Tactiek van dierenfront moet veranderen

Als de aanbevelingen van het rapport `Een Noodzakelijk Kwaad' over de Wet op de dierproeven worden uitgevoerd, zal het onderzoeksklimaat in Nederland nog verder achteruitgaan en zullen nog meer wetenschappers naar Amerika uitwijken, waarschuwen Kees Brunia en Jan Hoeijmakers. Minister Hoogervorst kan volgens hen zijn biomedisch topinstituut dan wel vergeten.

Netty van Lookeren Campagne pleit voor meer begrip en samenwerking tussen dierenbeschermers en de farmaceutische industrie.

Al vanaf de oudheid worden er proeven op dieren gedaan en met de ontwikkeling van de wetenschap, die voor ons niet snel genoeg kan gaan om elkaar opvolgende ziektes te bestrijden, nam het gebruik toe.

Al twee eeuwen geleden (1824, Arthur Broome) kwam er in Europa georganiseerd verzet tegen dierproeven. De gevoelige, denkende mens heeft zich altijd de vraag gesteld: is het niet moreel verwerpelijk dat wij dieren gebruiken voor ons eigen nut? Dat we ze daarvoor leed berokkenen?

Maar de mens is ook een dualistisch wezen en tot op heden is geen enkele organisatie erin geslaagd dierproeven uit te bannen. Telkens weer prevaleert het belang van de mens zelf en ook bij dierenbeschermers zijn er weinig te vinden, die een geneesmiddel weigeren omdat er dierproeven bij betrokken waren.

Wil dat zeggen dat protesten geen zin hebben? Integendeel. Dankzij een constante druk van dierenbeschermers is er in vele landen nieuwe wetgeving totstandgekomen, bij ons in 1977. Er kwamen protocollen, controles, er moest verantwoording worden afgelegd. Het proefdiergebruik werd aan banden gelegd en dat is wel degelijk te merken. De terughoudendheid is groter, het bewustzijn dat men met levende wezens werkt dringt beter door en het proefdiergebruik is drastisch afgenomen.

Toch is er nog veel te doen en te verbeteren, maar mijn stelling is dat het tijd wordt dat de tactiek van dierenbeschermers verandert.

Op een wetenschappelijk congres in Utrecht in 2000 met als thema `Zijn er nog dierproeven in 2025?' luidde de conclusie `ja', en dat noopt tot een pragmatisch standpunt. Ik ben het dan ook niet eens met teksten als: ,,Helaas worden alternatieven nog veel te weinig gebruikt, simpel omdat wetenschappers nu eenmaal gewend zijn aan dierproeven en vaak niet beter weten.'' (Uit een recente folder van de vereniging Proefdiervrij).

Zo is het al lang niet meer. Bovendien er is een wettelijk verbod op dierproeven als er een alternatief voor bestaat.

Als je weet dat er geen dierproef meer plaatsvindt zonder eerst door een dierenexperimentencommissie beoordeeld te zijn, als je weet hoe moeilijk het is alternatieven te ontwikkelen, als je weet dat elke student/onderzoeker die met dieren werkt eerst een intensieve cursus heeft moeten volgen waarbij hij de nodige vaardigheden en de juiste mentale houding krijgt aangeleerd, dan riekt zo'n uitspraak naar volksverlakkerij.

Ik heb gezien hoe er binnen instellingen met succes hard gewerkt wordt aan verbeteringen, maar ook dat het soms nog slecht is. Men eerbiedigt de drie V's, die staan voor Vermindering, Vervanging en Verfijning van dierproeven, een principe van twee Engelse wetenschappers, Russel en Burch, die hier zijn geïntroduceerd door de Utrechtse hoogleraar, prof. dr. B. van Zutphen. Hij is ook de ontwerper van bovengenoemde cursus die in steeds meer landen over de hele wereld gebruikt wordt.

Onlangs werd er een cd gelanceerd, afkomstig van alternatievenonderzoeker prof. dr. C. Hendriksen en zijn team, om wetenschappers te leren hoe je tijdig een humaan eindpunt voor het dier kunt bepalen. Beide onderzoekers zijn al diverse malen in de prijzen gevallen.

Ik heb gezien hoe konijnen in vele dierenlaboratoria beter gehuisvest en verzorgd worden dan in menige achtertuin en hoe men steeds meer rekening probeert te houden met de gedragsbehoeften van de dieren. Er gebeurt heus wel wat.

Klinkt dit alsof het nu ideaal is en het allemaal wel meevalt? Dan heeft men mij slecht begrepen. Ik vind het alleen zo jammer en ook onverstandig, als dierenbeschermingsorganisties zich uitsluitend beperken tot het zich afzetten tégen de proeven. Proefdieren de wereld uit ... Het is mij te gemakkelijk.

Wat kunnen dierenbeschermers dan doen? Meer dan genoeg.

Er moet een vaste post in de budgetten komen voor het dierenwelzijn.

Dieren moeten naar hun aard gehouden worden, dus: dieren zoveel mogelijk sociaal laten leven, afleiding voor de dieren (verveling is lijden), licht en lucht in de laboratoria (ook voor de mensen).

Er moet bij nieuwbouw meer aandacht komen voor de dierverblijven en slechte onderkomens dienen te worden vervangen.

Er moet veel meer geld naar het onderzoek naar alternatieven, computermodellen, weefselkweken etc.

Er moeten goede contacten gelegd worden met onderzoekers, in een sfeer van wederzijds respect. Ze doen hun werk als u en ik en hebben thuis ook kinderen en een hond. Een appèl om gewetensvol en met grote terughoudendheid te werk te gaan, werkt beter dan hun huizen te bekladden.

Wetenschappers moeten meer openheid betrachten en voorlichting geven aan het publiek, in plaats van zich te verstoppen in de laboratoria.

Er moet gelobbyd worden om te voorkomen dat proeven dubbel gebeuren, dat betekent dat men binnen Europa elkaars testen erkent.

Er moet gelobbyd worden om te bewerkstelligen dat er geen dierproeven meer gedaan worden voor huishoudelijke producten. Proeven voor cosmetica zijn in Nederland al verboden.

Het publiek moet op een ándere manier bewust gemaakt worden, niet door middel van dure advertenties met misleidende informatie, maar door te bevorderen dat het zich medeverantwoordelijk voelt.

En er moet een bovengrens komen aan het lijden dat men een dier mag aandoen.

Een mooie lijst, en veel kan sámen gebeuren. In Denemarken hebben ze dat al ontdekt. Bij het farmaceutische bedrijf Novo Nordisk werken bijvoorbeeld dierenbeschermers, proefdierdeskundigen en management met succes samen.

Dierenbeschermers moeten binnendringen in de proefdierwereld om het op te nemen voor de dieren, maar dan wel met respect voor en vertrouwen in elkaar en op het niveau van een wetenschappelijke omgeving. Verketteren is vruchteloos. Dat is geen vuile handen maken, zoals ik vaak hoor, dat is pragmatisch denken.

Netty van Lookeren Campagne was van 1996 tot 2004 bestuurslid van de Sophia-Vereeniging tot Bescherming van Dieren.