Ridder Gergjev begint zijn festival

Op het splinternieuwe podium van De Doelen met zijn 39 beweegbare vloerdelen (kosten: €1 miljoen) werd chef-dirigent Valery Gergjev zaterdagavond bij de opening van het tiende Gergjev Festival benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij ontving de onderscheiding uit handen van burgemeester Ivo Opstelten, die de dirigent roemde om zijn `internationale allure en uitstraling' en zijn `cultureel ambassadeursschap voor de stad Rotterdam'.

,,Maestro, u maakt schoonheid hoorbaar en complexe muziek inzichtelijk.'' Gergjev, die nog tot 2008 chef is in Rotterdam, reageerde geroerd, maar zonder veel woorden. ,,Klassieke muziek speelt een grote rol in Nederland. Ik hoop dat dat altijd zo blijft. Dank u!''

Ondanks het tweede festivallustrum én de viering van Gergjevs tienjarige Rotterdamse chefdirigentschap, is de programmering van het Gergjev Festival iets minder spectaculair dan voorgaande jaren. Zangers en orkest van Gergjevs Mariinski Theater blijven dit jaar in St. Petersburg, waardoor de operaopvoeringen – eerder veelal het onbetwiste festivalhoogtepunt – en de concerten samen met en door het Mariinski moeten worden gemist.

Het festival is afgeslankt tot een feestelijke week met naast lezingen, films en recitals vijf grote avondconcerten onder Gergjevs leiding, waarvan vier door het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Een respectabel aantal, maar voor veel chef-dirigenten is zo'n week ook in een `gewoon' seizoen niet ongebruikelijk.

Na een recital met onder meer liederen uit Mahlers Des Knaben Wunderhorn door de dinsdag opnieuw in het festival solerende sterbariton Matthias Goerne, werd zaterdagavond de cd-box Gergiev Festival Live gepresenteerd. De vier cd's zijn een coproductie van het orkest met de Wereldomroep, waarin tien jaar festivalhoogtepunten zijn vastgelegd.

De anthologie kent een nadruk op Russische muziek en is daarin representatief voor Gergjevs Rotterdamse repertoirekeus tot nu toe. Juist in die programmering staat het Gergjev Festival van 2005 echter voor een opvallende breuk. Onder de themaparaplu `Iconen van het Fin de Siècle – van Tristan tot Elektra' klinkt deze week een breed spectrum aan laat-romantische Duitse en Centraal-Europese muziek, van vooral Mahler, Wagner, Bruckner en Strauss. Op papier een weinig verrassende keuze, maar juist in dit repertoire was Gergjev hier relatief nog weinig te beluisteren.

In het festivalboek noemt Gergjev Wagner en Bruckner exponenten van dezelfde muzikale stamboom. En tijdens het openingsconcert liet hij het voorspel tot Wagners opera Tristan und Isolde dan ook voorafgaan aan Bruckners laatste, Negende symfonie. Vooral in het Adagio werd de verwantschap hoorbaar gemaakt. Het door Bruckner muzikaal geschetste, devote `Afscheid van het leven' lag in de zilverige strijkersklank en breed uitgesponnen melodiek in één lijn met de `Liebestod' van Isolde.

Gergjev dirigeerde Bruckners Negende al tweemaal eerder in Rotterdam, in 1996 en 1999. Die laatste uitvoering werd getypeerd door een rauwe klank, met wat meer aandacht voor Bruckners vernieuwende kwaliteiten (schril en dissonant wringende blazers, bij voorbeeld) dan voor de monumentaliteit van diens brede melodieën.

Meer aandacht voor breedte en ontwikkeling klonk nu uit de Negende, waarin de ferm uitgelichte koperkoralen nog steeds een hoogtepunt vormden, maar waarin ook de climaxen met crescendi én versnellingen ontzagwekkend werden opgebouwd.

Gergjev vervolgt zijn Festival dinsdag met werken van Wagner, Debussy, Mahler (Rückert-Lieder met Goerne) en Skrjabin. Later dit seizoen zet hij ook zijn Brucknerlijn met het Rotterdams voort, dan in de Zevende (november) en de Vierde symfonie (juni).

Concert: Rotterdams Philh. Orkest o.l.v. V. Gergjev. Bruckner, Symfonie nr.9; Wagner, Prelude und Liebestod uit Tristan und Isolde. Gehoord: 10/9 De Doelen, Rotterdam.