Vrees voor te strenge WAO-keuring

Werkgeversorganisaties en vakcentrales vrezen dat de massale herkeuring van arbeidsongeschikten te streng uitvalt. De herkeuring is nu bijna een jaar aan de gang.

Dat blijkt uit een brief van de Stichting van de Arbeid, het overlegplatform van de sociale partners, aan de Eerste Kamer.

De senaat behandelt binnenkort de nieuwe WAO, die al door de Tweede Kamer is goedgekeurd. In de brief van de Stichting van de Arbeid staan kanttekeningen bij de kabinetsplannen.

Vooruitlopend op de nieuwe wet is uitkeringsinstituut UWV op 1 oktober vorig jaar begonnen met het herkeuren van alle WAO'ers die na 1 juli 1954 zijn geboren. In totaal gaat het om zo'n 325.000 personen. Inmiddels zijn 55.000 WAO'ers herkeurd. Aanvankelijk werd verwacht dat een kwart van de herkeurden de uitkering geheel of gedeeltelijk zou verliezen. Inmiddels is gebleken dat dat bij 35 procent het geval is. Het UWV stelt daarom de prognoses voor het aantal mensen dat onder de nieuwe WAO nog een beroep kan doen op een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid ,,voortdurend naar beneden bij'', zo staat in de brief.

De herkeuringen zijn gebaseerd op een nieuw zogeheten `schattingsbesluit', waarin strengere criteria staan voor arbeidsongeschiktheid.

De Stichting van de Arbeid wijst er in de brief op dat de sociale partners al een advies van de Sociaal-Economische Raad uit 2002 hebben gewaarschuwd voor een ,,te theoretische beoordeling van arbeidsongeschiktheid''. Zij vrezen dat dit nu het geval is.

De Stichting van de Arbeid steunt de plannen van het kabinet voor de WIA, de opvolger van de huidige WAO, op hoofdlijnen. Maar op een aantal punten dringen de sociale partners aan op wijzigingen in de wetsvoorstellen. Zij vinden het bijvoorbeeld onwenselijk dat alle werkgevers volgend jaar premie moeten afdragen aan het publieke uitkeringsinstituut UWV, ook als zij ervoor kiezen om het risico voor arbeidsongeschiktheid zelf te dragen of onder te brengen bij een particuliere verzekeraar.

Deze premie kunnen zij achteraf wel terugvragen, maar de Stichting vindt dit een ,,onnodige lastenverzwaring'' voor het bedrijfsleven en een ,,onnodig rentevoordeel'' voor het UWV.