Onderwijs in Nederland op middenniveau

Het opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking is gelijk aan het gemiddelde opleidingsniveau van alle Oeso-landen. Ook de uitgaven aan onderwijs zijn gemiddeld.

Dit blijkt uit het vandaag gepubliceerde rapport Education at a glance 2005, de weergave van een grootschalig vergelijkend onderzoek naar onderwijs in de dertig landen die zijn aangesloten bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso). Het onderzoek vergelijkt deelname en uitgaven aan, en prestaties en opbrengsten van alle soorten onderwijs.

Van de Nederlanders tussen 25 en 34 jaar heeft 29 procent hoger onderwijs gevolgd. In de lijst van dertig Oeso-landen staat Nederland daarmee op de achttiende plaats. Het kabinet streeft naar 50 procent hoger opgeleiden in 2010. Zo'n percentage wordt nu alleen gehaald door Canada, Japan en Zuid-Korea. In Italië, Tsjechië en Turkije ligt het percentage hoger opgeleiden in de leeftijdsgroep 25-34 jaar net boven de 10.

Ook als het gaat om voortgezet onderwijs, scoort Nederland gemiddeld. Met 76 procent van de bevolking tussen 25 en 34 jaar die voortgezet onderwijs heeft gevolgd, staat Nederland op de negentiende plaats. Zuid-Korea, Noorwegen en Slowakije halen hier bijna 100 procent. Opmerkelijk is het contrast in Zuid-Korea met de leeftijdsgroep 45-54 jaar, waarvan slechts 55 procent voortgezet onderwijs heeft gevolgd – het was relatief kort geleden nog een ontwikkelingsland. Hekkensluiter is Mexico, met 25 procent twintigers en dertigers met middelbare school.

De Nederlandse uitgaven aan hoger onderwijs – exclusief uitgaven aan research & development – zitten met 8.000 dollar per student per jaar op het Oeso-gemiddelde. Uitschieter naar boven is Amerika, met een overheidsbudget van 18.000 dollar per student. Per student geeft Nederland wel meer uit aan research & development dan de VS. Australië en Groot-Brittannië zitten rond de 9.000 dollar per student. Ook bij de uitgaven per leerling in het basisonderwijs is Nederland een gemiddeld Oeso-land: 5.500 dollar per leerling.

Bij de opening van het academisch jaar, vorige week, pleitten universitaire bestuurders voor het binnenhalen van meer buitenlandse studenten. In 2003 ontving Nederland 1 procent van alle reizende Oeso-studenten. Zwitserland, Italië en België zaten op 2 procent, Groot-Brittannië op 12 procent, de VS op 28 procent.