Klassezorg met spontane narcose voor kapotte knie

Knie verdraaid. Een goede aanleiding voor een persoonlijke onderzoek naar het Italiaanse gezondheidssysteem. Adviezen te over. `Ga niet naar het ziekenhuis hier vlakbij, want je komt er uit met twee kromme benen.' `Sla de huisarts over, want die heeft nergens verstand van en begint toch alleen maar over zijn eigen klachten.' `CTO in Rome, dat is dé plek waar men is gespecialiseerd in orthopedie.'

Het ziekenhuis ligt als een enigszins vervallen burcht op een heuvel nabij de wijk EUR en de basiliek van Sint Paulus buiten de Muren. In de wachtruimte van de polikliniek kijken tien patiënten op gekleurde plastic stoelen televisie. Achter een tafel een dikke, zwetende politieagent met revolver. Van de baliemedewerker krijg ik een geel volgnummer: 65.

In een Italiaans ziekenhuis heb je drie soorten patiënten, zo is me verteld en zo blijkt even later ook. Mensen met een nummertje die netjes en lang wachten op hun beurt. Mensen met kennissen onder de medische staf die verrassend snel worden opgehaald – de dikke zwetende agent blijkt in de weer voor twee oudjes die hij verzekert dat alles snel in orde komt. De derde categorie bestaat uit de patiënten met veel geld of een goede verzekering, die snelle behandeling kunnen kopen.

Als iedereen met een voorkeursbehandeling aan de beurt is geweest, word ik achter een schuifdeur ontvangen door de orthopeed van dienst die het uiterlijk heeft van een vermoeide Franse filmster uit de jaren zeventig. Hij stuurt me door om een foto te laten maken van mijn knie. Terug bij de orthopeed gebaart hij me, als hij hoort dat ik niet uit Italië kom, mee te komen naar een ruimte zonder verplegend en ander rondhangend personeel.

Hij zegt: ,,Ik neem je even apart om te praten en omdat ik moet roken. Ik doe dit niet om er zelf beter van te worden.'' Hij steekt een sigaret op en begint te klagen over het Italiaanse gezondheidssysteem. ,,Er is te weinig voor te veel patiënten. Iedereen betaalt belasting voor gezondheidszorg en heeft officieel recht op gratis medische hulp. Maar dat werkt niet. Het budget is te laag en dus zijn er lange wachtlijsten.''

Hij draait aan mijn knie die op slot zit en constateert: kapotte meniscus en mogelijk een afgescheurde kruisband. ,,Op zijn vroegst over zes maanden kun je worden geopereerd.'' Op mijn geschrokken reactie voelt hij zich vrij het snelle alternatief te presenteren: ,,Ik kan je ook onmiddellijk privé opereren in een kliniek. 8.000 euro plus bijkomende kosten. Het is een schande, zo oneerlijk als het Italiaanse gezondheidssysteem in elkaar zit'', voegt hij er snel aan toe.

Een schande, zo zal later ook de fysiotherapeut, de huisarts en eigenlijk iedereen die ik het vertel, zeggen. ,,Iedereen weet het, maar niemand komt er tegen in verzet'', aldus de fysiotherapeut.

De wet staat het specialisten toe om in hun eigen tijd voor eigen rekening te opereren. De orthopeed: ,,Ik verdien 2.500 euro per maand. Ik moet mijn familie onderhouden. In plaats dat de overheid specialisten evenveel betaalt als ze in Noord-Europa krijgen, staat de politiek ons toe om bij te klussen.'' Gevolg: de goede artsen verdienen privé bij en de minder goede blijven achter in de publieke instellingen. ,,Zo krijgen de rijken snellere en kwalitatief betere zorg.'' Nogmaals beklemtoont hij dat hij niet van me wil profiteren. ,,Informeer ook elders naar de mogelijkheden. En waarom laat je je eigenlijk niet in Nederland helpen?''

Als ik mijn Italiaanse huisarts een paar dagen later de opties voorleg en vertel wat er is gebeurd met mijn knie, begint hij onmiddellijk tien minuten over de reuma in zijn hand te praten. Hij kijkt en voelt niet aan mijn knie, schrijft de door de orthopeed gevraagde MRI-scan voor, en belt een patiënt om de naam van die specialist te achterhalen die zo goed is in knieën. Het blijkt professor Mariani van privé-kliniek Villa Stuart te zijn. ,,Als je verzekering het vergoedt, kun je het beste naar hem gaan. Hij doet ook de voetballers.''

De oprijlaan van Villa Stuart spreekt voor zich: lang, omringd door een park en leidend naar een witgepleisterde veelvormige villa. Binnen leren banken in de wachtkamer. Hier geen zwetende agent, maar een bloedstollend mooie baliemedewerkster, waardoor je bijna spontaan in een volledige narcose neerdaalt. Een gebruinde assistent-arts ontvangt me in een spreekkamer.

Als de eerste vragen zijn gesteld, komt de prof zelf binnen, nog net even een tintje bruiner dan zijn hulpje. Hij stelt dezelfde diagnose als de orthopeed in het CTO: meniscus en kruisband. Ik kan over drie dagen worden geholpen. Kosten: 13.000 euro, alles inbegrepen.

Nog beduusd door de vriendelijke, kundige maar onverbiddelijk zakelijke opstelling (contant betalen), laat ik het een en ander op me inwerken. Het is even wennen om als patiënt in een onderhandelingspositie tussen arts en verzekeraar te verkeren. Maar het functioneert. Niet drie dagen later, maar na tien dagen pinnen bij de lokale bankautomaat, kijk ik op een monitor mee hoe boor en zaag hun werk doen in mijn knie, terwijl Mariani commentaar geeft.

Die dag zullen er dertig personen worden geopereerd in Villa Stuart. Onder hen ook een bejaarde Amsterdamse. Tot verbazing van het personeel van de privé-kliniek mocht zij vanwege haar leeftijd in Nederland niet meer worden geholpen. Net als ik zal zij de videoband, een live verslag van de operatie door professor Mariani, nog wel eens starten: reis door de eigen knie in dertig minuten.

    • Bas Mesters