Meer kennis nodig bij politie en OM

In het rapport over de zaak-Nienke staat ook wat het OM beter moet gaan doen. Meer kennis bij de politie, meer distantie bij de officier van justitie.

Procureur-generaal Harm Brouwer, de hoogste baas van het openbaar ministerie (OM), liet het gisteren bij de presentatie van het evaluatierapport van de zaak-Nienke niet bij excuses. Hij kondigde ook daadkrachtig optreden aan. Alle aanbevelingen uit het rapport zullen worden overgenomen en, zei Brouwer er direct bij, voor november dit jaar komt er een `programma van verbetering', dat in het voorjaar 2006 bij alle onderdelen van het OM moet zijn ingevoerd.

De aanbevelingen van onderzoeker Frits Posthumus, zelf advocaat-generaal, beslaan zes pagina's in het rapport over de opsporing en vervolging in de zaak-Nienke. In deze zaak, waarbij op 22 juni 2000 een tienjarig meisje werd vermoord en haar vriendje voor dood werd achtergelaten, maakten politie, justitie én rechters een aaneenschakeling van fouten, die er toe leidden dat de verkeerde man vier jaar in de gevangenis zat.

Sinds 2004 geldt al de regel dat de politie bij grote moordzaken een vast team leidinggevenden samenstelt, dat ervaring heeft met het vastleggen en verzamelen van technische sporen (DNA-materiaal, vingerafdrukken) en het tactisch onderzoek kan leiden. In zijn rapport hamert Posthumus erop dat deze regels in de praktijk ook echt gevolgd moeten worden. Belangrijk is dat ook wordt vastgelegd welke onderzoeksrichtingen niet worden uitgerechercheerd.

Met het lichaam van Nienke is zo onzorgvuldig omgegaan, dat alle mogelijke sporen op haar lichaam verdwenen waren. Posthumus pleit voor de ontwikkeling van regels voor de kwaliteit en het materiaal van de lijkzak, en normen voor het transport en bewaren van het stoffelijk overschot. Het lichaam moet in elk geval bewaard worden in een afgesloten ruimte waar alleen de politie kan komen.

Poltieambtenaren moeten volgens Posthumus beter geschoold worden in verhoortechnieken en -tactieken. Er moet in de opleiding meer aandacht komen voor het fenomeen valse bekentenis en verhoorders moeten ervoor behoed worden dat ze daderinformatie prijsgeven (kennis die alleen de dader van het delict kan hebben). Als de politie kinderen onder de 12 jaar meer dan een keer wil verhoren, mag dat alleen met ,,uitdrukkelijke toestemming'' van het OM. De top van het OM is van plan meer verdachtenverhoren op (video)band te laten opnemen. Volgens Posthumus moet ook worden afgesproken dat in grote zaken ook getuigenverhoren worden vastgelegd. De camera-opstelling moet zo zijn, dat ook de verhoorders in beeld komen om non-verbale communicatie vast te leggen.

Posthumus stelt vast dat de politie, OM en rechters de rapporten van de forensische experts (die in opdracht van jusitie de sporen onderzoeken) onvoldoende begrijpen. ,,Het is wenselijk dat de wereld van forensisch deskundigen en die van de juristen naar elkaar toegroeien.'' Ook vindt Posthumus dat de verdediging (de advocaten) meer en betere toegang moet krijgen tot het forensisch onderzoek. Nu is een advocaat afhankelijk van de toestemming van de officier van justitie als hij aanvullend onderzoek wil.

Posthumus gaat uitgebreid in op de rol van de officier van justitie. Volgens de wet heeft deze het gezag over het politie-onderzoek. Betrokkenheid van de officier bij het onderzoek is goed, maar hij moet niet ,,één worden met de politie''. Er zal ,,nadrukkelijker aandacht besteed moeten worden aan de noodzaak van het bewaren van voldoende distantie [...]''.

Ten slotte de rol van de advocaat-generaal. Die moet er ,,alert op zijn of het dossier een eenzijdig beeld [...] geeft''. De advocaat-generaal moet indien nodig het dossier aanvullen, óók als het ontlastend bewijsmateriaal betreft. Posthumus stelt voor dat er bij ,,zaken van groot gewicht'' twee advocaten-generaal worden ingezet.

WWW.NRC.NL rapport