Daklozenvriend

Iedereen kent de types, maar ze zijn nog niet eerder beschreven. In de nieuwe serie `In het wild' – met semi-antropologische speurtochten – gaat het vandaag over de `daklozenvriend'.

Vanaf de overkant van de straat begint de grijzende man met het blonde kind achterop al te zwaaien. ,,Héé!''

,,Hee!'' schreeuwt de verkoper van de daklozenkrant terug vanaf zijn standplaats voor Albert Heijn. Hij zwaait alsof zijn leven ervan af hangt.

,,Hee! Hoe was je zomer?'' schreeuwt de man met het kind.

,,Goed! Waar ben je geweest!' schreeuwt de daklozenkrantverkoper.

De man weet met een gebaar duidelijk te maken dat hij nu gaat oversteken en straks het hele verhaal over zijn heerlijke zomervakantie in een huurhuis in Umbrië (`deelden we met vrienden') aan de daklozenkrantverkoper gaat vertellen. Ik vraag me af hoe de zomervakantie van de daklozenkrantverkoper was.

Verkopers van daklozenkranten vallen niet meer op. Ze zijn er, ze hebben zo hun eigen verkooptechnieken, charmante accenten, huisdieren en wagentjes. Maar nu de daklozenkrantverkoper net zo'n vast onderdeel van de supermarkt is geworden als de bonuskaart, heeft hij een sidekick gekregen: de vriend of vriendin van de daklozenkrantverkoper.

Er zijn in de grote stad opvallend veel jonge, blije mensen die vrienden willen zijn met de daklozenkrantverkoper. Zij nemen voor of na het boodschappen doen uitgebreid de tijd `bij te kletsen' met hun vaste verkoper. Ze kennen zijn naam en die van zijn hond, ze kennen zijn fascinerende levensloop, ze weten waar hij logeert, en hij kent hun naam en die van hun kinderen. Natuurlijk, ze geven hem ook wel wat geld (en daar hoeven ze helemaal geen krant voor terug, want die van deze maand hebben ze allang uit, en ja, ze lezen die krant dus ook, ze kopen hem niet alleen maar, er staan best interessante dingen in, waar ze ook positieve opmerkingen over maken tegen de verkoper).

Maar daar gaat het natuurlijk helemaal niet om, het geld. Het gaat om de vriendschap. Een eenvoudige vriendschap met die man die daar dag in dag uit voor die Albert Heijn staat. Het leven in de grote stad is hard en eenzaam, en al helemaal voor zo'n verkoper. Dus dat praatje – wat is het nou helemaal, een paar minuten van je tijd?

Wat zou de barmhartige Samaritaan uit deze vriendschap halen? Van de kant van de verkoper lijkt het me duidelijk: je moet een beetje aan klantenbinding doen als je zo'n product (een zeer dun maandblad) verkoopt. Maar what's in it voor de vriend?

En het zijn vaak juist niet de treurige mensen uit de buurt die vrienden worden met de daklozen: niet de eenzame bejaarden, bijvoorbeeld. Die willen liever met het meisje van de kassa praten, over hun pincode. Misschien omdat ze bang zijn dat de dakloze ze een soort loser-status meegeeft.

Nee, juist joviale dertigers met veel geld en een zwangere buik onder een King Louis-jurkje zie je woest knikkend en gebarend praten met de net zo woest knikkende verkoper, daarbij de schuifdeuren een beetje blokkerend.

Twee theorieën. Iedereen die ik ken voelt zich een paar seconden per dag schuldig tegenover daklozenkrantverkopers. Ze vinden dat ze de krant niet vaak genoeg kopen, of ze groeten hem niet vaak en/of hartelijk genoeg, ze lopen voorbij met een zak vol decadent vers sap en Häagen-Dazs-ijs terwijl hij daar staat te vernikkelen, ze kopen ín de supermarkt ándere kranten waarvan de winst naar grote, gemene bedrijven gaat. Ze kennen zijn naam niet eens! En ze vinden zijn hondje vies, en schamen zich daar eigenlijk voor.

De daklozenvriend heeft met dat schuldgevoel in één keer afgerekend. Hij heeft een band met de dakloze, al denk ik niet dat ze op elkaars verjaardag komen.

Of misschien wil de daklozenvriend wel iets goeds doen voor de wereld. Hij zou best een terminaal kind aan het schaterlachen willen maken, of iets voor Afrika betekenen. Of buddy worden, als dat nog ergens kan, maar daar heeft hij geen tijd voor. En naar Albert Heijn moet hij toch! Recht voor de ingang staat een zielig iemand opgesteld, die hij dagelijks kan opvrolijken.

En het is een goed voorbeeld voor de kinderen. Dat je niet hoeft neer te kijken op mensen met een verweerde huid en vreemde hondjes en een raar accent. Dat je daar gewoon heel leuk vrienden mee kunt zijn.

    • Aaf Brandt Corstius