ABN Amro kan Antonveneta nu snel overnemen

ABN Amro kan binnen enkele dagen een meerderheidsbelang verwerven in de Italiaanse bank Antonveneta. Banca Popolare Italiana (BPI), ABN's rivaal in de overnamestrijd, heeft vannacht besloten haar aandeel van 29,4 procent in Antonveneta aan ABN Amro te willen verkopen.

BPI bracht na een vergadering van zeven uur een verklaring uit waarin het bestuur zegt te hebben ,,ingestemd met de afronding van de onderhandelingen over de verkoop van de aandelen Antonveneta aan ABN Amro''. De prijs per aandeel is vastgesteld op 26,50 euro, aldus BPI. Voorwaarde is dat de Nederlandse bank een openbaar bod doet van dezelfde hoogte op alle resterende aandelen in de markt. De koop van BPI's aandelenpakket, waarmee 2,2 miljard euro is gemoeid, moet uiterlijk 21 september rond zijn.

ABN Amro reageerde vanmorgen terughoudend op het nieuws en noemt het besluit van BPI ,,een stap in de goede richting''. Beider advocaten zijn bezig tot een vergelijk te komen, maar volgens ABN Amro is er nog niets getekend.

Met een overname van Antonveneta krijgt ABN Amro de zo gewenste vierde `thuismarkt', een markt die net als Nederland, Brazilië en het midden-westen van de Verenigde Staten moet uitgroeien tot kernmarkt. Bovendien wil ABN Amro toegang tot de Italiaanse markt omdat zij er voor banken veel groeimogelijkheden ziet.

Als de verkoop doorgaat, komt een eind aan een overnamestrijd die eind maart uitbrak toen ABN Amro een bod uitbracht op de bank uit Padua, in grootte de negende van Italië. De Nederlanders bleken al snel een tegenstrever te hebben. BPI, kleiner dan Antonveneta, begon aandelen op te kopen en leek – met behulp van de Italiaanse centrale bank – Antonveneta in te lijven. BPI, tot deze zomer bekend als Banca Popolare di Lodi, bleek echter de beursregels te hebben overtreden bij de inkoop van de aandelen. Het openbaar ministerie in Milaan legde daarom eind juli beslag op BPI's belang in Antonveneta.

Om de koop van dit aandelenpakket door ABN Amro mogelijk te maken, moet justitie in Milaan besluiten tot opheffing van het beslag. Ook de Italiaanse beurswaakhond Consob moet goedkeuring geven aan de verkoop en instemmen met het openbare bod dat ABN Amro moet gaan doen op de resterende aandelen. Tot slot dient de Italiaanse centrale bank in te stemmen met de overname van Antonveneta door ABN Amro. De verwachting is ze alle drie akkoord gaan.

De centrale bank heeft grote imagoschade geleden, doordat haar president Antonio Fazio ervan wordt verdacht BPI te hebben bevoordeeld tijdens de overnamestrijd met ABN Amro. De positie van de voor het leven benoemde Fazio stond de afgelopen weken ter discussie en zorgde voor onrust binnen de coalitieregering van premier Silvio Berlusconi.

ABN Amro: pagina 15