Kroonprinsen zonder blaren

Vijf jaar geleden stonden Fernando en Orlando Götschin (18) voor het eerst op een trampoline. Deze week hoopt de Surinaamse tweeling de finale van de WK trampolinespringen in Eindhoven te halen. ,,Als ik spring is het alsof ik naar mezelf kijk.''

Fernando Götschin (18) heeft pijn aan zijn lies. Met een zak ijs tussen zijn benen ligt hij languit in de Noord-Wester Hal van gymnastiekvereniging Pro Patria in Zoetermeer. Drie weken geleden liep Götschin de blessure op tijdens een training en sindsdien bezoekt hij dagelijks de fysiotherapeut. Dat is geen overbodige luxe, zegt hij, want over minder dan een week beginnen de wereldkampioenschappen trampolinespringen in Eindhoven. ,,En als het even kan wil ik samen met mijn broer de finale halen bij het synchroonspringen.''

Zijn eeneiige tweelingbroer Orlando loopt vlak voor het begin van de training de turnhal binnen, vergezeld door zijn vriendin. Hij is minder spraakzaam dan Fernando en drukt zich bij voorkeur uit in lichaamstaal. Als de jongere springers de zaal hebben verlaten, trekt hij zich als eerste van het Nederlandse team op aan de trampoline. Fernando is trots op zijn afgetrainde, donkere bovenlijf. Anders dan Orlando houdt hij van krachttrainen. ,,Een goede bouw vind ik belangrijk. Niet te dun, niet te dik. Met krachttraining voorkom je dat je een buikje ontwikkelt.'' Fernando is liever lui dan moe. ,,Krachttraining vind ik onzin. En met mijn uiterlijk ben ik niet echt bezig.''

De kroonprinsen van het Nederlandse trampolinespringen. Zo worden Fernando en Orlando Götschin genoemd. Vijf jaar geleden verruilden ze het turntoestel voor de trampoline, en sindsdien gaat het gestaag bergopwaarts. In 2004 werd de tweeling Europees kampioen bij de junioren in Bulgarije. Sinds mei mogen de broers zich Nederlands kampioen in het synchroonspringen noemen – hun specialiteit. In de individuele finale eindigde Orlando als eerste en Fernando als tweede. Daarnaast wisten zij dit jaar de zevende plaats op de World Games te behalen. Hun trainer Lennard Villafuerte: ,,Ik hoop dat ze op de WK bij de eerste twintig eindigen. Dat zou een mooie prestatie zijn, want het is hun eerste seniorenwedstrijd.''

De tweeling werd geboren in Suriname. Op hun derde verhuisden de broers met hun moeder naar Nederland; met hun vader hebben ze sporadisch contact. Op aandringen van hun moeder – die niet mocht sporten van haar vader omdat ze een meisje was – gingen ze turnen in een gymzaaltje in Zoetermeer. Op die plek liep coördinator wedstrijdsport bij Pro Patria, Frans van Elteren, hen tien jaar geleden tegen het lijf tijdens zijn zoektocht naar jong talent. ,,Ik zag meteen dat ik met een paar ruwe diamantjes te maken had'', zegt Van Elteren, die de broers overhaalde bij de befaamde turnvereniging te komen trainen. ,,Orlando en Fernando waren zéér beweeglijk. We grapten wel eens dat we hen met een rubberen hamer zouden slaan als het te gek werd.'' In de jaren die volgden, sleepten de broers alle prijzen in de wacht die er op turngebied te winnen vielen.

,,Turnen is leuk'', zegt Fernando terugkijkend. ,,Maar ik had het gevoel dat ik mijn hoogtepunt in die sport op een gegeven moment wel had bereikt.'' Toen Lennard (Villafuerte, red.) ons uitnodigde een dag mee te trainen bij het trampolinespringen, stond ik niet meteen te trappelen van enthousiasme. Wat is daar nou aan, springen, dacht ik. Maar toen ik eenmaal die schroeven en draaien zag, ging ik overstag.'' Orlando: ,,Bij trampolinespringen loop je veel minder blaren op dan bij het turnen. En de trucs vervelen nooit.'' Zij zijn niet de enigen die daar zo over denken. Toen het tweetal vorig jaar een optreden bij DJ Tiësto in de Gelredome gaf, draaiden 40.000 hoofden hun richting op. ,,Het voelde onwerkelijk'', zegt Fernando. ,,Ik kreeg er kippenvel van.''

De broers komen er rond voor uit: een deel van hun succes als trampolinespringers ligt in het feit dat ze niet van elkaar te onderscheiden zijn – op die ene moedervlek onder Fernando's linkeroog na. Fernando: ,,Vooral bij synchroonspringen is ons tweelingschap een voordeel. Niet alleen omdat het mensen fascineert, maar ook omdat we elkaar zo goed aanvoelen – ik weet precies hoe Orlando springt.'' Orlando: ,,Synchroonspringen is een spiegeling. Maar in ons geval is het een spiegeling in het kwadraat: als ik spring is het alsof ik naar mezelf kijk.''

Trainer Lennard Villavuerte, een zachtmoedige Salvadoraan, slaat de verrichtingen van zijn pupillen van een afstandje gade. Zu nu en dan loopt hij naar de trampoline om te assisteren. ,,Het prettige van Orlando en Fernando is dat je hun nauwelijks iets hoeft uit te leggen'', vindt hij. ,,Na één keer hebben ze een oefening onder de knie. Ik heb nog nooit zulke talenten onder handen gehad. Met hun sprongenarsenaal zitten ze tegen de wereldtop aan; alleen hun stijl en uitvoering zijn nog voor verbetering vatbaar.'' Lennard is de oudere broer van Alan Villavuerte, de voormalige Nederlandse kampioen trampolinespringen, die dit voorjaar onttroond werd door Orlando. ,,Orlando zal beter worden dan Alan'', voorspelt Villavuerte. Sinds hij het kampioenschap op zijn naam schreef, is er een hevige, maar gezonde concurrentiestrijd tussen de twee sporters losgebrand.

Tussen Orlando en Fernando is geen sprake van concurrentie. Zij spreken met één mond en vieren elkaars triomfen als waren het persoonlijke overwinningen. Hooguit wordt er zo nu en dan corrigerend werk verricht. ,,Heb je je niet afgemeld voor je les?'' vraagt Orlando hoofdschuddend aan zijn twee minuten oudere broer. Sinds de tweeling vorig jaar de opleiding Sport en Bewegen aan de Onderwijsgroep Mondriaan in Delft moest staken wegens tegenvallende resultaten, is de druk toegenomen om goede cijfers te halen voor de gelijknamige opleiding aan het ROC in Leiden.

,,Orlando en Fernando nemen soms wat te veel hooi op hun vork'', vindt hun voormalige mentor in Delft, Cees den Ouden. Den Ouden, die zichzelf ,,een fervente supporter'' van de broers noemt, zag hen tot zijn verdriet vertrekken, want ,,het zijn echte gangmakers die een klas tot eenheid weten te smeden''. Waar het mis ging? ,,Aan het begin van het jaar kregen Orlando en Fernando de keus: óf een speciaal lesprogramma voor topsporters volgen, óf deelnemen aan het reguliere onderwijs, met een vaste klas. Ze kozen voor het laatste, maar konden het met hun drukke trainings- en wedstrijdprogramma helaas niet waarmaken.''

De broers trainen gemiddeld zeventien uur per week, verspreid over vijf dagen. Daarnaast nemen zij deel aan toernooien in binnen- en buitenland. Alleen de zondag houden zij meestal vrij – voor kerkbezoeken, tot vreugde van hun moeder. ,,Ik heb mijn zonen een rooms-katholieke opvoeding gegeven'', zegt de alleenstaande Shirley Götschin. ,,Maar ik realiseer mij goed dat religie van binnenuit moet komen. Dat mijn zonen nu uit eigen beweging naar de kerk gaan, maakt mij gelukkig.''

,,In de kerk heb ik geleerd om positief te denken'', verklaart Fernando. ,,Wie de Here liefheeft, kan de energie opbrengen om Hem te prijzen.'' Wijzend naar zijn lies: ,,Oók als het even tegenzit.'' De broers dragen beiden een rozenkrans met een kruisje om de hals. De kettinkjes – een cadeau van hun oma uit Paramaribo – brengen geluk, daar zijn zij vast van overtuigd. En dus wordt het sieraad tijdens wedstrijden veelvuldig gekust. Of goddelijke kracht deze week bepalend zal zijn voor hun optreden bij het wereldkampioenschap trampolinespringen, valt nog te bezien.

Coach Villafuerte denkt er het zijne van. ,,Mijn ervaring is dat de jongens het beste presteren als ik het vuurtje wat opstook. Met name Orlando behaalt zijn beste resultaten als hij boos is.'' Meesmuilend: ,,En als ik daar mijn steentje aan kan bijdragen... Prima toch?''

    • Danielle Pinedo