`Niet objectief'

Advocaat-generaal Bernadette Edelhauser , toenmalig jeugdofficier van justitie in Rotterdam, zei in september 1999 in OM-magazine Opportuun dat kinderofficieren er vaak ,,een beetje bijhangen''. Zij was toen nog zelf jeugdofficier van justitie in Rotterdam. ,,Doe je fraude'', zei ze, ,,dan krijg je meteen drie man personeel en een auto.''

Toch is mr. B.M.R.M. Edelhauser-van Vlijmen (1948) lange tijd in de jeugdsector blijven werken. Ze was al moeder van twee kinderen toen ze in de jaren tachtig rechten ging studeren.

In 1988 werd ze gerechtssecretaris bij de `jeugdunit' van de Rotterdamse rechtbank. Daarna werd ze jeugdofficier van justitie in Breda en Rotterdam. Nu is ze advocaat-generaal aan het gerechtshof in Den Haag.

Als officier van justitie deed zij de zaak-Nienke. Ze toonde zich zeer betrokken bij de zaak van het in juni 2000 vermoorde meisje uit Schiedam. Zo bezocht ze elke dag het politiebureau in Schiedam, waar het onderzoek naar de dood van het meisje plaatsvond. Advocaat J. Taekema van de aanvankelijke verdachte Cees B. verweet haar om die reden subjectiviteit en vooringenomenheid.

Na de behandeling van de strafzaak, waarin Cees B. veroordeeld werd tot achttien jaar celstraf en tbs, vertelden twee onderzoekers van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) aan de officier van justitie dat ze twijfelden aan de betrokkenheid van B. De onderzoekers hadden de DNA-sporen op het lichaam en de kleding van Nienke onderzocht. Een van de onderzoekers zei dat alle DNA-mengprofielen in de richting wezen van een onbekende derde man.

Uit het evaluatieonderzoek van advocaat-generaal Postumus dat gisteren verscheen blijkt dat Edelhauser zich kon herinneren dat de NFI-onderzoeker had gezegd dat justitie de verkeerde man vasthield. Edelhauser zegt in het rapport dat ze ,,niet gecharmeerd was van de manier waarop de onderzoeker zijn standpunt kenbaar maakte'', maar dat ze ,,de kritiek wel een plaats heeft gegeven''.

Later bleken de aangetroffen sporen van Wik H. te zijn, de echte dader. Cees B. zat vier jaar lang ten onrechte vast. Posthumus schrijft in zijn rapport: ,,De opstelling van de zaaksofficier van justitie werd bepaald door haar overtuiging dat Cees B. de dader was. Haar opstelling was niet objectief en kritisch.''