`In Niger mist hulp haar doel'

In het oosten van Niger sterven elke dag veertig jonge kinderen omdat voedselhulp hen niet bereikt. Veel voedselhulp komt terecht bij mensen die honger lijden, maar niet in levensgevaar zijn.

Dat heeft gisteren Artsen zonder Grenzen laten weten in een rapport over de hulpverlening aan Niger. Die kwam in juli op gang nadat duidelijk was dat miljoenen mensen in nood verkeerden als gevolg van voedselgebrek door een sprinkhanenplaag en droogte. Het Wereldvoedselprogramma van de VN heeft voedselhulp gestuurd voor 1,3 miljoen inwoners van Niger. In totaal drie miljoen Nigerezen kampen met voedseltekort.

Volgens Artsen zonder Grenzen komt gespecialiseerde voedselhulp voor de allerbehoeftigsten niet terecht bij de mensen in het oosten van Niger die die hulp het hardst nodig hebben, maar bij `gematigd' hulpbehoevenden. Delen van de oostelijke provincie Zinder hebben volgens Artsen zonder Grenzen nog helemaal geen voedselhulp gehad, terwijl daar de nood het hoogst is. Eén opvangcentrum voor kinderen die op de rand van de dood verkeren zag vorige week het aantal patiënten met duizend toenemen. Volgens Artsen zonder Grenzen is de situatie in Zinder ronduit alarmerend. Voor kinderen onder de vijf is het sterftecijfer opgelopen tot 5,3 doden per 10.000 kinderen per dag, meer dan twee keer zo hoog als het getal dat wordt gehanteerd om een noodsituatie aan te geven: twee doden per 10.000 mensen per dag.

Hoewel voor miljoenen dollars aan hulp is gestuurd, is de situatie in sommige delen van het land zichtbaar verslechterd. Malaria ondermijnt de conditie van veel slachtoffers. Van alle kinderen van minder dan dertig maanden oud is eenderde ondervoed en 5,6 procent ernstig ondervoed.

Het Wereldvoedselprogramma WFP klaagde gisteren in Genève over geldgebrek: van de 57,6 miljoen dollar die voor hulp aan Niger nodig is, is maar 58 procent binnengekomen.