Heer onder de uitgevers

Reinold Kuipers, die gisternacht op 91-jarige leeftijd is overleden, was de man achter het naoorlogse succes van twee gerenommeerde uitgeverijen: De Arbeiderspers en Querido. Een heer onder de uitgevers was hij, rijzig en ietwat gereserveerd, die altijd zei dat hij geen boeken uitgaf, maar auteurs – en dus bleef hij trouw aan de schrijvers wier werk hij uitgaf. Ze waren niet alleen zijn auteurs, maar vaak ook zijn beste vrienden.

In de jaren dertig, als jonge knaap, had Kuipers gedichten geschreven waarmee hij zelfs tot de kolommen van tijdschriften als Forum en Helikon doordrong. Maar zijn literaire aspiraties liepen gelijk op met een praktische instelling, bij uitstek een eigenschap voor uitgevers, en daarom werkte hij eerst als leerling bij een drukkerij, en daarna als copywriter bij een reclamebureau. Zijn leven lang kon hij nog letterlijk citeren wat hij ooit voor Duryea-maizena schreef: ,,Zo wordt de saus de bloemkool waard.'' De reclame was een bevredigende bezigheid, vond hij: ,,Het zet je ertoe aan verstaanbaar en compact te schrijven.'' Verstaanbaar en compact – dat waren ook de auteurs tot wie hij zich het meest aangetrokken voelde.

Op 1 mei 1946 trad Kuipers als uitgever in dienst bij De Arbeiderspers. Maar omdat de Dag van de Arbeid toen nog een vrije dag was bij de socialistische AP, begon het werk pas op 2 mei. Zijn eerste grote succes was de bundel Honderd dwaasheden van Simon Carmiggelt. Ook haalde hij Annie M.G. Schmidt over haar eerste versjes uit Het Parool te bundelen. Omdat de vraag naar het lichte genre in die eerste naoorlogse jaren bijna onverzadigbaar was, organiseerde Kuipers zelfs de legendarische `lolbus', een bus vol schrijvers (Annie Schmidt, Carmiggelt, Ferdinand Langen, Eli Asser en Willem Wittkampf) die vrolijke voordrachtsavonden in het hele land verzorgden. Maar tot zijn andere ontdekkingen in de AP-tijd behoorde ook Louis Paul Boon.

Kuipers verhuisde in 1960 naar Querido, waar hij samen met zijn vrouw Tine van Buul de leiding had. Typerend voor zijn afkeer van pathos was zijn hechte band met schrijvers als J. Bernlef en K. Schippers, die zich hadden verzameld rond het in bestaande gebruiksteksten grossierende tijdschrift Barbarber. Voorts werd hij de uitgever van debutanten als Nicolaas Matsier, Doeschka Meijsing, Bob den Uyl en Gerrit Krol.

Kuipers en Van Buul gingen in 1979 met pensioen, waarna ze onder meer nog de bezorgers waren van de twee definitieve Annie Schmidt-bundels Ziezo en Tot hier toe. En verder maakte hij thuis, aan de drukpers in de garage van zijn Amstelveense huis, nog wondermooie bibliofiele boekjes – zoals hij dat in de jaren vijftig al samen deed met de eveneens typografisch geschoolde Simon Carmiggelt, onder de naam De Zondagsdrukkers. Dat was hij ten voeten uit: de man die met opperste toewijding het werk van de schrijver bij de lezer bracht.