De welvaart is weggegraven

Met de sluiting van de laatste drie diamantmijnen in het Zuid-Afrikaanse Kimberley komt een einde aan een tijdperk. De stad had ooit de hoogste dichtheid miljonairs ter wereld.

De dames, want zo noemen mijnwerkers mijnen, werden oud. Niemand in Kimberley die dat ontkent. Maar waarom kwam de sluiting van de drie laatste diamantmijnen en daarmee het einde van een tijdperk zo plotseling en geruisloos? ,,We verdienen toch een beter einde'', zegt Norman, een van de 1.300 mijnwerkers die nog elke dag vlak voor zonsopgang de tocht naar 1.000 meter diepte maakt. Tot de wielen in de schachttorens aan het eind van deze maand voorgoed tot stilstand komen.

Dat idee maakt Kimberley nerveus. Sinds een boerenzoon in 1867 een glinsterend kiezelsteentje vond vlakbij de monding van de oude vulkaanpijp onder de Zuid-Afrikaanse Noordkaap, is het kabaal hier nooit verstomd. Ooit groeven hier meer dan 30.000 mannen schouder aan schouder op minder dan een vierkante kilometer grond. Ooit had Kimberley de hoogste dichtheid miljonairs ter wereld. Ooit vergaarde aartsimperialist Cecil John Rhodes hier zijn fortuin en richtte hij het conglomeraat De Beers op, het bedrijf dat de diamant onontbeerlijk maakte op ieder trouwfeest.

Maar na 130 jaar trouwe dienst zijn de mijnen van Kimberley uitgeput. Nog dieper graven is te duur geworden, maakte De Beers onlangs bekend. Het diamantbedrijf is tegenwoordig in handen van mijngigant Anglo American en Zuid-Afrika's steenrijke familie, de Oppenheimers. ,,Het is niet langer rendabel om nog door te gaan met onze operaties onder de grond'', zegt woordvoerder Nicola Wilson.

De drie mijnen van Kimberley lijden al jaren verlies. In 2004 stonden Wesselton, Bultfontein en Dutoitspan 150 miljoen rand (19 miljoen euro) in het rood. Van de 47 miljoen (metrieke) karaats (940 kilo) die De Beers jaarlijks wereldwijd produceert, komt nog 1,5 procent uit de plek waar de edelstenen voor het eerst werden gevonden.

Het hoofdkantoor van de multinational staat nog steeds op de plek waar het allemaal begon. Maar De Beers zoekt zijn diamanten steeds verder van Kimberley vandaan. De helft van alle diamanten komt uit buurland Botswana. De Beers ontgint in Namibië, Gabon, Guinea, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Congo en India en staat op het punt in Canada aan de slag te gaan. Na een vijfjarige afwezigheid in diamantrijk Angola keerden de Zuid-Afrikanen daar begin dit jaar terug om samen met staatsbedrijf Endiama aan de slag te gaan in het gebied waar tot drie jaar geleden een bloedige burgeroorlog woedde.

,,Zuid-Afrika is gewoon te duur geworden'', redeneert de voorzitter van de vakbond voor mijnwerkers (NUM), Parks Modise. ,,Wat dat betreft zijn de werkers net als stenen en rotsen voor het management. Als er bespaard moet worden, vliegen de mensen er het eerste uit.'' In zijn kantoor wordt de ene na de andere noodvergadering belegd sinds het nieuws over de sluiting van de mijnen openbaar werd. Mijnwerkers, met de rug tegen de muur gezeten, staren er moedeloos naar de stalen punten van hun schoenen.

,,In landen als Angola heb je geen vakbonden die zeuren over een minimumloon of veiligheid voor de werkers. Daar worden wij nu het slachtoffer van.'' De mijnbedrijven in Zuid-Afrika zeggen onder toenemende druk te staan van de zwarte ANC-regering. Die eist onder meer dat binnen tien jaar 26 procent van al het management zwart is, om een einde te maken aan het nog altijd erg blanke gezicht van de mijnindustrie.

Maar Kimberley heeft de afgelopen jaren ook moeten wennen aan het idee dat door nieuwe technologieën de mijnindustrie steeds minder ongeschoolde krachten nodig heeft. Het stadje van 160.000 inwoners kent bijna 40 procent werkloosheid. De Beers is hier, samen met de regering, de grootste werkgever. Sluiting van de mijnen zal niet alleen de laatste 1.300 mijnwerkers onder de grond raken, maar heel de stad. ,,Direct of indirect leeft iedereen hier van de mijnen'', zegt Johan Du Plessis, hoofdredacteur van de Diamond Fields Advertiser, de krant die al zo lang bestaat als de eerste mijnen.

Du Plessis rijdt de wijk in waar mijnwerkers en bazen vroeger waren ondergebracht. De ramen van de huizen langs de weg zijn ingegooid, de verf afgebladderd. Dan moet hij vol op de rem voor een vrouw die plat op haar buik op het asfalt ligt en alle verkeer blokkeert. ,,Uitgepaas'', zegt Du Plessis. Afrikaans voor: bewusteloos van de drank. Zelfs al voor de sluiting van de mijnen stond Kimberley bekend als de `hoofdstad van de wanhoop', met het hoogste aantal misbruikte vrouwen en kinderen. En ook het hoogste aantal baby's met het `Alcohol Foetus Syndroom', baby's die misvormd worden geboren door het alcoholisme van de moeder.

De Beers kent die reputatie van Kimberley. De pr-afdeling maakte al overuren om te bewijzen dat het bedrijf zijn geboortegrond niet in de steek laat. Journalisten werden uitgenodigd om te kijken naar de renovatie van het museum dat gebouwd is rond het `Grote Gat van Kimberley', een put van 800 meter diep die herinnert aan de weggegraven welvaart van lang geleden. De Beers investeerde 50 miljoen rand (6,25 miljoen euro) in de renovatie van het museum, dat nu jaarlijks 85.000 toeristen trekt maar volgens ,,marktonderzoek'' 225.000 vakantiegangers zou kunnen trekken.

,,We hebben ook wildparken buiten de stad waar je kunt jagen'', zegt woordvoerder Nicola Wilson op de toer door het museum. Ze wijst op de metershoge zandhopen rond het gat van Kimberley. Dankzij nieuwe technieken is De Beers in staat om in die hopen afval diamanten te vinden die de vorige generaties over het hoofd hebben gezien. Daarmee is het bedrijf in elk geval nog niet klaar voor 2012, goed voor een paar honderd banen. ,,Kimberley is nog lang niet dood.''

Maar in de sloppenwijken rond de stad, het eeuwenoude thuis van de mijnwerkers, is weinig sympathie voor het optimisme van de woordvoerder. ,,Meer dan diamantgraven kan ik niet'', zegt Diteko Dioka, het ongeschoolde kind van een mijnwerkersfamilie. Zijn vader zit al dertien jaar thuis met een ziek been en stoflongen. Nu het salaris van zijn zoon dreigt te verdwijnen, weet de familie zich geen raad meer. ,,Diamanten zijn voor altijd, was toch de slogan.'' Zoon Dioka tikt op het De Beers-embleem dat op zijn overal genaaid is. ,,Banen voor altijd, daar hadden we hier meer aan gehad.''

    • Bram Vermeulen