Promoveren op een studentenbeurs

Promovendi-experiment De Groningse universiteit doet een proef met student-promovendi. Hun salaris is lager dan collega's in dienst, maar het werk is niet anders.

Entree Bernoulliborg-gebouw, Rijksuniversiteit Groningen. Bij wijze van experiment mag de RUG tussen 2016 en 2020 850 student-promovendi aannemen. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Tegen vakantietijd voelt student-promovendus Steffen van Heijningen (26) het verschil met zijn collega-promovendi met een arbeidscontract. Zij verheugen zich dan op hun vakantiegeld, maar als student moet hij dat missen. Hij blijft steken op 2099 euro per maand bruto, terwijl een medewerker promovendus met een arbeidscontract in zijn vierde jaar 2.900 euro bruto per maand ontvangt plus vakantiegeld en dertiende maand.

Van Heijningen heeft twee kinderen en gelukkig heeft zijn vrouw een goede baan. Daarom redt hij het met zijn studentenbeurs. Zijn collega student-promovendus Laura Staal (27) valt hem bij: „We hebben geen pensioenopbouw. Een voordeel zou zijn dat we niet hoeven te doceren maar iedereen binnen de universiteit raadt ons juist aan dat te doen voor de opbouw van ons cv. Dat moet dan gratis.”

Lees ook deze onderwijsblog: Universiteit Groningen kleedt het promoveren verder uit

Het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) verzet zich al jaren tegen de student-promovendus. „Er is minder sociale zekerheid maar de taakinvulling is wel nagenoeg hetzelfde”, zegt de Groninger Reinder Broekstra, bestuurslid van het Promovendi Netwerk Nederland. Broekstra is zelf werknemer-promovendus in de psychologie.

De Rijksuniversiteit Groningen neemt deel aan een nationale proef om een deel van de promovendi niet langer werknemer met een arbeidscontract te laten zijn. In plaats daarvan worden ze student-promovendus. Van 2016 tot 2020 mag Groningen 850 student-promovendi aannemen. Ook de Erasmus Universiteit Rotterdam heeft student-promovendi.

De bedoeling is dat Nederland, dat volgens de Groningers een uitzondering is, beter aansluit bij de internationale praktijk, waar promotie veelal deel uit maakt van de opleiding aan graduate schools.

Driekwart van de Groningse promovendi komt uit het buitenland. Voor hen is het studentschap vaak een verbetering omdat ze zwangerschapsverlof en ziektewetuitkeringen kunnen krijgen. Kleine beurzen uit het buitenland worden verhoogd tot het Groningse niveau. Dat verklaart misschien deels waarom in een vorig jaar gehouden peiling student-promovendi in Groningen even tevreden zijn als werknemers.

Meer vrijheid?

Volgens de voorstanders hebben student-promovendi vrijheid om hun eigen promotie-onderwerp te bepalen en krijgen ze meer opleiding in het vak en een oriëntatie op hun loopbaan na de promotie. Ze worden in principe door de universiteit zelf gefinancierd en niet door externe opdrachtgevers. „Wij willen met student-promovendi de balans tussen werken en leren meer naar het leren laten doorslaan”, zegt Lou de Leij, hoogleraar medische biologie en coördinator van het Groningse project. „Bijna alle werknemer-promovendi worden aangesteld op een project dat wordt binnengehaald door de hoogleraar die een onderwerp onderzoekt dat extern is gefinancierd. Die huurt dan een promovendus in om het werk uit te voeren. Bij de student-promovendus is dat niet zo.”

Toch blijkt dat niet volledig de praktijk. Staal en Van Heijningen konden hun project niet zelf uitkiezen. Van Heijningen werkt samen met de industrie. Onderzoek van promovendi in dienst is in 52 procent van de gevallen door de promotor bedacht, maar ook bij eenderde van de student-promovendi is dat zo.

Omdat student-promovendi geen werkgever hebben, zouden ze vrijer moeten zijn in hun onderzoek, tijdsbesteding en publicatie dan werknemers, maar uit de peiling blijkt dat dit nauwelijks zo is.

De overheid wil promoties stimuleren, maar heeft er niet meer geld voor over

Het experiment maakt promoveren goedkoper. Volgens De Leij loopt Nederland internationaal achter in aantallen promovendi en die zijn volgens hem belangrijk voor innovatie van een land. De overheid wil promoties stimuleren, maar heeft er niet meer geld voor over. In 2016 stelde de overheid een maximum aan het aantal promovendi. De vergoeding per promovendus is inmiddels teruggelopen van 90.000 euro tot 77.000 euro. Volgens De Leij kost een promotie veel meer.

Dankzij het experiment groeide in Groningen het aantal promovendi van 622 tot 690 in een jaar. Anne de Vries, voorzitter van PNN, vindt deze aanpak kortzichtig: „Door in te zetten op steeds meer promovendi, zijn de universiteiten er zelf debet aan dat ze minder financiering krijgen.”

Sinds het experiment is begonnen, geeft de Rijksuniversiteit wel meer cursussen aan promovendi. Laura Staal waardeert onder andere de cursusserie career perspectives. De cursussen zijn niet exclusief voor student-promovendi. Werknemers kunnen ze net zo goed volgen.

    • Maarten Huygen