OM moet af van oestergedrag

Een strafrechtelijk onderzoek kan worden opgevat als een project. Naarmate de maatschappelijke en politieke druk toenemen om een strafrechtelijk onderzoek snel en effectief op te lossen, nemen de nadelen voor de hele organisatie toe, betoogt Martin Hetebrij.

In de zaak-Nienke waar, aldus het gisteren gepresenteerde evaluatieonderzoek, slordigheden en beoordelingsfouten bij politie en justitie ertoe hebben geleid dat de verkeerde man werd veroordeeld, noemt rechtspsycholoog Peter van Koppen in deze krant van 6 september als verklaring voor deze gang van zaken: betrokkenen leden aan een tunnelvisie, het zicht op alternatieven verdween.

Deze verklaring is onvoldoende. Een tunnelvisie is een individueel verschijnsel, en sommige individuele medewerkers bij het OM en de NFI zouden zich erdoor hebben kunnen laten leiden. Maar het idee van een breed optredende tunnelvisie, van een soort collectieve gekte kan misschien voor een psycholoog aanvaardbaar zijn, maar snijdt geen hout. In grote organisaties als het OM en het NFI mogen we voldoende geestelijk gezonde mensen verwachten die lijders aan een tunnelvisie corrigeren.

Maar dat is niet alleen daar nodig, zoals uit het volgende voorbeeld moge blijken. Een projectleider doet mee in een groot, voor de organisatie zeer belangrijk project. Al snel merkt hij dat hij zijn opdracht nooit goed zal kunnen uitvoeren. Sterker: dat het project zijn doelen nooit gaat bereiken. Hij stapt naar zijn projectmanager om hierover te praten. Hij krijgt te horen dat hij op straffe van ontslag nooit meer met die onzin aan moet komen. Vanaf nu is er twijfel aan zijn inzicht en hij moet bewijzen dat dit onterecht is. Geschrokken gaat de projectleider te rade bij anderen en het beeld maakt hem niet vrolijk. Zijn projectmanager blijkt al lang te weten dat het fout gaat met het project. Ook hij maakt zich ongerust en stelt het probleem aan de orde op het niveau van het College van Bestuur, bij het collegelid dat het project altijd sponsorde. En daar krijgt de projectmanager dezelfde behandeling die hij naderhand geeft aan zijn projectleider. Nog wat gesprekken verder blijken binnen het college grote spanningen te bestaan, en dat het sponsorende collegelid de strijd en zijn positie zou verliezen als `zijn' project zou mislukken.

Een strafrechtelijk onderzoek kan worden opgevat als een project. Naarmate de maatschappelijke en politieke druk toenemen om een strafrechtelijk onderzoek snel en effectief op te lossen, nemen de nadelen voor de hele organisatie toe.

Tijdens strafrechtelijke onderzoeken probeert men de zoekrichting zo snel mogelijk te beperken tot enkele en zo mogelijk één dader. Die keuzes hebben altijd een risico, maar ze zijn nodig om het onderzoek richting te geven. Als eenmaal de beperkende keuzes zijn gemaakt, de eerste resultaten zijn geboekt, maar ook twijfel is ontstaan, kan een situatie ontstaan zoals hiervoor beschreven: doorgaan op het oude spoor. Verder uitstel zal het alleen nog maar moeilijker maken terug te keren van het gekozen onderzoekspad. Wie ook betrokken is bij zo'n onderzoek, op welke positie, op welk niveau: iedereen loopt gevaar als de onderzoeksrichting moet worden gecorrigeerd.

Bij het OM moet men zich veel beter bewust worden van de macht- en intimidatiemechanismen die in zo'n situatie kunnen ontstaan. Het OM moet ervoor te zorgen dat er intern voldoende ruimte is voor kritiek en dat deze ongestaft mag worden geuit.

Het grootste gevaar van een organisatie die onder grote externe druk staat, is dat iedereen er aan gewend is geraakt verdacht te moeten zijn op de eigen `veiligheid'. In zo'n organisatie is het mogelijk dat velen weten dat er iets echt fout gaat, maar dat je voor het melden daarvan geen enkele ondersteuning kan verwachten, of dat je er zelfs voor wordt afgestraft.

Als het OM niet in staat is om de zo nodige interne kritiek te garanderen, dan mogen we helaas nog veel herhalingen verwachten.

Dr. Martin Hetebrij verzorgt trainingen politieke vaardigheden en besluitvorming en is auteur van het boek `Communicatief Management, tussen macht en communicatie'.

    • Martin Hetebrij