Minder geld EU voor boer

Nederlandse boeren moeten er ,,ernstig rekening mee houden'' dat de uitgaven voor het Europese landbouwbeleid na 2013 ,,sterk'' zullen dalen. Dat schrijft minister Veerman (Landbouw) in zijn vandaag in Amsterdam gepresenteerde `toekomstvisie' op de Nederlandse agrarische sector getiteld `Kiezen voor de landbouw'.

De Europese uitgaven voor het landbouwbeleid zijn tot 2013 vastgelegd op ruim 40 miljard euro per jaar. Nederlandse boeren ontvangen daarvan 1,26 miljard euro per jaar aan subsidies. Er is sterke druk op de EU om een eind te maken aan de subsidiëring, ook vóór 2013.

Minister Veerman dreigde begin juli nog met aftreden indien het kabinet de wens van fungerend EU-voorzitter Groot-Brittannië zou volgen om al vóór 2013 de Europese landbouwuitgaven te verlagen. De minister zei toen niet aan gemaakte afspraken te willen morrelen. Maar voor de periode na 2013 houdt Veerman kennelijk rekening met een verdere reducering de uitgaven.

Nederland zal zich volgens de toekomstvisie van minister Veerman sterk moeten maken voor het ondersteunen van boeren die niet langer concurrerend kunnen produceren, maar die wel ,,een wezenlijke rol'' spelen bij het instandhouden van het cultuurlandschap. Daarbij worden de (overgebleven) Europese subsidies aangevuld met nationale ondersteuning.

In de nota schetst de minister het perspectief van een voortgezette daling van het aantal Nederlandse land- en tuinbouwbedrijven in de komende jaren. Momenteel dunt deze sector met 2 à 3 procent per jaar uit.

Maar Veerman constateert ook dat er groei zit in het aantal bedrijven dat zich bezighoudt met natuur- en landschapsbeheer. Volgens de minister is er in toenemende mate publieke belangstelling voor het platteland en de kwaliteit ervan. Het Europese beleid ondersteunt dit soort initiatieven, aldus Veerman.

In zijn toekomstvisie op de landbouw gaat Veerman ervan uit, dat de huidige Doha-ronde van internationale handelsbesprekingen bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO) tot een succesvol eind zal worden gebracht. Landbouw vormt bij deze besprekingen tot nu toe een struikelbok. Rijke en arme landen zijn het oneens over het afschaffen van handelsverstorende subsidies.