Het ongeloof

De moeilijkste dingen om te geloven zijn de dingen die je niet kúnt geloven. Omdat ze niet te geloven zijn. Ook al zegt het journalistieke handboek dat je alles voor mogelijk moet houden. Ook al heb je met schade en schande geleerd dat je niet argwanend genoeg kunt zijn.

Als iemand mij vertelt dat men in Nederland willens en wetens een onschuldige laat veroordelen wegens moord, dan kan ik dat nauwelijks aannemen. Ook al zegt de Wet van Izzy Stone, de beroemde Amerikaanse onderzoeksjournalist: ,,Alle regeringen bestaan uit leugenaars en niets van wat zij zeggen moet worden geloofd.'' Die wet ken ik. Maar toch, ik wil niet in een toestand van paranoia leven. Misschien ben ik nog steeds te naïef, na al die jaren in dit vak. Niet sceptisch genoeg. Nooit had ik gedacht dat de Nederlandse justitie essentiële informatie weglaat uit een strafdossier en twijfels over de schuld van een verdachte geheim houdt voor de rechter en de verdediging. Fouten worden altijd en overal gemaakt, maar het opzettelijk manipuleren van de rechtsgang is iets wat je in andere landen verwacht. Niet hier.

Vandaar de verbijstering over de berichten dat in de zaak van de moord op Nienke Kleiss bewust voor de verdachte ontlastende gegevens voor de rechter zijn verzwegen. Hoe kon dit gebeuren? Welke consequenties krijgt dit? Voor mij staat vast dat minister Donner behoort af te treden. De kilte trekt in je botten als je nadenkt over de mogelijkheid dat zoiets normaal zou zijn, of geaccepteerd zou worden. Met vertrouwen in de rechtspraak staat of valt de rechtsstaat.

Zo kan ik me nog steeds moeilijk voorstellen dat de Nederlandse justitie willens en wetens een Pakistaanse atoomspion heeft laten lopen die hier de kennis voor de ontwikkeling van nucleaire wapens heeft gestolen. Maar nu zegt een oud-rechter die met deze zaak bezig is geweest ook nog eens dat het dossier is verdwenen, zodat er nooit meer opheldering over kan komen.

Ik wil het soms niet geloven wat ik zie of lees. ,,Het gaat er bij mij niet in'', zeg je dan. Het past niet in je denkwereld, in je verwachtingspatroon, in je perceptie van de werkelijkheid.

Naarmate de ontsteltenis groter is, wordt de vraag dringender: wie is hiervoor verantwoordelijk?

Een vergelijkbaar mechanisme zie je op een andere schaal in Amerika in werking na de natuurramp die New Orleans heeft getroffen. Dat was, zoals de Amerikanen het noemen, een Act of God. ,,Wij bouwen parmantig voor heden/ onze babelse metropolen/ maar God/ haalt zijn ploeg/ door de steden/ en verwart de parolen.'' (Vladimir Majakovski in de vertaling van Marko Fondse). Maar na de zondvloed liet de regering-Bush de hulpelozen verrekken.

Je gelooft je ogen niet: zoveel onverschilligheid bij de overheid van het rijkste en machtigste land van de wereld jegens de eigen burgers, zo weinig mededogen, zo'n achteloosheid en gewetenloosheid. Laten we eerlijk zijn, een watersnoodramp in Bangladesh is niet minder erg dan een stormvloed in het zuiden van de Verenigde Staten, de mensen in het ene land zijn niet meer of minder waard dan die in het andere, de doden niet meer of minder dood, de nood en ellende niet minder aangrijpend in het ene geval of het andere. Niettemin zijn de gevolgen van de orkaan Katrina schokkender, want je verstand weigert te bevatten wat je ziet.

Dan komt de woede. Opnieuw die vraag: hoe kon dit gebeuren?

In 1935 publiceerde Ernest Hemingway in het linkse literaire tijdschrift New Masses een van ingehouden razernij doortrokken reportage over een orkaan die de Florida Keys had getroffen. Onder de slachtoffers bevonden zich honderden oorlogsveteranen die in een kamp op één van de eilanden voor de kust waren ondergebracht en daar aan hun lot overgelaten. `Who murdered the Vets?' heet het stuk.

,,Wie vermoordde de veteranen? Wie waren zij tot last en voor wie vormde hun aanwezigheid een politiek gevaar?'' (De veteranen waren als oud vuil op een eiland gedumpt.) ,,Wie had hen gestuurd naar de Florida Keys en liet hen daar verrekken in het orkaanseizoen? Wie is verantwoordelijk voor hun dood?''

Sarcastisch schreef Hemingway dat hij ver van Washington woonde en dus het antwoord op deze vragen niet zou weten. Wél wist hij dat de rijken en jachtbezitters altijd tijdig hun biezen pakten in het orkaanseizoen en zich alleen zorgen maakten om hun eigendommen. ,,Maar veteranen zijn geen eigendommen. Het zijn maar mensen, mislukte mensen, en zij hebben niets te verliezen behalve hun leven.''

Hemingway bezocht het gebied vijf dagen na de ramp en zijn beschrijvingen tarten elke verbeelding. Nog steeds wist niemand hoeveel doden er waren. ,,Ik geloof niet dat iemand, willens en wetens, Amerikaanse oorlogsveteranen de dood in stuurt in vredestijd. Maar onwetendheid is nooit aanvaard als een excuus voor moord of doodslag'', schreef hij.

,,Wie stuurde hen naar dat eiland? Waarom werden ze niet geëvacueerd, hoewel bekend was dat evacuatie hun enige redding was?'' Iemand zou deze vragen toch moeten beantwoorden, dacht Hemingway, hoewel hij voorzag dat de verantwoordelijke tegen zichzelf over de doden zou zeggen: ,,Ze zijn nu beter af. Waar waren ze goed voor? Je kunt niets doen aan ongelukken of de wil van God.''

Het stuk eindigt zo: ,,Wie liet hen verrekken? Ik hoop dat de verantwoordelijke dit leest. En hoe voelt dat dan?'' How does it feel? En tot een slachtoffer: ,,Je bent nu dood, brother, maar wie liet je daar achter? Wie liet je daar? En wat staat er tegenwoordig op doodslag?''

In deze vrijwel vergeten tekst van één van de grootste Amerikaanse schrijvers en Nobelprijswinnaar luidt de sleutelzin: ,,Ik geloof niet dat iemand, willens en wetens...''

Maar ondertussen moet je het wel voor waar aannemen.

Ongeloof, geschokt vertrouwen in de beschaving, in het recht of in een democratische overheid, brengen verontwaardiging en schrik teweeg, zelfs afgezien van de vraag op welke schaal een misstand zich voordoet. Het is het verlies van de overtuiging: dit gebeurt misschien in Bangladesh maar niet in Amerika. En ook: dit gebeurt misschien in Amerika, maar niet in Nederland.

    • Elsbeth Etty