Serie slordigheden OM in zaak-Nienke

Een aaneenschakeling van slordigheden en beoordelingsfouten bij politie en justitie in de zaak-Nienke heeft ertoe geleid dat de verkeerde man werd veroordeeld.

Dat blijkt uit het vanmorgen gepresenteerde evaluatieonderzoek van advocaat-generaal F. Posthumus naar het optreden van politie en justitie in de Schiedamse moordzaak.

De Tweede Kamer wil zo snel mogelijk een volwaardig debat voeren met minister Donner (Justitie, CDA). De minister onderschrijft de conclusies van de onderzoeker en stelt in een brief aan de Kamer een `verbeterprogramma' voor waarmee de aanbevelingen van Posthumus ,,zo mogelijk volgend jaar'' al kunnen worden uitgevoerd.

Tweede-Kamerlid Van Haersma Buma (CDA) zei vanochtend dat het van belang was dat er geen sprake is geweest van het opzettelijk achterhouden van informatie door het OM. Kamerlid Weekers (VVD) vraagt zich af of Donner gelijk heeft dat deze opeenstapeling van fouten uitzonderlijk is. De PvdA vindt dat het te vroeg is voor een politiek oordeel, maar dat er sprake is van een buitengewoon ernstige zaak die snelle parlementaire behandeling noodzakelijk maakt.

Procureur-generaal Harm Brouwer van het openbaar ministerie erkende dat het OM ,,onmiskenbaar fouten heeft gemaakt met ernstige gevolgen''. Volgens hem is uit het onderzoek niet gebleken dat het OM ,,te kwader trouw of bewust verkeerd gehandeld heeft.''

Het politieonderzoek naar de moord op het 10-jarige meisje Nienke in het Beatrixpark in Schiedam op 22 juni 2000 is volgens Posthumus ongestructureerd verlopen. ,,Vanaf het begin heeft het ontbroken aan een goede tactische en technische planning.'' Posthumus constateert dat er na de bekentenis van Cees B. ,,onvoldoende rekening is gehouden'' met de mogelijkheid dat hij ten onrechte had bekend. Na de bekentenissen, die volgens Posthumus niet onder ,,ontoelaatbare druk'' tot stand zijn gekomen, ,,was er wel degelijk sprake van een tunnelvisie''. Politie en justitie waren te overtuigd van het daderschap van B., en hadden daardoor geen oog voor het ontlastend bewijs. Dat het ontbreken van sporen van Cees B. op slachtoffer of haar kleding terzijde is geschoven noemt Posthumus ,,onbegrijpelijk''. Hij heeft geen bewijs gevonden voor het achterhouden van DNA-materiaal door het forensisch instituut NFI aan het OM. Die beschuldiging uitte het programma Netwerk.

Het vriendje Maikel van Nienke, die door dezelfde dader zwaar werd mishandeld, is in de eerste weken na de moord door de politie beschouwd als verdachte en ook als zodanig verhoord. Maikel is echter nooit op zijn rechten gewezen, wat wettelijk verplicht is. Volgens Posthumus was het verhoor van de 11-jarige jongen ,,onfatsoenlijk''.

ZAAK-NIENKE pagina 3