Japanse vergezichten

Japans premier Junichiro Koizumi heeft geschiedenis geschreven. Na zijn politiek riskante ontbinding van het parlement, ruim een maand geleden wegens onenigheid in eigen gelederen over de privatisering van het staatspostbedrijf, schreef hij verkiezingen uit. Daarvan stond allerminst vast dat zijn Liberaal Democratische Partij die zou winnen. Een nederlaag had voor de hand gelegen. Wie breekt betaalt immers de rekening. Maar tot veler verrassing won Koizumi. Zijn LDP heeft nu een absolute meerderheid in het parlement. Dat is weliswaar geen novum, maar de combinatie van een charismatisch, slim en assertief politicus met een partij die onder zijn leiding wel moet hervormen, doet Japan staatkundig op zijn grondvesten schudden.

Koizumi moet in staat worden geacht de politiek en de economie nieuw leven in te blazen. Als hij aanblijft tenminste, want daarover bestaat onduidelijkheid. Hij heeft het tij economisch mee. Na jaren van stagnatie op hoog niveau begint de Japanse economie eindelijk aan te trekken. Onder het huidige politieke gesternte is het denkbaar dat de premier echt werk kan maken van het terugdringen van de rol van de overheid en van liberalisering van de economie. Zijn plan om het postbedrijf te hervormen is omstreden, maar de manier waarop hij dit in de verkiezingscampagne presenteerde, wekte bij velen wèl vertrouwen.

De Japanse posterijen zijn een staat in de staat. Ze vormen een arsenaal aan werkgelegenheid, dienen als vermogende spaarbank de politiek door financiering van complete schaduwbegrotingen en zijn daarmee een niet weg te denken machtsfactor in het land. Uitgerekend dit conglomeraat van politieke, financiële en economische belangen wenst Koizumi te hervormen. Dat hij op weerstand stuit, hoeft niet te verbazen. Tegelijk zien veel Japanners de noodzaak van verandering in. Hun land vergrijst; er is geld nodig voor de gezondheidszorg en voor pensioenvoorzieningen. Bij ongewijzigd beleid bezwijkt Japan vroeg of laat onder zijn eigen demografische druk.

Junichiro Koizumi heeft persoonlijk de Japanse politiek op sleeptouw genomen voor een tocht in het onbekende. De Japanners kijken gefascineerd toe. Het is onduidelijk wat hij precies wil en wanneer hij zijn plannen denkt te realiseren. Hij heeft het bij een schets gelaten; de details moeten later worden ingevuld. Zo'n werkwijze heeft de charme van het grote gebaar, maar kent wel risico's: luchtfietserij, doelen die te ver in de toekomst liggen. Koizumi schildert boeiende vergezichten die licht doen vergeten dat zijn achterliggende termijn niet erg indrukwekkend was. Hij heeft iets weg van de `hoogstapelaar' in het circus. Zijn rij borden groeit en groeit, het publiek houdt de adem in. Eens zal de lading vallen, maar dan is de stapelaar al weg.

In de regio wordt Koizumi met argwaan bekeken. Het zelfbewustzijn dat hij Japan aanpraat valt slecht in China en Zuid-Korea, die beide sterk onder Japanse agressie hebben geleden. Koizumi wil dat zijn land als een grootmacht wordt bejegend. Met dat standpunt heeft hij zich echter in Azië geïsoleerd. Zijn hervormingsplannen verdienen steun, maar deze eenling in de politiek zou binnenslands zijn doelen haalbaar en overzichtelijk moeten houden. Het (nabije) buitenland kan hij beter niet van zich vervreemden. De wonden uit het verleden zijn daarvoor te vers.