Nachtmerrie voor strafrechter

De rechtbank Rotterdam en het Hof in Den Haag maakten vandaag hun bevindingen openbaar over de `dwalingen' in de zaak-Nienke.

F. van den Emster is president van de rechtbank in Rotterdam, de rechtbank die de zaak-Nienke behandelde en in 2001 de verkeerde man veroordeelde voor de moord op het tienjarige meisje Nienke in het Schiedamse Beatrixpark. De `gerechtelijke dwaling' kwam pas aan het licht toen een andere man, Wik H., de moord bekende. Cees B. zat toen al vier jaar vast.

Het Rotterdamse rechtbankbestuur heeft er lang over nagedacht, maar toen besloten tot een `novum' in de geschiedenis van de rechtspraak: een interne reflectie met iedereen die betrokken was bij de zaak, van rechter-commissaris tot zittingsrechter de hele procedure na te lopen.

Het is een unicum dat rechters op zo'n manier verantwoording afleggen. De rechter legt in het vonnis verantwoording af voor zijn beslissingen. En dat vonnis kan weer in hoger beroep en door de Hoge Raad worden beoordeeld. Het is, zegt Van den Emster, een gesloten systeem, waarbij zelfs het bestuur van de rechtbank geen enkele bevoegheid heeft om te oordelen over de inhoud van beslissingen die door de eigen rechters zijn genomen.

Waarom dan toch zo'n onderzoek?

,,De politie en justitie hebben ook besloten onderzoek te doen naar het verloop van deze zaak. Wij vonden het wel erg mager om te zeggen: zie het vonnis. We hebben drie `zorgcirkels': het slachtoffer en haar familie, de verdachte en de samenleving. Die moeten vertrouwen in de rechtspraak kunnen houden. En trouwens, onze collega-rechters ook.

Nergens in het onderzoek valt het woord: wij zijn fout geweest.

,,De uitkomst, namelijk de veroordeling van Cees B. was een rechterlijke dwaling. Maar de weg naar het oordeel is volgens de regels verlopen. Niet voor niets heeft ook het Gerechtshof en de Hoge Raad de essentie van het vonnis van de Rotterdamse rechtbank overeind gelaten.

Het gerechtshof in Den Haag, die Cees B. in hoger beroep eveneens veroordeelde tot 18 jaar cel en tbs, deed ook zelfreflectieonderzoek. Maar zij hebben geen `algemene bevindingen' geconstateerd.

,,President J. Verburg van het hof en ik hebben afgesproken geen uitspraken te doen over elkaars bevindingen.''

In de Nederlandse rechtspraak vindt veel onderzoek niet tijdens de rechtzitting plaats, zoals in het buitenland gebeurt. In Nederland wordt veel onderzoek vooraf gedaan, het Openbaar Ministerie levert vervolgens de rechters de strafdossiers met, onder andere, bewijsmateriaal aan. Het dossier wordt ter zitting behandeld. In de zaak-Nienke zou het dossier niet compleet geweest zijn. Het OM zou, al dan niet met opzet, verzwegen hebben dat de forensische deskundigen die het DNA materiaal van de moord op Nienke onderzochten onderling van mening verschilden over of er een `daderspoor' was dat naar een andere persoon leidde. In twee gesprekken, met de officier van justitie en later met de advocaat-generaal, hebben de deskundigen die twijfels geuit en zelfs beweerd dat Cees B. de dader niet kón zijn. Het OM heeft besloten die twijfels niet aan de rechters te melden.

Waren de rechters op de hoogte van de twijfels van de forensisch deskundigen?

,,Tijdens de zitting zijn de drie belangrijkste problemen van deze zaak uitvoerig aan de orde geweest: het gevonden DNA, het feit dat Nienkes vriendje Cees B. niet herkende en het alibi van Cees B. De DNA-deskundigen zijn door de rechters uitvoerig gehoord. Nergens is hun twijfel gebleken. Of het zo is dat de rechter niet van de twijfels wist, dan moet dat blijken uit het onderzoek van het openbaar ministerie zelf.''

    • Sheila Kamerman
    • Rinskje Koelewijn