Kleuters hebben prima getalgevoel

Kinderen van vijf jaar die nog niet kunnen rekenen hebben al wel een verrassend goed abstract gevoel voor grote getallen. Tot nu toe werd gedacht dat een abstract gevoel voor getallen (los van concrete hoeveelheden) iets was dat mensen moest worden aangeleerd en afhankelijk was van taal.

De som 27 + 31 kunnen kinderen van vijf niet maken, tenzij het ze van te voren geleerd is. Maar kinderen van die leeftijd blijken zonder voorbereiding wel degelijk heel goed aan te kunnen geven of twee hoeveelheden puntjes die ze achter elkaar (niet tegelijk) op een computerscherm zien bij elkaar opgeteld net zo groot zijn als een derde hoeveelheid. En ze kunnen dat óók als ze de bij elkaar gevoegde puntjes moeten vergelijken met een hoeveelheid piepjes.

Vooral uit het gemak waarmee de kinderen een optelling van visuele puntjes vergelijken met een hoeveelheid piepjes leiden psychologen van Harvard University af dat kinderen een abstract gevoel voor getallen en optellingen hebben – ook al kunnen de kinderen nog niet `formeel' tellen en rekenen. De psychologen hebben hun onderzoek gisteren online gepubliceerd in de Proceedings of the National Academy of Sciences.

Dat kleine kinderen – net als veel dieren trouwens – vrij goed tot drie kunnen tellen, was al wel bekend. Ook was wel duidelijk dat kinderen verschillende hoeveelheden op grootte kunnen beoordelen (al was het maar om het grootste stuk taart te kunnen kiezen). Maar het inschatten van hoeveelheid is geen bewijs voor tellen, het kan even goed een visuele inschatting zijn of iets groter is of niet.

In de nu gepubliceerde experimenten wordt voor het eerst een abstract gevoel voor getallen groter dan drie aangetoond bij kinderen die nog geen formeel onderwijs in rekenen hebben gehad. De visuele indruk van de hoeveelheid op het computerscherm had wel invloed op de mate waarin de kinderen het juiste antwoord gaven, maar die invloed was niet bepalend, zo bleek uit de statistieken. De kinderen deden niet onder voor volwassenen die al wel goed tellen en rekenen hadden geleerd.

Uit de experimenenten van de Harvard-psychologen onder leiding van Elizabeth Spelke wordt duidelijk dat de kinderen bij hun inzicht in de numerieke hoeveelheden gebruikmaken van hun algemene inzicht in grootte. Net als bij de vergelijkingen tussen taartstukken maken de kinderen bij vergelijking van hoeveelheden puntjes meer fouten naarmate die hoeveelheden minder van elkaar verschillen.