Advies: geen verbod buitenlandse imam

Een algemeen verbod op buitenlandse imams is in strijd met de godsdienstvrijheid. Ook als er vanaf 2010 in Nederland opgeleide imams beschikbaar zijn, moeten moslims het recht houden om hun religieuze leiders uit het buitenland te halen.

Dat schrijft de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) vandaag aan minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD). De commissie staat hiermee lijnrecht tegenover de Tweede Kamer. Die wil, in de strijd tegen de radicale islam, dat vanaf 2008 alleen nog in Nederland opgeleide imams in Nederlandse moskeeën prediken. Volgens de ACVZ is een verbod op buitenlandse imams een ,,niet te rechtvaardigen'' inbreuk op de vrijheid van godsdienst. ,,Het in vrijheid kunnen belijden van een religie is van dermate grote betekenis voor de Nederlandse bevolking en voor de aanwezige vluchtelingen en migranten dat hierdoor een wezenlijk Nederlands belang zou worden aangetast'', aldus het advies. Bovendien helpt het niet in de strijd tegen de radicalisering van moslims, meent de commissie. Een meerderheid van de buitenlandse imams functioneert immers ,,probleemloos'' en zoekt naar mogelijkheden om de islam en de Nederlandse gemeenschap bij elkaar te brengen.

De Vrije Universiteit van Amsterdam is dit jaar een opleiding tot islamitisch geestelijk verzorger begonnen. De eerste imams studeren op zijn vroegst in 2010 af. Volgens de ACVZ is een verbod op buitenlandse imams tevens in strijd met het gelijkheidsbeginsel als niet ook de buitenlandse voorgangers van andere gezindten worden geweerd. Wel vindt de commissie dat religieuze leiders sneller moeten inburgeren dan andere migranten en dat ze een zwaarder inburgeringsprogramma moeten krijgen.