Eén doekje voor drie snotneuzen

De leidsters doen hun best, maar toch is de kinderopvang niet goed. ,,Is het klimrek veilig? Zijn de stopcontacten afgeplakt? Het bleek te vaak niet in orde.''

Louis Tavecchio, bijzonder hoogleraar kinderopvang aan de Universiteit van Amsterdam, vindt het vervelend om crècheleidsters op hun hart te trappen, ,,want de meesten doen geweldig hun best''. Maar het blijkt nu eenmaal uit het wetenschappelijk onderzoek waar hij aan meewerkte: de kwaliteit van veel kinderdagverblijven is ver onder de maat.

Het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek (NCKO) – pedagogen en ontwikkelingspsychologen van de Universiteit van Amsterdam, Universiteit Leiden en de Radboud Universiteit Nijmegen – deed in 1995, 2001 en in 2005 precies eenzelfde kwaliteitspeiling. In 1995 scoorde geen enkel kinderdagverblijf onvoldoende. In 2001 scoorde 6 procent een onvoldoende, in 2005 is dat 40 procent. Momenteel gaan ongeveer 200.000 0- tot 4-jarigen een of meer dagen naar een crèche. Gisteren is het rapport naar de Tweede Kamer gestuurd. Minister de Geus (Sociale Zaken, CDA) vindt de resultaten ,,verontrustend'', zei hij gisteren. Hij wil dat de controles door de GGD's op de kwaliteit van kinderdagverblijven en de handhaving door gemeenten worden aangescherpt. Ook wil hij praten met brancheorganisaties in de kinderopvang.

`Individuele zorg' en `activiteiten' scoren het slechtst. Wat wordt daarmee bedoeld?

Tavecchio: ,,Met individuele zorg bedoelen we vooral hygiëne en veiligheid. Kinderen én leidsters moeten na het toiletbezoek hun handen wassen. Dat gebeurt niet altijd. Drie snotneuzen afvegen met één washandje is niet fris. Kinderen moeten in een schoon bed slapen en niet in bed waarin een dag eerder een ander kind lag. We hebben ook gekeken naar de veiligheid van binnen- en buitenruimten. Letten de leidsters goed op of kletsen ze in een groepje over het voorbije weekend? Is het klimrek veilig? Zijn de stopcontacten afgeplakt? Het bleek nogal eens niet in orde.

,,Met activiteiten bedoelen we het gebruik en de toegankelijkheid van gevarieerd spelmateriaal dat de ontwikkeling van het kind stimuleert. Dus boekjes, puzzels, muziekinstrumenten, blokken, poppen, verkleedkleren, klei. Het gaat er niet alleen om dat het er ís, maar ook of de kinderen het zelf kunnen pakken en of ze worden aangemoedigd ermee te spelen.''

`Interactie' scoorde ruim voldoende. Is interactie niet het allerbelangrijkst?

,,De interactie, de dagelijkse omgang van de leidster met het kind, was in orde. Kort samengevat: leidsters zijn over het algemeen best aardig en lief voor de kinderen. Ze troosten bij een huilbui, geven een aai over de bol als een kind is gevallen. Dat is belangrijk, maar niet voldoende.''

Wat is de oorzaak van de dalende kwaliteit?

,,We hebben heel nauwkeurig de kwaliteit gemeten, maar naar de oorzaken hebben we geen onderzoek gedaan. Het is dus gissen. De afgelopen jaren is het aantal crècheplaatsten enorm gegroeid. De overheid heeft dat gestimuleerd. Er is een tekort aan gekwalificeerd personeel en daardoor is de werkdruk hoog. Dat kan een verklaring zijn. Een andere verklaring ligt mogelijk bij de opleiding. Die is sterk gericht op zorg: studenten leren kinderen op een juiste manier op te tillen, te verschonen, te wassen. Wij vinden dat de opvoeding meer centraal zou moeten staan tijdens de studie. Studenten zouden meer moeten leren over de verschillende ontwikkelingsfasen van kinderen.''

Zitten ouders wel te wachten op zo'n mede-opvoeder?

,,Je kunt je afvragen wat ouders verwachten van een crèche. Willen ze dat hun kind alleen wordt opgevangen en is opvoeden iets dat thuis gebeurt? Of zien ze de leidster als medeopvoeder? Dat is het geval in Scandinavische landen. Daar verwachten ouders dat hun kinderen op de crèche worden gestimuleerd in hun ontwikkeling.

,,Ik vind dat er te weinig wordt gekeken naar de consument in de kinderopvang. Dat is in de eerste plaats het kind. Maar het is lastig, want de consument heeft geen stem. De ouders die druk zijn met de combinatie van werk en zorg voor de kinderen wel. Zij zijn ook belangrijk. Maar we moeten niet uit het oog verliezen waar het eigenlijk om draait in de kinderopvang: de ontwikkeling en het welbevinden van de kinderen.''

Wat zien jullie als oplossing?

,,Naast meer geld, pleiten wij voor een betere opleiding voor leidster in de kinderopvang, een opleiding waarbinnen de pedagogische taak centraal staat. Daarnaast pleiten wij voor het aanstellen van groepsassistenten. Die zouden het ondersteunende werk kunnen uitvoeren: het verschonen, de kinderen naar bed brengen, helpen met plassen, het eten klaarmaken, opruimen en schoonmaken. De leidster houdt zo meer tijd over voor haar pedagogische taak: een serieuze relatie met het kind.''

    • Sheila Kamerman