Europa worstelt met dure benzine

Frankrijk en Oostenrijk verlagen de benzineprijzen. België compenseert zijn burgers voor hoge stookkosten. Europa wil iets doen aan de stijgende olieprijzen. Maar niet alle landen doen mee.

Bij veel Oostenrijkse benzinepompen betalen consumenten sinds eergisteren een tot drie cent minder voor benzine en diesel. Enkele oliemaatschappijen in het bergland, waaronder Royal Dutch Shell, hebben de prijzen verlaagd onder druk van minister Karl-Heinz Grasser van Financiën. In Frankrijk was zoiets vorige week al gebeurd, ook onder politieke druk.

De lidstaten van de Europese Unie worstelen met de olieprijzen die al maanden extreem hoog zijn. De angst bestaat dat ze de koopkracht van de burgers te zeer verzwakken, en de economische groei remmen. Veel EU-lidstaten nemen daarom nu hun maatregelen, soms in tegenspraak met eerder genomen besluiten. Zo kwamen de ministers van Financiën afgelopen weekend overeen de belastingen op brandstoffen niet te verlagen. Maar Frankrijk heeft zo'n verlaging gisteren toch aangekondigd, onder meer voor boeren, vissers en taxichauffeurs. Daarnaast krijgen Fransen met een laag inkomen ter compensatie een cheque van 75 euro, en gaat het Franse kabinet het gebruik van biobrandstoffen zoals koolzaadolie en bio-ethanol (alcohol op basis van suikerbieten of tarwe) extra stimuleren. Hiermee wil het land minder afhankelijk worden van de import van fossiele brandstoffen.

In Nederland wordt volgend jaar de accijns op benzine bevroren. Verder gaat ook hier het kabinet het gebruik van biobrandstoffen stimuleren, vanaf 2006. Op deze brandstoffen wordt voorlopig geen accijns geheven, en oliemaatschappijen worden verplicht om ze door hun benzine en diesel te mengen. Nederland is overigens laat met deze maatregelen, want binnen de EU is afgesproken om het aandeel van biobrandstoffen op te schroeven tot 2 procent in 2005 en tot 5,75 procent in 2010. Het eerste doel gaat Nederland in ieder geval niet halen. Of het tweede wordt gehaald, is zeer twijfelachtig.

In België gaat het kabinet zijn burgers compenseren voor de stijgende olie- en gaskosten om hun huizen te verwarmen. Verder wordt de aangekondigde prijsverlaging voor diesel, voor onder meer vrachtwagenchauffeurs, versneld ingevoerd. En bedrijven die meer investeren in besparing van energie krijgen daarvoor extra fiscale steun.

In Groot-Brittannië had de regering eerder al aangekondigd geen haast te maken met de voor 1 september aangekondigde accijnsverhoging voor brandstoffen. Italië wil arme gezinnen compenseren voor de hoge kosten, maar heeft nog niet bekendgemaakt hoe. Polen heeft zijn belasting op brandstoffen verlaagd met 8 cent per liter. Hongarije laat de voor 1 januari aangekondigde belastingverlaging met circa 5 cent per liter al op 1 oktober ingaan. Tsjechië heeft geen plannen om de brandstofbelastingen te verlagen. Spanje evenmin. Integendeel, de Spaanse regering speelt met het idee om lokale overheden toestemming te geven voor een verhoging van belastingen op brandstoffen en elektriciteit, zodat ze de stijgende kosten voor gezondheidszorg kunnen financieren.

De Franse president Jacques Chirac heeft intussen een beroep gedaan op oliemaatschappijen om de brandstofprijzen verder te verlagen.