`Corporaties blijven actief in sociale sector'

De woningcorporaties blijven belast met de bouw van huurwoningen voor de sociale sector. Ze moeten in de administratie wel een duidelijk onderscheid maken tussen deze en meer commerciële activiteiten.

Dit schrijft minister Dekker (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, VVD) vandaag aan de Tweede Kamer in reactie op een brief van de Europese Commissie over concurrentie.

De Europese Commissie verzet zich in deze brief tegen activiteiten die de woningcorporaties met staatssteun uitvoeren, zoals de verhuur en verkoop van dure appartementen. Dat leidt tot oneerlijke concurrentie en is in strijd met de Europese regels.

Minister Dekker is het daar wel mee eens en wijst er in haar brief op dat al langer wordt gewerkt aan het scheiden van taken binnen de corporaties. Volgende maand stuurt ze een aantal voorstellen hiervoor naar de Tweede Kamer. ,,Het gaat er in feite om dat zeker gesteld wordt dat de staatssteun niet ten goede komt aan activiteiten die in concurrentie met de markt worden uitgevoerd'', aldus Dekker.

Er zal volgens Dekker geen uitverkoop zijn van de sociale sector. ,,Daar verzet ik mij zeer tegen''. Er zal dus wat haar betreft geen substantieel deel van het sociale corporatiebezit hoeven worden verkocht aan marktpartijen, ,,die vervolgens veel hogere huren in rekening brengen''. Als doelgroep voor de sociale huursector noemt Dekker de huishoudens met een inkomen tot de ziekenfondsgrens. Volgens het ministerie gaat het om circa twee miljoen huishoudens in Nederland. Dekker schrijft: ,,Kortom, ik sta voor een corporatiesector die een grote groep van de bevolking kan huisvesten en een actieve rol heeft in de wijk, zoals de sector dat al honderd jaar op een goede wijze doet''.

Dekker benadrukt dat zij ,,gelet op Europa een eerlijk speelveld wil organiseren''. Daar hoort bij dat de corporaties scheiding aanbrengen in hun boekhouding tussen de sociale en sterk commerciële activiteiten.

Uit de brief blijkt ook dat toenmalig staatssecretaris Remkes in 2002 een oordeel van de commissie heeft gevraagd over de aard van de corporaties. Daarbij moest dan vooral worden gelet op ,,de compensatie die de corporaties krijgen voor hun publieke taak''. Daarmee werd de jaarlijkse subsidie van het rijk bedoeld. Doel van het verzoek was, zo geeft Dekker aan, dat Europa zou antwoorden dat staatssteun niet geoorloofd was.