Festival van Mexicaanse films

In een tien dagen durend festival van Mexicaanse films, probeert Cinemaztlán de folkloristische blik op het land bij te stellen.

Bij veel filmliefhebbers zal de naam Mexico niet veel meer associaties opleveren dan die aan de Mexicaanse periode van de Spaanse cineast Luis Buñuel (tussen 1950 en 1962) en Amerikaanse westerns met de Mexicaanse revolutie als decor, waaronder Sam Peckinpah's The Wild Bunch en Elia Kazans biopic Viva Zapata!, met Marlon Brando als de revolutionair Emiliano Zapata. Het rauwe Amores perros van de talentvolle Alejandro González Iñárittu bracht Mexico in 2000 weer in de belangstelling, gevolgd door Y tu mamá también van Alfonso Cuarón. Cuarón werkte al in Hollywood, Iñárittu werd meteen ingelijfd en maakte er 21 Gramms met Sean Penn in de hoofdrol. De fakkel van de Mexicaanse horror, die onder kenners een goede reputatie geniet, werd brandend gehouden door Guillermo del Toro. Ook hij vertrok naar Hollywood en brak door met de stripverfilming Hellboy. Recentelijk werden in Nederland nog Temporada de patos en Japón uitgebracht – en dat is het wel zo'n beetje. Verder is het folklore: sombrero's, de Dag van de Doden en tequila.

Juist tegen die folkloristische blik richt het Mexicaans Filmfestival Cinemaztlán zich. Het programmaboekje (te raadplegen via www.cinemaztlan.net) betoogt dat een nieuwe generatie filmmakers zich bezighoudt met `a Mexican reality beyond folklore'. Acht recente speelfilms moeten die stelling illustreren, daarbij worden vier films vertoond uit de jaren zestig en zeventig die indertijd de gemoederen flink bezighielden, met werk van Buñuels voormalige assistent Arturo Ripstein (El castillo de la pureza) en de openlijk voor zijn homoseksualiteit uitkomende Jaime Humberto Hermosillo (van wie geen homofilm te zien is, maar Naufragio uit 1977 in een paarsverkleurde kopie).

Mexico staat in de 21ste eeuw in een spagaat tussen een traditionele cultuur vol oeroude mythes en legendes en een zekere moderniteit op de kapitalistische grondslag van buurland Amerika. Het zoeken naar een balans tussen die twee en vooral naar een eigen, Mexicaanse identiteit krijgt mooi vorm in de openingsfilm van het festival, Carlos Bolado's Bajo California, el límite del tiempo uit 1998. Hierin keert een Mexicaanse kunstenaar vanuit Californië terug naar Mexico op zoek naar de geboorteplek van zijn oma. Ook wil hij van zijn schuldgevoel afkomen nadat hij is doorgereden na een botsing met een zwangere vrouw. Met een gids bezoekt hij de eeuwenoude rotstekeningen in het zeer afgelegen Sierra de San Francisco. Zoals het een echte pelgrim betaamt die boete doet, legt hij de lange route per voet af, onder de brandende zon. Doordat zijn eigen, in Los Angeles achtergebleven vrouw ook zwanger is, wordt de metafoor van (weder)geboorte wat al te flink aangezet. De beelden van het onherbergzame gebied en de kunstwerken die de kunstenaar her en der achterlaat zijn wel origineel en laten zien dat hij werkelijk tot de kern van Mexico door wil dringen. Dat hij daarbij niet helemaal aan de toeristische blik ontsnapt, onderstreept eigenlijk alleen maar de kracht van de mythes die de nieuwe filmers zo graag willen ontkrachten.

Cinemaztlán, Mexicaans Filmfestival. 14 t/m 25 september. In: Cinema de Balie en Filmmuseum, Amsterdam. Informatie: www.cinemaztlan.net