Belgrado verdeeld naar VN

De unie Servië en Montenegro is een van de weinige landen die morgen in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York niet met hun staatshoofd of regeringsleider zijn vertegenwoordigd, maar slechts op het niveau van hun minister van Buitenlandse Zaken. Maar om het goed te maken, heeft de unie twee ministers van Buitenlandse Zaken gestuurd, met tegengestelde belangen.

Eigenlijk had de delegatie moeten worden geleid door president Svetozar Marović van de unie Servië en Montenegro. Maar die had er geen zin in, net zo min als de presidenten en premiers van beide delen van de unie.

En dus wordt de delegatie geleid voor Vuk Drašković, minister van Buitenlandse Zaken van de unie, en Miodrag Vlahović, minister van Buitenlandse Zaken van Montenegro. Zij zullen elkaar in New York in elk geval niet voor de voeten lopen: hun programma's raken elkaar niet, want Draškovic wil de belangen van de unie bepleiten. Vlahović wil in New York juist uitsluitend gaan pleiten voor de beëindiging van de unie en voor de Montenegrijnse onafhankelijkheid.

De Servische vice-premier Miroljub Labus betreurde de indruk die de unie wekt. Shakespeare parafraserend zei hij gisteren in Belgrado: ,,Dit is een illustratie aan de wereld dat something is rotten in the state union.''