Synagogen onder de slopershamer

Israël heeft vannacht zijn laatste soldaten uit de Gazastrook teruggetrokken. Een vloedgolf van Palestijnen overspoelde direct de verlaten nederzettingen.

De wegrijdende Israëlische tanks waren nog binnen gehoorafstand toen de extatische voorhoede van duizenden Palestijnen de grotendeels gesloopte en verlaten nederzettingen in de Gazastrook binnentrok. In het donker, tastend in wolken opgestoven duinzand, struikelend in diepe tanksporen, werden omheiningen van prikkeldraad omver getrokken en begon de triomfantelijke intocht die na zonsopgang het karakter kreeg van een menselijke vloedgolf.

Binnen een uur nadat Israël de 38-jarige militaire bezetting van de Gazastrook ,,met opgeheven hoofd en in een positie van kracht'' (chef-staf Halutz) had beëindigd, waren op de naargeestige puinhopen van bungalows en bedrijven en op voormalige synagogen, scholen en bestuurskantoren de vlaggen van alle Palestijnse groepen geplant. Het was een kwestie van minuten, voordat de eerste gebouwen waarin tot drie weken geleden synagogen waren gevestigd in een oranjerode gloed stonden.

,,We hebben opdracht alles wat nog overeind staat te slopen'', vertelde kort voor zonsopgang kolonel Jamal Kayet, nadat hij aan een groepje journalisten, onder wie drie Israëliërs, de weg had gevraagd naar de synagoge in Neve Dekalim, eens de grootste van de 21 nederzettingen en nu een ruïne met omgewoelde en verdorde tuinen. ,,Afgesproken was dat de Israëliërs de synagogen zouden slopen, maar dat hebben ze niet gedaan dus moeten wij het doen'', legde de kolonel uit voordat hij in zijn jeep in de goede richting wegstoof.

Opgeschoten jongeren uit het naburige Khan Yunis waren alvast met het sloopwerk begonnen. ,,Zij sloopten onze huizen en moskeeën en dit is onze wraak. We willen ook voorkomen dat de joden over 2000 jaar weer terugkomen'', riep een Aqsabrigades-commandant in het voormalige Netzarim.

Kort voor het strijken van de Israëlische vlag, die sinds de Zesdaagse Oorlog van 1967 in de Gazastrook heeft gewapperd, kwam de Israëlische regering gisteren met 14 tegen 2 stemmen terug op een eerdere beslissing om de synagogen te slopen.

Onder gezamenlijke druk van het hoogste rabbinale college en een deel van de regerende Likudpartij was een meerderheid van ministers van mening veranderd.

Sharon ging overstag in verband met de politieke strijd om het leiderschap van zijn partij en minister van Defensie Mofaz wilde het blazoen van het leger niet bezoedeld zien. De anderen wilden toen niet achterblijven.

Joodse Israëliërs die nederzettingen ontruimen is een ding, maar joden, en vooral soldaten van het geliefde en gerespecteerde leger, die synagogen slopen was een mentale, politieke en religieuze brug te ver. De Israëlische voorstanders van slopen bestreden dat laatste overigens met het argument dat als de religieuze voorwerpen zijn verwijderd een synagoge geen synagoge meer is.

President Abbas gaf kort na de Israëlische beslissing opdracht alle overeind staande gebouwen met de grond gelijk te maken, omdat het beveiligen van de voormalige synagogen geen prioriteit is voor de Palestijnse Autoriteit.

[Vervolg GAZA: pagina 5]

GAZA

Vrij te gaan en te staan in Gaza

[vervolg van pagina 1]

Op de terreinen van de voormalige nederzettingen wil de president nieuwe woonwijken en bedrijfsterreinen neerzetten en hij wil geen interne Palestijnse strijd over het symbolische beheer van die `veroverde' gebouwen uitlokken.

Voor de meeste Palestijnen die te voet, per taxi, met ezelskarren en tractoren door de voormalige nederzettingen trokken, hadden de synagogen geen prioriteit. Puinhoop na puinhoop werd geïnspecteerd op bruikbare en vooral verhandelbare materialen. Achtergelaten raamkozijnen, kinderfietsjes, spoelbakken, hout, staal en losse stenen werden uit het puin gehaald en op karren, aanhangwagens en ezelsruggen afgevoerd.

Bij de plaatsen waar militaire installaties waren gevestigd zochten jochies naar munitie. ,,Een kogel kan ik verkopen voor 30 shekel'', zei een jongen terwijl hij een vuilniszak vol ongebruikte munitie liet zien.

Op de toegangswegen naar de voormalige nederzettingen ontstonden al vroeg files. Aangezien de overgrote meerderheid van de Palestijnen de weg in Gush Katif, zoals de nederzettingen werden genoemd, nooit heeft leren kennen, was de meest gestelde vraag: ,,Hoe heet het hier en waar zijn we?''. Dat was voor de bewoners van Rafah bij de grens met Egypte weer geen punt. Velen van hen liepen simpelweg langs de grens met Egypte, waar nu 750 Egyptische militairen hebben postgevat, in de richting van de zee en kwamen vanzelf in Gush Katif. Vooral hier streden de Palestijnse militanten vanochtend verbaal om de eer wie ,,de Israëliërs heeft verjaagd''. Iedere gemaskerde groepscommandant wilde gefilmd, gefotografeerd en geïnterviewd worden. Strekking van hun teksten: de strijd tegen de zionisten gaat met niet aflatende kracht door. Ter voorspelbare onderstreping daarvan werd een Qassamraket op het Israëlische Sderot afgevuurd.

Het tot voor kort levensgevaarlijke niemandsland bij Rafah, waar ten tijde van de intifadah dagelijks werd gevochten, werd gebruikt als een zanderige wandelboulevard. Grootvaders, grootmoeders, ouders met kinderen op de fiets: iedereen wilde in Rafah, Khan Yunis of Gazastad wel eens `de andere kant' of wat daar nog van over was in het echt zien. Het betreden van tot voor kort streng verboden gebied, een leven zonder Israëlische soldaten. Daar werd vanochtend het meest van genoten. Een jonge moeder in Rafah ging haar moeder aan de andere kant van een nederzetting opzoeken. Ze hadden elkaar als gevolg van de afzettingen vijf jaar geleden voor het laatst gezien. En zij wilde haar drie kinderen de zee, die zij vanuit hun huis in Rafah altijd konden zien en horen, ook eens laten voelen.

Dat de vrijheid van de Palestijnen in de Gazastrook nog zeer beperkt zal blijven, deed er vanochtend even niet toe. ,,We kunnen nu eindelijk in Gaza gaan en staan waar we willen. Vrijheid, een zoete droom is werkelijkheid geworden'', riep Ahmed Al-Masr, een leraar Engels. Maar de grens naar de wereld buiten Gaza blijft voorlopig dicht. De grensovergang bij Rafah met Egypte is op last van Israël voor zes maanden gesloten als gevolg van een onopgelost conflict over de in- en uitvoer van personen en goederen van en naar de Gazastrook.

De Palestijnen willen geen nieuwe grensovergang bij Kerem Shalom op Israëlisch grondgebied accepteren voor goederen en personenverkeer van en naar Egypte. Maar de Israëliërs hebben geen enkel vertrouwen in de Palestijnen en de Egyptenaren en weigeren om veiligheidsredenen in te stemmen met een Palestijns/Egyptische grenspost. ,,We hebben nog geen haven, nog geen luchthaven en geen verbinding met de Westelijke Jordaanoever. We leven dus nog steeds in een grote gevangenis, maar vandaag vergeten we dat even'', lachte Al-Masr en liep voor het eerst in jaren met zijn vrienden weer naar het strand. Gearmd en zonder een spoor van haast.

    • Oscar Garschagen