Storing

Toen ik las dat deze week twee miljoen mensen in Los Angeles plotseling zonder stroom kwamen te zitten, juichte er even iets in me. Gedeelde storing is halve storing. Onlangs was me, helaas als enige Nederlander, iets dergelijks overgekomen, maar nu kon ik eindelijk mijn leed met anderen delen, al woonden ze ver weg op een ander continent.

Vooral de vermoedelijke toedracht in Los Angeles sprak me aan. Ik begreep dat enkele technici na enig gerommel de verkeerde draden aan elkaar hadden verbonden. Ze hadden in Amerika al bijna Al-Qaeda de schuld gegeven, maar die jongens zijn door dit nieuws hooguit op een goed idee gebracht – dat merken we misschien nog wel.

Ik zocht de oorzaak in eerste instantie bij mezelf toen ik op een kwade dag de televisie aanzette en geen beeld kreeg. Of beter gezegd: ik kreeg wel beeld, maar het bleef blauw. En geen lieflijk blauw, maar een hard, onaangedaan soort blauw dat je ook wel ziet bij mensen met blauwe ogen.

Wat had ik verkeerd gedaan? Per ongeluk een verkeerd knopje ingedrukt van mijn afstandsbediening? Ik werkte alle knopjes af, maar mijn beeld bleef blauw en geluidloos.

Mijn tweede toestel, op de slaapkamer, had het ook begeven. Geen minder zware tegenslag, want tweede tv-toestellen zijn voor samenwonenden onontbeerlijk, als ze tenminste prijs stellen op een harmonieuze relatie.

Ik ben geen groot technicus, maar toen daagde zelfs bij mij het besef dat de oorzaak van structurele aard moest zijn. Dit vermoeden werd bevestigd door de medebewoners van mijn flatgebouw, die opvallend opgetogen meldden dat bij hen de beelden als water bleven binnenstromen. ,,Kom rustig langs als je vanavond iets moet zien'', zei iemand, ,,ik heb breedbeeld – gewéldig.''

Mijn vertwijfeling groeide. Ik begreep dat ik UPC, mijn kabelexploitant, moest bellen. Nu valt er misschien veel goeds over UPC te melden, al kan ik dat niet uit eigen ervaring doen, maar ik betwijfel of ze ooit de Nobelprijs voor snelle serviceverlening zullen krijgen. Elke keer als ik de horrorverhalen van andere UPC-klanten hoor, voel ik me als de bezoeker van een ziekenboeg met louter terminale patiënten. Het leed is niet te bevatten.

De UPC-telefonistes valt overigens niets te verwijten, merkte ik al snel. Die van mij bleef aandachtig, geduldig en medelevend, ook toen ik onaangenaam begon te keffen. Als ik had gezegd: ,,Ik kom jullie allemaal vermoorden'', zou ze bedaard hebben geantwoord: ,,Maar maakt u dan eerst even een afspraak.''

Want ze hebben het erg druk bij UPC. Je kunt niet zomaar bij ze binnenlopen, net zomin als zij zomaar even snel bij jou kunnen binnenlopen. Ik moest dus drie dagen wachten op een monteur. Gelukkig had die de klus binnen één minuut met de spreekwoordelijke handomdraai geklaard. Een collega van hem, verklaarde hij dartel, had bij een greep in het gemeenschappelijke UPC-gevelkastje per ongeluk de verkeerde draad eruit getrokken.

Ach, eens overkomt het ons allemaal. Iemand, wie zullen we nooit weten, rommelt in ons kastje en het licht valt uit. Misschien horen we in de verte nog even een zwak gezoem, maar dan is het toch echt afgelopen. En klagen is er niet bij.

    • Frits Abrahams