Argentinië ruziet over mummies

Vijfhonderd jaar na hun dood veroorzaken drie kinderlijken beroering in Argentinië. Mogen ze wel of niet worden tentoongesteld?

Ze worden de `kinderen van Llullailaco' genoemd, naar de Llullailaco vulkaan op de grens van Chili en Argentinië. Daar werden de drie stijfbevroren kinderlijken van de Inca-indianen zes jaar geleden ontdekt, op ruim 6.700 meter hoogte, door de Amerikaanse archeoloog Johan Reinhard die eerder al een vijftiental van dergelijke mummies had opgegraven.

De kinderlijken gelden als de best geconserveerde Inca-mummies ooit aangetroffen. De drie vermoedelijk ritueel aan de goden geofferde, welgeklede indiaantjes – twee meisjes en een jongetje van vermoedelijk vijftien, zeven en zes jaar oud – zien eruit alsof ze gisteren zijn gestorven. Ze waren op anderhalve meter diepte begraven. Hun lichamen bevroren voordat ze konden uitdrogen, waardoor in twee gevallen zelfs de organen nog intact zijn.

Ruim vijfhonderd jaar na hun dood zorgen de drie kinderlijken nu voor een verhit debat in Argentinië. Een geplande permanente expositie van de mummies in een speciaal gebouwd museum in de noordelijke Argentijnse provincie Salta, leidt tot groeiende protesten van voormannen van indianenbewegingen en wetenschappers.

Volgens de voorman van de Argentijnse Associatie van Inheemse Volkeren, Rogelio Guanuco, is het onacceptabel dode indianen van ,,een heilige plek'' weg te nemen en ze ,,als een soort circusact'' tentoon te stellen, zo verklaart hij tegenover de Argentijnse krant La Nación.

Ook onder Argentijnse archeologen bestaat verzet. ,,Het tonen van mummies is onethisch'', zegt archeoloog Gustavo Politis van de Universiteit in La Plata. ,,Wij Argentijnen zouden het toch ook niet accepteren als bijvoorbeeld op de Malvinas eilanden de Engelsen de stoffelijke overschotten van onze gevallen soldaten zouden exposeren?''

Maar de man die de mummies zes jaar gelden opgroef, meent dat de tegenstanders met onprofessionele en politieke argumenten de tentoonstelling proberen tegen te houden. ,,De enigen die recht van spreken hebben, zijn directe nazaten van de Inca's waar het hier om gaat. Nu klagen indianenvoormannen in Buenos Aires, maar de kinderen zijn volgens recent DNA-onderzoek afkomstig uit het zuiden van Peru. Er is sprake van omgekeerd kolonialisme door actievoerders'', zegt Johan Reinhard in een telefonisch vraaggesprek vanuit Arlington in de Verenigde Staten.

In Peru, het centrum van de voormalige Inca-cultuur, wordt het ,,respectvol tonen'' van voorouders van indianen juist gewaardeerd, aldus Reinhard. In de stad Arequipa bijvoorbeeld, is in een museum de door hem gevonden mummie van het indianenmeisje Juanita te zien.

Ook museumdirecteur Gabriel Miremont van het nieuwe archeologische museum in Salta meent dat het verzet tegen zijn tentoonstelling een politieke daad is. ,,De protesten worden gevoed door jaloezie in de hoofdstad.'' De lokale indianenbewegingen zijn volgens hem juist voorstander van zijn museum. ,,Na jarenlange discriminatie wordt hun cultuur eindelijk erkend.''

Andere indianengroepen menen echter dat de stoffelijke overschotten moeten worden teruggegeven aan de nabestaanden. Archeoloog Reinhard noemt dit argumenten ,,van een kleuterklasniveau''. ,,Wie zijn in vredesnaam de afstammelingen?'' Het belangrijkste is we respectvol en professioneel met archeologische vondsten omgegaan, vindt Reinhard. ,,Ik krijg ook altijd kritiek op het uitvoeren van opgravingen. Maar het is beter om plekken in overleg met lokale autoriteiten en bewoners wel te openen. Anders kun je er zeker van zijn dat op een goede dag archeologisch interessante plekken worden geplunderd.''

Zijn Argentijnse collega Politis bezweert evenwel de angst voor plunderingen van Inca-graven. ,,Al was het maar omdat ze op vrijwel onbereikbare plekken liggen.'' Als er al gevaar dreigt, komt dat door een tijdschrift als de National Geographic, weet hij. ,,Zij financieren de tochten van Reinhard, brengen sensationele video's uit en publiceren zulke gedetailleerde kaarten dat ze kwaadwillenden de weg wijzen.''

Reinhard ziet één steekhoudend argument tégen het tonen van mummies; het gevaar dreigt dat de kwaliteit van de getoonde gemummificeerde lijken wordt aangetast. ,,Het tentoonstellen van de mummies mag het behoud ervan niet schaden.'' Maar volgens museumdirecteur Miremont voldoet de expositie aan de hoogste eisen. De opening blijft dan ook gewoon gepland staan voor half november.

www.maam.org.ar

    • Marcel Haenen