Plunderen

,,Zwervende benden van vastberaden mannen, vrouwen en zelfs kleine kinderen trokken erop los. Met de koevoet werden ijzeren rolluiken en traliewerk geforceerd, etalageruiten gingen aan scherven. Ze grepen alles wat ze konden dragen en wat te zwaar was werd kapotgeslagen. Eerst pakten ze kleding, schoenen, televisietoestellen, horloges, juwelen, drank. Als dat er niet meer was, kwamen voedsel, meubels, medicijnen aan de beurt. Het was alsof ze door koorts waren bevangen. Ze kwamen met bestelwagentjes, vrachtwagens, opleggers, alles wat kon rijden'', zei Frank Ross, een politieagent.'

Dit is geen verslag van vorige week uit New Orleans maar een citaat uit het weekblad Time van 25 juli 1977. De plaats van handeling is New York. Op de zeer warme avond van woensdag 13 juli, 's avonds om een uur of half tien begon het licht te knipperen. Vijf minuten later was alle elektrische apparatuur in de stad buiten werking. De oorzaak was een zeldzame samenloop van omstandigheden: vier blikseminslagen die kort na elkaar op ver van elkaar verwijderde plaatsen het kabelsysteem van de aanvoer hadden getroffen, en de verhoogde vraag waaraan de overgebleven centrales niet meer konden voldoen zodat die zich automatisch uitschakelden. Het geheel, samengevat in de woorden van een dominee: An act of God.

Het eerste gevolg was dat de metropool van toen negen miljoen inwoners in het donker, in de hitte van de zomer van het ene ogenblik op het andere verlamd raakte. Zomer in New York kan op zichzelf al een kwelling zijn. ,,Dat is geen klimaat, het is een ziekte van de dampkring'', heeft Sartre geschreven. Het duurde toen niet lang voor de eerste plunderaars verschenen. Zoals ook toen werd bewezen, is plunderen aanstekelijk. In de zwarte ghetto's van Harlem, Bedford-Stuyvesant, de Bronx, gingen de massa's aan het werk, maar ook in de keurige buurten van Manhattan liet men zich al gauw niet onbetuigd. En waar geplunderd wordt, breekt brand uit. `New York's Night of Terror', noemde Time het.

Nadat het licht het weer deed en de plunderaars naar huis of gearresteerd waren, vroeg men zich af hoe het mogelijk was geweest dat binnen een paar uur een ordelijke samenleving in een gevaarlijke chaos had kunnen veranderen. De antwoorden waren niet verrassend. Sluimerende rassentegenstellingen, de grote verschillen tussen arm en rijk, verval van het gezag, de versleten remmen van de beschaving hadden het begeven. De gedragsdeskundigen waren het erover eens dat onder overeenkomstige omstandigheden in iedere grote Amerikaanse stad hetzelfde zou kunnen gebeuren. Dat is dus in New Orleans bewezen.

De gevolgen van de overstroming hebben Timothy Garton Ash tot een apocalyptische overpeinzingen geïnspireerd: Daar gaat de solidariteit! (NRC Handelsblad, 9 september). Hij kan het gevoel niet van zich afzetten ,,dat we dit vaker zullen meemaken''. Klimaatverandering kan ertoe leiden dat in een niet zo verre toekomst ,,grote delen van de wereld worden geteisterd door onvoorspelbare stormen, overstromingen en temperatuurveranderingen''. Denk ook aan het terrorisme. Misschien is datgene wat we tot dusver hebben meegemaakt nog maar een kleinigheid. ,,Stel dat een terroristische groep in een grote stad een vuile bom of zelfs een klein kernwapen tot ontploffing brengt. Wat dan?'' En nog een gevaar. ,,Als een natuurramp of een politieke calamiteit nog meer miljoenen uit het arme zuiden naar het rijke noorden in beweging zou brengen, zou het de immigratiediensten op een dag net zo kunnen vergaan als de dijken in New Orleans.''

Garton Ash zou de wereldleiders wel willen oproepen om nu echt eens iets aan de grote samenwerking te gaan doen. Maar op die mensen hoef je niet meer te hopen. Hij blijft nuchter, hij concludeert ,,dat ergens rond het jaar 2000 de wereld een maximum heeft bereikt in de verbreiding van de beschaving'' waar latere generaties met weemoed en afgunst op zullen terugkijken. Daarmee lijkt hij mij een typische vertegenwoordiger van de in het Westen langzamerhand wijdverbreide stemming van neerslachtigheid en vergeefsheid. En met nog zoveel mogelijk fun wachten op het einde der tijden.

In De Groene Amsterdammer (9 september) wijdt Ger Groot een beschouwing aan de plunderingen. Als grote massa's uitzichtloos in grote armoede leven, veroorzaakt dat onvermijdelijk een ,,verdamping van de publieke moraal''. Daarmee is niet gezegd dat grote algemene welvaart tot verheffing van de moraal leidt. Maar noodzakelijk voor het ontstaan van zo'n moraal is in ieder geval ,,een ondergrens van maatschappelijke zorgzaamheid''. Wordt deze grens overschreden dan ,,krijgt fatsoen de status van een luxeproduct''. Dan ligt bij iedere ramp de ,,morele, sociale en economische burgeroorlog'' om de hoek. De enige garantie tegen dit risico is ,,een beschavingsoffensief dat steunt op goede huisvesting, eerlijk betaald werk en nijvere scholing''.

Deze visie is de afgelopen twintig jaar danig uit de tijd geraakt, vervangen door het gelijk van rechts, het dogma van de discipline van de vrije markt, privatisering, en de absolute persoonlijke verantwoordelijkheid voor iedereen ongeacht alles. Terwijl deze filosofie zich van het Westen meester maakte, brak de totale mondialisering uit en emancipeerden de onderwereld in alle schakeringen en de terreur zich op internet. De mondiale organisatie die het bijproduct was van de Koude Oorlog is sinds 1989 veranderd in de mondiale risicomaatschappij. Geen wonder dat de schrik ons om het hart slaat als we daarvan nu in New Orleans een symptoom zien.

Die individuelle Freiheit ist kein Kulturgut, heeft Freud geschreven. Dat zijn we in deze tijd weer hartstochtelijk aan het bewijzen, en plunderen zoals in New Orleans is maar één van de vele manieren.

    • H.J.A. Hofland