Gergjev in orgiastische klankextase

Op papier lijken concerten in het Gergjev Festival soms nauwelijks bijzonder: muziek van Wagner, Strauss en Mahler klinkt in het reguliere seizoen wel vaker. Maar het concert van het Rotterdams Philharmonisch Orkest gisteravond, was toch een echt festivalconcert, met een doordachte selectie, interessant concept en een bijzondere, deels aangepaste interpretatie.

Dreiging en mystiek die uiteindelijk leiden tot overgave en gelukzaligheid, dat was het grondidee van dit concert in een festival dat gewijd is aan de `iconen van het fin de siècle'. Hier ging het om de gang van de duisternis naar het licht, hét thema in veel muziek van rond 1900.

Tod und Verklärung (1890) van Strauss en Verklärte Nacht (1899) van Schönberg hadden net zo goed kunnen klinken. Maar het thema werd hier geïllustreerd met het Vorspiel uit Wagners christelijk-mystieke opera Parsifal, de Rückert-Lieder van Mahler met hun weemoedige afscheidssfeer, een suite uit Debussy's duistere symbolistische opera Pelléas et Mélisande en Le poème de l'extase van Skrjabin, orgiastisch fel stralend.

Het Vorspiel uit Parsifal werd door Gergjev gedirigeerd met een beheerste afwisseling tussen hemelse strakheid en aardse weelderigheid, uitlopend op strenge plechtigheid. Alles klonk terecht zeer langzaam, maar soms ook wel erg nadrukkelijk, wat iets ten koste ging van de onthechte mythische magie.

Mahlers sterk contrastrijke Rückert-Lieder kregen hier een van de bariton Matthias Goerne een opmerkelijk eenduidige vertolking in een onveranderlijk bevangen sfeer. Goerne, een zanger met een prachtige stem en een fraaie hoogte, zong zijn teksten in een telkens vloeiende stroom, zonder afwisseling, zonder woorden of frasen uit te lichten, zonder acht te slaan op het komische of schalkse in Blicke mir nicht in die Lieder.

Hier ging het van licht (Ich atmet' einen linden Duft) via het onthechte Ich bin der Welt abhanden gekomen naar de duister-dreigende sfeer van de Dag des Oordeels in Um Mitternacht. Even opmerkelijk en overdacht als de voordracht van Goerne was de begeleiding door Gergjev. Hij hield alles zeer licht en kamermuzikaal. Zelfs het anders zo pompeuze Um Mitternacht klonk als vanuit de verte, de noten van het koper werden eerder aangestipt dan uitgespeeld.

In de suite uit Pelléas et Mélisande klonk fantastisch orkestspel in een stroom van subtiel verschuivende klankkleuren, lichte huiveringen en flarden van wolken in een donker woud met vaal maanlicht. De Rotterdammers zijn daarin nog steeds meesters, al dateert de fenomenale begeleiding van de opera onder leiding van Sir Simon Rattle al uit 1993. Skrjabins Le poème de l'extase is een extreem complement op Pelléas, maar klonk met evenveel subtiliteit.

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergjev m.m.v. Matthias Goerne, bariton. Gehoord: 13/9 De Doelen, Rotterdam.

    • Kasper Jansen