`OM is nu een prestatiefabriek'

Het openbaar ministerie is opnieuw in opspraak. De druk om te presteren is groot, maar officieren meten zichzelf ook een andere rol aan.

Wat is er aan de hand met het openbaar ministerie? Procureurs-generaal begaan publicitaire uitglijders, officieren van justitie lijken niet alle bevindingen van forensische onderzoekers aan de rechter voor te leggen, grote terreurzaken eindigen in vrijspraak. In de media worden incidenten breed uitgemeten, zoals bij officier van justitie Joost Tonino, die zijn afgedankte computer bij het vuilnis zette en deze terugzag in het televisieprogramma van Peter R. de Vries. Is de kritiek terecht? Leidt de druk tot een onaanvaardbare geldingsdrang, of is er meer aan de hand?

Het openbaar ministerie moet vaak koorddansen wegens de spilfunctie die het vervult, zegt Theo de Roos, hoogleraar strafrecht in Tilburg. ,,De oorzaak van de heibel is deels onvermijdelijk.'' Zeker in gevoelige zaken, zoals de vervolging van marinier Eric O. wegens het dodelijke schietincident in Irak, ,,heeft de politiek de neiging mee te procederen'', zegt De Roos. ,,Er hoeft maar iets te gebeuren of de rapen zijn gaar.'' Het OM staat soms voor onmogelijke dilemma's, zoals in de zaak tegen de vermeende terrorist Samir A. ,,In die zaak was weinig bewijs, dus moest het OM kiezen. Vervolg je niet, dan laat je een `gevaarlijke terrorist' lopen. Vervolg je wel, maar volgt er vrijspraak, dan is dat al gauw een blunder.''

De druk van buitenaf mag groot zijn, volgens advocaat Mischa Wladimiroff komt de meeste druk op het OM voort uit de verzakelijking die sinds de jaren tachtig opgang doet. ,,Daarvóór was het niet interessant hoeveel zaken een officier behandelde, en ook niet per se wat de uitkomst ervan was. Nu wordt het parket bedolven onder de productiecijfers. Per jaar moeten zoveel zaken worden behandeld, alsof het een fabriek is. De kwaliteit is onderhorig aan de kwantiteit en dat is weer onderhorig aan de uitkomst. Prestatiegerichtheid is in strijd met het grondbeginsel van een magistraat die kwaliteitsgericht is.''

Volgens prof. Willem Albert Wagenaar, hoogleraar Psychologie en Recht in Leiden zijn er in de zaak-Nienke veel aanwijzingen dat het ging om ,,een patroon van gelijk krijgen'' en niet om waarheidsvinding. Dat geldt volgens hem niet voor het merendeel van de zaken, maar voor ,,5 procent van de zaken, waar een bewijstekort is''. Zaken waarin het OM ,,met kunst- en vliegwerk'' de dossiers rond wil krijgen. ,,Dan begint er een proces van `bewijs reproduceren', een vorm van overdreven dienstijver, waarbij het OM zich partijdig opstelt, met een houding van: dan moet de verdediging of de rechter maar bewijzen dat het niet klopt.''

De prestatiegerichtheid heeft gevolgen gehad voor de magistratelijkheid van het OM, menen betrokkenen. Terwijl de officier van justitie (de staande magistraat) vroeger zaken onpartijdig voorlegde aan zijn zittende collega-magistraat, de rechter, is de moderne officier volgens Wladimiroff vooral geïnteresseerd in de uitkomst. ,,De zaak wordt behandeld als ware de officier een advocaat, een partijbehartiger die een partijbelang dient en de zaak wil `winnen'. De uiterste variant daarvan is de crime fighter.'' Wie belanghebbende wordt, zoals een advocaat per definitie is, maar officieren dus ook, ,,is eerder geneigd de uitkomst te manipuleren, de grenzen te zoeken, als het maar goed is voor je cliënt''.

De verzakelijking van het OM begon in een tijd dat geregeld commotie ontstond door vormfouten die leidden tot de heenzending van verdachten. Uit onderzoek bleek overigens volgens De Roos dat ,,een bijzonder klein percentage'' van de fouten leidde tot de vrijlating van zware criminelen. ,,De beeldvorming in de media was zwaar overdreven.'' Maar de toon was gezet. Wladimiroff acht de mogelijkheden die werden gecreëerd om vormfouten te herstellen typerend voor de ontwikkelingen. ,,Het OM mocht de doelpalen net zolang verzetten totdat ze stonden op de plek waar de bal terechtkwam. Dat heeft niet bijgedragen tot het volhouden van de magistratelijke rol. Fouten hadden geen gevolgen meer.''

Het OM raakte in de jaren negentig nog verder in opspraak door het gebruik van omstreden opsporingsmethoden, zoals inkijkoperaties en de doorlating van drugstransporten, die meer zicht moesten geven op drugsstromen en de organisaties erachter (de IRT-affaire). Een grondige reorganisatie door toenmalig minister Sorgdrager (Justitie, D66) was het gevolg. Zij maakte een einde aan de discussie over de positie van het OM. De minister is verantwoordelijk voor al het doen en laten van het OM, bezwoer Sorgdrager de Kamer. In ruil daarvoor kreeg de minister ook de zeggenschap: met aanwijzingen kan de minister individuele vervolgingen beïnvloeden, afdwingen of afblazen.

,,Sindsdien beseft elke minister van Justitie dat er altijd een bananenschil op zijn pad kan komen in verband met het OM, zoals een fout of een vrijspraak'', zegt hoogleraar De Roos. Advocaat Wladimiroff ziet een belangrijke breuk met de `oude' magistratuur, waarin officieren georiënteerd waren op de rechter. Nu is hun blik gericht op het ministerie. ,,Het OM is gegroeid tot een buitendienst van het departement, een instrument van de administratie.'' De band tussen staande en zittende magistraat wordt steeds losser. Dat is volgens Wladimiroff onder andere te zien aan de opleiding, waar officieren tegenwoordig andere cursussen volgen dan rechters, maar ook aan het feit dat er vaak wordt ,,overgestapt van OM naar advocatuur en terug, omdat die beroepen steeds meer naar elkaar toe groeien''.

Door de groeiende bemoeienis van de politiek werd het strafrecht rechtstreeks naar het parlement gebracht. Zo ontstond er recent nog een ruzie tussen OM en parlement over de vervolging van marinier Eric O. na een schietpartij in Irak. Kamerleden becommentarieerden het besluit van het OM luidkeels. Na de vrijspraak spuwden Kamerleden hun gal nog eens. De Roos noemt die bemoeienis een ,,ontoelaatbaar, zwaar opgefokt theater''. Dat er nu vanuit de Kamer ophef is over het bewijsmateriaal in de zaak-Nienke vindt hij wel terecht. ,,Als de schijn bestaat dat er bewust materiaal wordt achtergehouden, dan kun je daar vragen over stellen.''

In de strijd tegen de criminaliteit en het terrorisme worden door het publiek veel nadrukkelijker dan vroeger successen geëist. Die druk leidt volgens De Roos tot geldingsdrang bij het OM. ,,Er bestaat in die spectaculaire zaken een grote druk om te scoren, met alle integriteit, dat wel. Het is niet bewust voorliegen of iets achterhouden of sjoemelen.''

Wagenaar meent dat daar een rol is weggelegd voor de rechter. ,,We hebben in Nederland een inquisitoir rechtssysteem waarbij de rechter hoort te controleren welke feiten partijen aandragen. Die taak moet serieus genomen worden.'' De hoogleraar psychologie twijfelt aan het zelfreinigend vermogen van het OM en de rechters, ondanks de interne evaluaties die nu naar buiten zijn gebracht. ,,Neem de evaluatie van de rechtbank in Rotterdam: `bij onzekerheden moeten we eigen onderzoek doen'. Hoezo? Dat moeten rechters toch al lang doen? Of het gewicht dat rechters moeten toekennen aan een bekentenis. Is dat bewijs? Nee, niet als er verder helemaal niets is, zoals in de zaak-Nienke. Dan mag je een bekentenis helemaal niet accepteren. Opsporingsonderzoek moet uitwijzen of zo'n bekentenis van belang is of niet.''

Wagenaar vindt, net als Wladimiroff, dat de officier terug moet naar de rol van magistratelijk waarheidsvinder. Wagenaar: ,,Dus niet iemand die inhoudelijk leiding geeft aan de voortgang van het opsporingsproces.''

Daarnaast moeten het OM en de rechters veel ingrijpender hun eigen rol in strafrechtelijk onderzoek analyseren. Het moet daarbij niet gaan om analyses van een of meerdere fouten die zijn gemaakt in de zaak-Nienke, maar om de structuur die aan de optelsom van fouten ten grondslag ligt. ,,Het structurele aspect van al die ogenschijnlijk kleine foutjes, is een verkeerde perceptie van hun eigen rol in het proces. Maar ik ben bang dat de waan van de dag alle betrokkenen weer opslokt. Ook de officier zal straks in de rechtszaal weer pretenderen dat het allemaal kleine foutjes waren.''