Pakistaanse madrassa's willen inkomsten niet melden

De Pakistaanse madrassa's zijn in verzet gekomen tegen maatregelen van de overheid om deze islamitische scholen aan banden te leggen. Sommige worden gezien als broedplaatsen van extremisme, en president Pervez Musharraf wil ze al jaren onder controle krijgen. De zelfmoordaanslagen van 7 juli in Londen, waarvan zeker één van de daders kort voor zijn daad een periode in een radicale madrassa had doorgebracht, bood hem daartoe de mogelijkheid. Hij beval toen de uitbanning van alle buitenlandse studenten en bepaalde dat de scholen zich voor het eind van het jaar moesten registreren, op straffe van sluiting.

In het kader van de registratie moeten de madrassa's allerlei informatie geven. Zo wil de overheid het aantal docenten en studenten weten, maar ook de bron van hun inkomsten en details over hun uitgaven. Ten slotte dringen de autoriteiten er bij de scholen op aan geen extremistische ideeën te doceren of intolerantie te prediken, ook niet op basis van gepubliceerde literatuur.

Vertegenwoordigers van de naar schatting 12.000 madrassa's besloten gisteren op een bijeenkomst in Islamabad dat ze zich niet zullen registreren zolang de eis dat ze hun financiers bekendmaken niet van tafel is. De geestelijken die de scholen leiden zijn bang dat de overheid hun financiers lastig gaat vallen als ze weet wie dat zijn. Het gaat daarbij om particulieren, maar ook om Pakistaanse religieuze partijen en buitenlandse regeringen, zoals die van Saoedi-Arabië, Libië en Iran.

Maulana Mohammad Hanif Jallundri, woordvoerder van de alliantie van religieuze scholen, zei gisteren dat Musharrafs nieuwe maatregel de madrassa's discrimineert. ,,Hebben ze de privéscholen en de non-gouvernementele organisaties gevraagd dergelijke bijzonderheden te geven? Waarom vragen ze ons dat dan?''

De madrassa's geven honderdduizenden jongens uit arme families gratis (religieus) onderwijs, onderdak en voedsel, en voorzien daarmee in een grote behoefte. Sommige ervan leverden in de jaren tachtig daarnaast vrijwilligers voor de oorlog in Afghanistan en later voor het ultrafundamentalistische Talibaanregime. Nu worden ze ervan verdacht strijders voor een internationale jihad, heilige oorlog, op te leiden.

De geestelijken verzetten zich ook tegen een beslissing van het Hooggerechtshof die personen die in een madrassa zijn opgeleid, verbiedt een publiek ambt te bekleden.