Willem van Otterloo

,,Er zijn al zeker honderd historische cd's van het Concertgebouworkest verschenen en ze zijn nu pas tot 1960. Ik dacht: `wat is er uit die tijd van het Residentie Orkest?' Slechts een paar cd's, terwijl in de jaren '50 het RO volgens velen op dezelfde hoogte stond als het Concertgebouworkest. Al die platen, lp's, dat was nieuw: 125 stukken! Er zijn er wereldwijd anderhalfmiljoen van verkocht. Philips engageerde het RO met Willem van Otterloo als eerste Nederlandse orkest en maakte opnamen in het Amsterdamse Concertgebouw. Op de cd's in mijn box klinken ze geweldig.''

De componist Otto Ketting, van 1955 tot 1961 trompettist bij het Residentie Orkest onder dirigent Willem van Otterloo, stelde een box met dertien cd's samen met opnamen uit de jaren 1950-1960. Ketting schreef ook honderd pagina's toelichting. Willem van Otterloo, die in 1978 op 70-jarige leeftijd om het leven kwam bij een een auto-ongeluk in Melbourne, leidde het Residentie Orkest van 1949 tot 1973. Hij had een belangrijke internationale carrière, hij was onder andere dirigent in Sydney en Generalmusikdirektor in Düsseldorf.

,,Van Otterloo stond acht maanden per jaar voor het Residentie Orkest. Tussen 1949 en 1961 dirigeerde hij duizend concerten, 377 keer een stuk van Beethoven. Die Negende symfonie van Beethoven – ik ben niet zo'n liefhebber van het stuk – maar deze opname is geweldig, één geheel. En Van Otterloo's Symphonie fantastique van Berlioz, die hij 45 keer dirigeerde, is fantastisch. Ik speelde zelf mee, ik begon als tweedejaars conservatoriumstudent, een geweldige leertijd met gastdirigenten als Monteux, Münch, Kubelik, Giulini, Jochum, Wand, Rosbaud, Böhm.

,,Ik heb die Berlioz-plaat van Van Otterloo zelf nooit willen kopen, want ik had aan het eind van mijn orkesttijd ontzettend de pest aan Van Otterloo. Hij was geen prettige man voor een orkest. Hij wilde controle, sloeg zo mogelijk nog de 32-sten. Hij was een Pietje Precies, wat natuurlijk goed is, maar vaak ook onaangenaam. Als hij voor de zoveelste keer L'apprenti sorcier van Dukas deed, begon hij vanaf de eerste maat weer te repeteren. Hij kon mensen ontzettend te kakken zetten. Als er iets fout ging, wist de hele zaal het. Dan deed hij GRRR tegen Herman Krebbers, de concertmeester.

,,Wat je op de platen goed hoort is het hoog. Van Otterloo's klankideaal was Frans. Het Concertgebouworkest was één geheel. Bij Van Otterloo waren de musici allemaal individualisten, zoals de familie Stotijn. Het koper klonk Frans, vaak met vibrato. Van Otterloo was erg gericht op de eerste violen. Die strijkers waren fantastisch met Krebbers en Olof. Zo hoor je op elke plaat veel melodie. Wij zeiden altijd: `Krebbers and his krabbers.'

,,Van Otterloo was erg goed in het Franse repertoire – Franck, Berlioz, Ravel – en in Bruckner, Reger, Haydn en Schubert. Zijn Debussy en Mozart waren minder. Hij dirigeerde ook veel eigentijdse Nederlandse stukken, in de box zijn opnamen van Wagenaar, Diepenbrock, Orthel, Dresden, Badings en Hendrik Andriessen. Van Otterloo dirigeerde ook Ives, Zimmermann, Berg. Componisten als Pierre Boulez en Bruno Maderna, die kwamen dirigeren, vond hij heel goed, maar hij had er niets mee. Zelf was hij een van de beste vooroorlogse componisten, al schreef hij maar tien stukken.

,,Bijzonder zijn een paar zeer vroege Mahler-opnamen: de Kindertotenlieder met Herman Schey en de Vierde symfonie met Teresa Stich-Randall. De box biedt een keus uit het beste dat was terug te vinden: ook Brahms I, Tsjaikovski IV en Prokofjev: het Derde pianoconcert met Alexander Uninsky. Het was lastig zoeken, het Universal-

archief in Hannover is niet goed gecatalogiseerd. En er zijn ook nogal wat opnamen vernietigd, vaak juist waarop ik meespeelde.''

Willem van Otterloo/Residentie

Orkest: The original recordings

1950-1960 (13 cd) verschijnt deze week bij Challenge Classics. CC 72142.

    • Kasper Jansen