Toponderzoek in... Doesburg!

Doesburg wordt het centrum van het Europese onderzoek. Doesburg? Vanaf Schiphol drie treinen en een stukje met de bus.

`Crossing Boundaries to New Horizons' luidt de slagzin van het splinternieuwe toponderzoeksinstituut Para Limes. In de laatste hete dagen van augustus stichtten de founding fathers, onder wie vijf Nobelprijswinnaars, de Europese evenknie van het beroemde Amerikaanse Santa Fe Institute. In de oprichtingsverklaring staat dat het instituut gevestigd wordt `op een onafhankelijke locatie in Nederland'. Afgelopen dinsdag stond de beoogde plek in de krant: een negentiende-eeuwse kloosterkazerne in Doesburg.

Een van de organisatoren achter Para Limes, Jan Wouter Vasbinder, onderzocht een paar jaar geleden de mogelijkheden van een samenwerkingsverband tussen de universiteiten van Nijmegen, Enschede en Wageningen. En toen bleek Doesburg precies in het midden van deze driehoek te liggen, vandaar. En je kunt er volgens Vasbinder ,,ook lekker een biertje drinken in de oudste kroeg van Nederland''.

Doesburg. Je mag het met recht `grenzen overschrijden naar nieuwe horizonten' noemen, want slechts weinig buitenlanders kennen dit Hanzestadje. Ook lang niet alle Nederlanders overigens, ik moest in ieder geval op de kaart kijken waar het ligt. Daarmee maak ik geen goede topografische beurt, maar ik kan er wel heenreizen met de open blik van de hooggeleerde wereldburger die net is geland op Schiphol.

Omdat de hogesnelheidslijn naar Duitsland, de HSL Oost, is afgeblazen, rest je geen keus dan op de luchthaven de intercity te nemen. Nederland maakt zijn reputatie als dichtbevolkt land meteen waar: de dubbeldekstrein doet op een afstand van nog geen vijftien kilometer drie intercitystations aan. En zijn reputatie als egalitair land: de eerste-klassecoupé is slechts met glas gescheiden van de tweede, zodat je elkaar ziet zitten.

Na de overstap op een weids, wit station ontvouwt zich al snel vlak grasland met koeien en sloten. Ha, de beroemde polder, het woord dat het Engels heeft overgenomen uit het Nederlands. En zowaar passeer je ook nog een windmolen en een Chinese pagode. Maar voorbij het volgende station is het alweer afgelopen met het open landschap en rijd je door maïsvelden en bossen, nog verder maakt de maïs plaats voor heide en begint het land voorzichtig te glooien. Je moet opnieuw overstappen bij een station waar gebouwd wordt aan flats-met-een-vormpje: Arnhem Centraal. Wachtend op de stoptrein valt op dat schommelende mevrouwen met loopstokken hier de donkere meisjes met mp3-spelers in aantal overtreffen.

Een stoptrein met vuile ramen – die echter wel open kunnen, zodat er wat frisse lucht binnenkomt – brengt je nog verder het land in, een krakende luidsprekerstem kondigt onmogelijke namen als Presikhaaf en Rheden aan, stationnetjes die steevast omspoeld worden door een zee van fietsen. En dan Dieren, eindpunt van de treinreis, want Doesburg heeft geen eigen station.

En zo beland je in bus 26. Het land wordt weer vlak, koeien grazen, bejaarde echtparen fietsen, de rivier blikkert. Aan de rand van Doesburg laat de chauffeur je eruit en loop je het pittoreske, bijna autovrije stadje in. Luidkeels geven gidsen uitleg aan groepen dagjesmensen, in het streekmuseum is de tentoonstelling `Aap, Noot, Mies' te bewonderen.

Vanaf medio 2006 komen toponderzoekers van over de hele wereld naar dit stadje: dan moeten de financiering en verbouwing van de kloosterkazerne rond zijn. Ik bel aan, er blijkt nog iemand in het voorste stuk van het grote vervallen Mariëngrave-klooster te wonen: Dorthy van der Mee. Stalen stutten zorgen dat de plafonds op hun plaats blijven. Maar met reconstructies weten ze in Doesburg wel raad: de trotse toren van de laatgotische basiliek dateert van 1965, het is een replica van de toren die de Duitsers aan het einde van de oorlog opbliezen.

Ook aan de rand van het stadje vind je de bouwkunsten van Doesburg: aan de oever van de IJssel staan vers opgeleverde neo-grachtenpanden. Wel oud is de Waag, in dit `stadsbierhuys' wordt al vanaf 1478 bier geschonken. Mooi. Ik informeer welk bier ik het best kan drinken bij de mosterdsoep – de specialiteit van de stad – en dan blijken ze uitsluitend Belgisch en Duits bier te hebben. Nee, Nederlands bier hebben ze helaas niet.

    • Tijs van den Boomen