hans van Baalen zegt: ,,Het risico is te groot dat kabinet, Kamer en maatschappelijke organisaties nog eens het volk gaan uitleggen waarom de nee-stemmers van 1 juni ongelijk hadden. Bovendien, we weten toch al waarom de mensen nee zeiden? Dat hoeven we ze toch niet weer te gaan vragen?'' De Tweede Kamer maakt binnenkort duidelijk hoe zij deze bezwaren denkt te ondervangen.

Een ander probleem vormt het Europabeleid zelf. Bij grote, politiek gevoelige dossiers, zoals de eis van het kabinet tot een lagere financiële afdracht aan de Europese Unie, slaat het kabinet een kritische toon aan tegenover Brussel. Bij nieuwe uitbreidingen van de EU, zoals met Roemenië, Bulgarije en – wellicht – Turkije is de Haagse houding gereserveerd. En de Nederlandse onderhandelaars in het Europese circuit merken dat in de instructies uit Den Haag veel scherper dan vroeger wordt gesteld of Nederland al dan niet akkoord moet gaan met bepaalde voorstellen. ,,Wij zijn voorzichtiger geworden'', aldus een Nederlandse diplomaat.

Maar bij diverse dossiers is er een andere, `Brusselvriendelijker' houding zichtbaar. Zo steunde het departement van Sociale Zaken het plan van de Europese Commissie om werknemers overal in Europa te beschermen tegen de schadelijke werking van zonnestraling (het Europees Parlement schrapte deze `overregulering' vorige week.) Daarnaast zocht het Nederlandse ministerie van Landbouw – tevergeefs overigens – hulp in Brussel voor een Europa-brede aanpak ter voorkoming van vogelpest.

Haagse ambtenaren interpreteren dergelijke verschillen tussen de departementen vooral als ,,een organisatie-kwestie'' die al veel langer speelt. Er blijkt volgens hen vooral uit hoe belangrijk het is dat plannen van de Europese Commissie in een vroeg stadium in het kabinet worden besproken en dat tijdig politiek positie wordt gekozen. Nu zijn Brusselse initiatieven nog te vaak een hamerstuk. Daardoor krijgen ze ook in het overleg met de Tweede Kamer onvoldoende gewicht.

Deskundigen en outsiders vragen zich af of achter de Haagse worstelingen niet meer problemen schuilgaan dan louter organisatorische. Alfred Pijpers bijvoorbeeld, Europa-expert van Instituut Clingendael, beschouwt de afwijzing van de Europese Grondwet in de eerste plaats als ,,een nee tegen verdere politieke integratie''. Pijpers: ,,De Europese Unie was met al zijn politieke pretenties en aspiraties – over een politieke rol op het wereldtoneel, een president van de Unie, een grondwet, en wat al dies meer – in een soort bubble-politiek beland. De burgers hebben die luchtbel vol retoriek en valse verwachtingen doorgeprikt.''

Politici zouden daar volgens Pijpers hun voordeel mee kunnen doen door ervoor te zorgen dat de Unie zich voortaan concentreert op zaken waar ze goed in is en onmiskenbare voordelen biedt: economische samenwerking. ,,De interne markt en het sterke handelsblok moet je overeindhouden en versterken. Politici zouden niet moeten toegeven aan de druk om dat op te geven. Dat zou absurd zijn'', waarschuwt Pijpers aan het adres politici die neigen naar nationaal protectionisme.

Mient-Jan Faber, oud-activist van het IKV en vaak op pad in Oost-Europa en de Balkan, kijkt met groeiende ergernis naar de Haagse omgang met Europa. Hij zegt: ,,Iedereen in Den Haag was zo enthousiast over de onverwacht hoge opkomst bij de verkiezingen voor het Europees Parlement vorig jaar en bij het referendum op 1 juni. Ik niet. In beide gevallen ging de campagne heel erg over onszelf, niet over Europa. We wilden minder gaan betalen aan Brussel, we klaagden dat bij ons de euro alles zo duur had gemaakt. Politici gingen daarin mee.''

Daarnaast poogt de politiek in Fabers ogen met het referendum en de BMD de Europapolitiek van bovenaf te democratiseren, een onderneming die volgens hem tot mislukken is gedoemd. Zelf ondernam hij met zijn antikernwapenbeweging in de jaren tachtig een succesvolle aanval van onderaf op het Haagse `NAVO-establishment'. Diplomaten en deskundigen werden gedwongen rekening te houden met Faber en zijn aanhang. ,,Maar dat lukte vooral door zoiets absurds als de neutronenbom, die mensen doodt en gebouwen laat staan. Daardoor raakten velen doordrongen van de gekte van de NAVO.''

Europa mist zo'n `absurde' katalysator voor een echt democratisch debat, meent Faber. ,,De Unie is voor heel veel mensen een gesloten systeem zonder gezicht. Ze wordt beheerst door onbegrijpelijke regels. Geen wonder dat mensen daar soms even willen uitstappen, zoals op 1 juni bleek.''

Democratisering lukt volgens Faber alleen ,,als we straks de leden van de Europese Commissie kunnen kiezen. Dan wordt José Manuel Barroso [de huidige voorzitter van de Commissie, red.] gedwongen in Coevorden campagne te voeren, en krijgt Europa in één klap gezicht. Maar die stap durft de regering – helaas – niet te zetten.''

Met medewerking van Mark Kranenburg en Joop Meijnen.

    • Kees Versteegh